Felix Rottenberg - Toen Eberhard van der Laan fractievoorzitter was van de Amsterdamse PvdA, voerden wij vaak ‘uit het raam-hang beraad’. In het kantoor van Kennedy en van der Laan beschikte hij over een mooie kamer op de eerste etage, hoek Keizersgracht-Spiegelstraat. Als Eberhard het raam aan de Keizersgrachtzijde naar boven trok, kon ik precies op het hoekje van de gracht met hem van gedachten wisselen. Soms deden we dat fluisterend omdat er ‘stadsgeheimen’ in het geding waren. Hij noemde mij ‘jochie’, ik maakte graag een buiging voor ‘de onderkoning van de stad’.

Eberhard was veel beter dan ik in staat om de ambivalentie jegens het gedoe wat bij politiek hoort te relativeren. Hij liep er met een boog om heen. Hij bleef een activistische advocaat en werd daarom niet ervaren als een politicus. Eberhard roemde Jan Schaefer als zijn leermeester, maar Schaefer was evenzeer de leerling van Eberhard want die legde hem uit hoe ze met de wet in de hand problemen in de uitvoering van de stadsvernieuwing konden oplossen. Ze waren de Dikke en de Dunne van de Amsterdamse politiek. Een seance met hun was een genoegen om mee te maken. Schaefer kon vertederd naar Eberhard kijken, als die met een grimas had gezegd: ‘Hee dikke hou je mond nou eens even.’ De combinatie van het praktisch vernuft van Schaefer en de creatieve denkkracht van Eberhard gaven ambtenaren energie.

Van der Laan kon beter luisteren maar van Schaefer had hij weer geleerd dat je beledigingen nooit mocht accepteren. Memorabel zijn de televisiebeelden van Eberhard in het Engels in gesprek met bezetters van het Maagdenhuis of demonstranten voor zijn ambtswoning, dan maakte hij korte metten met onzinnige uitspraken. Hij keek zijn tegenstrevers recht in de ogen – het was alsof hij ze stevig beetpakte: ze accepteerden meteen zijn moreel gezag.

Dat was de kracht van Eberhard, hij was geen regent. Dat kan een burgemeester snel worden door de formele rollen die hem worden opgedrongen. Daarom heeft Eberhard belangrijke lessen geleerd toen Wim Polak in de jaren tachtig burgemeester was en getart werd door agressieve krakers die met knokploegen leegstaande panden bezetten. De zachtaardige Polak moest toestaan dat Leopardtanks van het leger barricades opruimden in de Vondelstraat. Eberhard speelde toen al een invloedrijke rol achter de schermen door gesprekken tussen krakers en politici te organiseren. Het kroningsoproer tijdens de inhuldiging van Beatrix verbijsterde hem. Hij vond het onaanvaardbaar dat woningnood de pacificatie in de stad verstoorde. Krakers mochten zich geen geweld permitteren.

Het devies dat Koningin Wilhelmina Amsterdam na de oorlog aanreikte, ‘Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig’, verplicht iedereen om tot het bittere einde het gesprek met elkaar aan te gaan.

Eberhard deed het als geen ander.

Dit is tevens de zaterdagcolumn in het Parool van 7 oktober.

Eberhard van der Laan

Foto: Guido van Nispen Flickr via Compfight cc