Afweging (2)

Wout Cornelissen - In zijn bijdrage van 31 mei 2013 op de website van Vrij Nederland besteedt Max van Weezel aandacht aan mijn column uit het S&D-nummer van mei-juni. In reactie op Van Weezel liet Diederik Samsom via Twitter weten dat mijn column een aantal onjuistheden bevat.

Op één punt moet ik Samsom – gelukkig – gelijk geven. Ik ben er ten onrechte van uitgegaan dat wat meestal kortweg het ‘kinderpardon’ wordt genoemd, een eenmalige maatregel is voor een beperkte groep. Dat eerste blijkt niet het geval: er komt naast een pardon voor bestaande gevallen ook een wettelijke regeling voor nieuwe gevallen. Deze maatregel uit het regeerakkoord is dus wel degelijk structureel, en ik geef graag toe dat dit van niet te onderschatten belang is voor de mensen die het betreft: ook toekomstige minderjarige asielzoekers die minimaal vijf jaar in ons land verblijven wordt hierdoor perspectief geboden.

Echter, dit doet aan mijn redenering in het geheel niets af. Het punt blijft namelijk dat er maatregelen tegen elkaar worden uitgeruild – het kinderpardon tegen strafbaarstelling van illegaliteit – waaraan volstrekt tegengestelde motieven ten grondslag liggen: hoop en perspectief bieden versus afschrikken en buitensluiten. De PvdA legitimeert daardoor – ongewild, en evenals het CDA destijds – tevens het motief dat ten grondslag ligt aan de door haar ‘eigenlijk’ niet gewenste maar omwille van het coalitiebelang ‘toch’ verdedigde maatregel van de strafbaarstelling van illegaal verblijf.

Samsom stelt dan ook ten onrechte dat de anti-rechtsstatelijke agenda van de PVV door de PvdA ‘geheel gesloopt is’. Met het aantreden van Rutte II is weliswaar en gelukkig een deel van de beleidsagenda van de PVV – verbieden van dubbele nationaliteit, algeheel boerkaverbod, invoering minimumstraffen – geschrapt, maar dit geldt nu juist niet voor de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Bovendien, en dit is het meer fundamentele punt, er is meer vereist dan het schrappen van een aantal beleidsmaatregelen – hoe belangrijk natuurlijk ook. Wat vereist is, is een symbolische breuk met het vorige kabinet.

Door illegaal verblijf wettelijk strafbaar te stellen – ook als het gaat om een overtreding in plaats van een misdrijf – verandert de taal waarin we over en tegen ‘illegalen’ spreken, en in tegenstelling tot wat Samsom beweert, wordt ons denken over en handelen jegens hen daardoor wel degelijk beïnvloed, sluipenderwijs, en in ongewenste richting. Aan déze verschuiving maak je geen einde door te stellen dat het ‘louter’ om een symboolpolitieke maatregel gaat die de coalitiepartner nu eenmaal graag wenst, en ook niet door te suggereren dat het daadwerkelijke effect van de maatregel wel meevalt. Daarmee wordt vergeefs getracht de maatregel van haar symbolische inbedding te ontdoen.

Sterker nog, het heeft er alle schijn van dat het belang en het effect van deze meer principiële ‘dieptelaag’ (Ab Klink) van de politiek bewust uit de weg wordt gegaan. Alleen onder die voorwaarde is het namelijk überhaupt mogelijk om, zoals Pronk het in zijn brief zo treffend heeft verwoord, de verbetering van het welzijn van de ene zwakke groep uit te ruilen tegen de verslechtering van het welzijn van een andere zwakke groep. De hierdoor gevoede morele ongevoeligheid zal het door de PVV gewenste en door andere partijen mede mogelijk gemaakte regime niet ongedaan maken. Integendeel, ze ondermijnt iedere vorm van overtuigde oppositie ertegen.