Klara Boonstra, 'Wie sleept zijn baas nou voor de rechter?', NRC Handelsblad, 22 september 2017.

Zodra een flexwerker zijn rechten claimt, is de kans groot dat hij zijn werk verliest, schrijft hoogleraar arbeidsrecht Klara Boonstra.

Onzeker werk is volop in het nieuws. Maandagavond in Nieuwsuur: oproepkrachten hebben eigenlijk veel meer rechten dan ze denken. Vorige week in de kranten: maaltijdbezorgers op de fiets die eerst werknemers waren worden door Deliveroo omgekat tot zelfstandigen.Onzeker werk is volop in het nieuws. Maandagavond in Nieuwsuur: oproepkrachten hebben eigenlijk veel meer rechten dan ze denken. Vorige week in de kranten: maaltijdbezorgers op de fiets die eerst werknemers waren worden door Deliveroo omgekat tot zelfstandigen.

Het zijn maar een paar van de talloze constructies die worden gebruikt om ondernemersrisico’s af te wentelen op werkenden. Het recht mag ingewikkeld zijn, maar het valt op dat die complexiteit aan de onderkant van de arbeidsmarkt altijd leidt tot nadeel voor de werkende, nooit voor de werk- of opdrachtgever. Dat is echt geen toeval, maar het gevolg van de zeer ongelijke machtsverhouding tussen de werkgever en degene die het werk uitvoert.

Aan de arbeidswetgeving ligt het niet, die biedt inderdaad tal van mogelijkheden om deze flexwerkers te beschermen. In de afgelopen kabinetsperiode is die bescherming ook nog eens flink uitgebreid. Zo mag een 0-urencontract niet langer dan een half jaar worden toegepast en moet de werkende bij elke oproep voor minstens drie uur worden betaald. Een werkgever kan met koeienletters ‘opdrachtovereenkomst’ boven een contract zetten, maar als het contract aan de wettelijke omschrijving voldoet is het toch een arbeidsovereenkomst met alle bescherming van dien.

Waarom doen al die benadeelde werkenden daar geen beroep op? Het antwoord is dat door de machtsongelijkheid tussen de partijen, recht hebben en recht krijgen twee heel verschillende zaken zijn. Op het moment dat de werkende zijn rechten claimt is de kans dat hij zijn werk verliest namelijk veel groter dan dat hij zijn claim ingewilligd ziet. Zelfs als hij de zaak zou winnen zijn de dagen op die werkplek waarschijnlijk geteld. Wij arbeidsjuristen noemen dat victimisatie. Benadeeld worden juist omdat je een beroep op een recht doet.

Dat geldt vaak ook als iemand bij het indienen van die claim geholpen wordt door een rechtshulpverlener van de vakbond of een sociaal advocatenkantoor. Het is ook nogal wat om een ander, van wie je in economische zin afhankelijk bent, voor de rechter te dagen. Had je nog geen conflict, dan heb je het daarna wel. Het kost beide partijen veel geld, gaat met veel stress gepaard en een goede uitkomst is niet gegarandeerd. Een rechtsgang is eerder leed toevoegend, dan leed oplossend.

Voor de samenleving levert zo’n rechtsgang ook niet veel op. Het is onwaarschijnlijk dat er een preventieve werking richting andere werkgevers van uitgaat, het recht ontwijken is erg profijtelijk. Een zaak winnen betekent niet dat de maatschappij is veranderd, maar dat er nog tientallen duizenden zaken te gaan zijn. Elke zaak inclusief risico van victimisatie.

Kortom, het recht levert in theorie bescherming, maar de rechtsgang die naleving van dat recht zou moeten opleveren is niet begaanbaar of effectief. Tot die conclusie kwam dit voorjaar ook het HIIL (Hague Institute voor Innovation of Law). Niet alleen voor het arbeidsrecht maar voor meer gebieden waar gewone burgers dagelijks mee te maken kunnen krijgen. Ze pleiten voor de ontwikkeling van alternatieve procedures, die de kans op rechtsherstel groter maken. Laagdrempelige, snelle en goedkope adviescolleges die goede kennis hebben van het recht, waar elk van de partijen, als ze dat willen ook gezamenlijk hun probleem kunnen voorleggen. De uitkomst hoeft niet bindend te zijn en als een van de partijen ontevreden is kan die altijd nog naar de rechter.

In verschillende landen is met dat soort semi-rechtspraak al ruime ervaring opgedaan. Sterker, wij kennen in Nederland ook al heel lang zo’n instantie. Het College voor de Rechten van de Mens, waarin de Commissie Gelijke Behandeling is opgegaan, oordeelt over geschillen die betrekking hebben op discriminatie, maar kan ook adviezen geven en zaken in hun bredere context behandelen.

Als we rechtvaardigheid willen bevorderen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, dan moeten we niet het arbeidsrecht veranderen maar een betere rechtsgang ontwikkelen. Dat is een opdracht voor de politiek, de sociale partners, de rechtswetenschap en zo mogelijk ook de burgers zelf. Zodat recht hebben ook recht krijgen wordt.