‘Alle jonge mensen in de frontlinie en niemand die het voor ze relativeert’

Mijn vader werkte in de fabriek en mijn moeder zorgde voor het huis. Vrij traditioneel. Ik zat bij de schooldokter en die vroeg: wat wil jij later worden? Nou, bij de politie dus. Vriendinnen gingen naar het ziekenhuis en werden zuster, maar dat is mij te veel verzorging. Iets kunnen betekenen voor mensen, dat wilde ik wel. En bij de politie sta je overal met je neus dichtbij, dat maakt het spannend. In de assistentiedienst gaat alles heel snel. Wat je dan meemaakt is vijf minuten of misschien een uur later voorbij. Maar in de buurtregie, als ik iemand zie bij wie het slecht gaat, dan kan ik ook andere stichtingen of de GGD vragen om wat te doen. Nee, het is niet echt opbouwwerk, de politie krijgt vaak zaken die helemaal niet bij ze thuishoren, en als buurtregisseur leg je de bal waar die hoort.