Boek-bespreking: De voettocht van Jan

Afscheid van de partij van de grootschalige oplossingen

Jan Schuurman Hess, Voettocht naar het hart van het land. Hoe sociaal en democratisch zijn we nog? Uitgeverij Atlas/Contact, Amsterdam/ Antwerpen, 2014, 300 pp.

Ben Dankbaar - Jan Schuurman Hess heeft een ‘voettocht naar het hart van het land’ gemaakt. Twee jaar lang heeft hij twee dagen per week gewandeld, steeds beginnend waar hij de voorgaande dag geëindigd was.

Jan wil ons laten zien wat er leeft in het land door op te schrijven wat de mensen zeggen die hij al wandelend door Nederland toevallig tegenkomt – en daarnaast praat hij met partijgenoten in heel het land. Hij wil ons een spiegel van de samenleving voorhouden, maar hij kijkt ook zelf regelmatig in de spiegel. De voettocht naar het hart van het land is ook een tocht naar zijn eigen hart. De keuze voor een voettocht in plaats van een fietstocht of reizen met de trein is dan ook welbewust gemaakt. Het tempo van een voetganger ligt laag. Het is reizen op de menselijke maat. De voetganger heeft tijd om een praatje te maken, om na te denken, om te mijmeren. Een voettocht is ook inspannend. Kilometers maken in regen en wind doet pijn. Een pelgrim worstelt met de elementen, met de wereld, maar ook met zichzelf.

Zo maken we in dit reisverslag kennis met een sociaal-democratische pelgrim uit een klein Zeeuws dorpje die zich ernstig zorgen maakt over de schaalvergroting in onze samenleving. In de zorg, in de landbouw, in het onderwijs, in de industrie, maar ook in zijn eigen partij noteert Jan de gevolgen van grootschaligheid: verlies aan menselijke maat, toenemende macht van managers en bestuurders, ‘hoge heren’, die niet luisteren naar gewone burgers, maar wel naar zogenaamde deskundigen. Deskundigen zijn mensen die je bijvoorbeeld haarfijn kunnen uitleggen, dat de ‘kwaliteit van het onderwijs’ alleen in een school met duizenden leerlingen gegarandeerd kan worden. Toevallig zijn die organisaties dan zo groot dat ze behoefte hebben aan diezelfde deskundigen om de zaak op de rails te houden.

Er klinkt woede door in het boek over onbegrijpelijke of in elk geval onbegrepen beslissingen. Jan heeft weinig op met natuurontwikkelaars, die voor veel geld polders weer onder water zetten of de heropening van een kanaal en daarmee de revitalisatie van een zieltogend dorp tegenhouden vanwege een zeldzaam kevertje. Hij komt ook veel mensen tegen, die de moed hebben opgegeven, dat er ooit nog naar ze geluisterd zal worden: ‘Ze zoeken het maar uit.’ Ook mensen die menen dat Geert Wilders wél naar ze luistert. En mensen, die echt niet weten hoe het verder moet, nadat ze door een combinatie van pech en een toch al niet zo florissante uitgangspositie in de problemen zijn gekomen.

Geen doorsnee van de bevolking

Als je op doordeweekse dagen door Nederland gaat wandelen, kom je natuurlijk relatief veel bejaarden, werklozen en spijbelaars tegen. Dat is voor Jan geen probleem, want hij is juist op zoek naar al die mensen die het niet breed hebben, uit de boot zijn gevallen, niet meer weten hoe het verder moet of geen gelegenheid krijgen hun eigen talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Door de verhalen van de ouderen krijgt het reisverslag soms een licht nostalgische ondertoon. Vroeger, toen de dorpen nog een bakker, een kerk en een school hadden, leek alles veel beter en overzichtelijker. Het dorp als ideaal? Jan schrikt van het lawaai in de grote steden en de uniformiteit van de Vinexwijken, waar je geen mensen ziet, maar hij heeft genoeg van de wereld gezien om te weten hoe benauwend een klein dorp kan zijn.

In Sint-Willebrord ontmoet hij een jonge vrouw die hem het geheim van dit dorp en zijn gesloten gemeenschap onthult: ‘Eigenlijk is het een groot kamp.’ De PVV haalt in dit dorp de absolute meerderheid. Dat is niet het ideaal van Jan. Hij zoekt echter wel naar manieren om de grote problemen van de moderne samenleving met een dorpse benadering te lijf te gaan: met korte, directe lijnen tussen alle betrokkenen, zonder bureaucratie, met de vanzelfsprekende solidariteit van een kleine gemeenschap, sociaal en democratisch, zonder deskundigen die weigeren zich te verdiepen in de lokale eigenheden van een probleem.

Er staan korte verhaaltjes in dit boek die je bijblijven. In de Langstraat in Weert spreekt Jan een jongeman aan die daar aan een klein draaiorgel staat. Later ontmoet hij ook zijn moeder. Dave Saes is slechtziend en heeft een beperkte motoriek, maar hij kan zijn orgel uitstekend bedienen, heeft een absoluut gehoor en kan precies vertellen waar een orgel niet goed functioneert. Dave is in de sociale werkplaats ondergebracht, waar hij schroefjes moet aandraaien, maar dat kan hij niet. Hij zit nu al twee jaar in de ziektewet.

En het verhaal van de bungalow in Nij Beets. Die bungalow is door de mensen van het dorp samen gebouwd en vervolgens verkocht. Van de opbrengsten is het zwembad aangelegd, dat iedereen wilde, maar waar de gemeente geen geld voor had. Of het verhaal van die arrogante ambtenaar in Den Haag, die de eigenaar van een bloemenkraam bedreigt: ‘We maken je kapot!’ Waarom? Omdat de bloemenkraam, die daar al 55 jaar door meerdere generaties bedreven wordt, niet zou passen op het nieuwe stationsplein. Jan komt helaas veel mensen tegen die te maken hebben met ambtenaren die veelal begrijpelijke regels op een onbegrijpelijke en genadeloze manier toepassen.

De menselijke maat

Gaandeweg komt Jan erachter wat de ideale manier is om problemen aan te pakken. Je moet ze niet groter maken dan ze zijn en je moet de gemeenschap organiseren om de oplossing tot stand te brengen: “Wie erin slaagt om de gemeenschap te organiseren, kent geen beperkingen.” Jan brengt zijn eigen bevindingen meteen in praktijk. Hij kaart in Weert met succes de optie aan dat Dave Saes de officiële stadsorgeldraaier wordt.

En hij ontwikkelt een concept dat ruimte blijft bieden aan kleine schooltjes, wanneer de ouders van de kinderen daarvoor kiezen. Dat laatste wordt een langdurige strijd die nog niet afgelopen is. Daarbij vindt hij ook partijgenoten tegenover zich die meer zien in de grootschalige oplossingen. Het is niet eenvoudig om mensen ervan te overtuigen, dat groot en uniform niet altijd beter is dan klein en aangepast aan specifieke omstandigheden. Bovendien blijkt de discussie vaak helemaal niet over kwaliteit te gaan, maar over controle. De inspectie heeft zijn manier van werken en zijn criteria gebaseerd op grote scholen. Het is moeilijk om die toe te passen op kleine schooltjes, dus die kunnen beter worden afgeschaft. In kleine scholen kan er weinig ‘objectief’ gemeten worden en moet je de docenten vertrouwen.

Natuurlijk zijn er ook problemen die te groot en te ingewikkeld zijn om ze op zo’n kleinschalige, ‘dorpse’ manier aan te pakken. Ook in de grote steden vindt Jan voorbeelden van aanpakken, die illustreren dat het verstandig is om problemen en uitdagingen lokaal op te pakken. Je moet er gewoon van uitgaan, dat er altijd meer kan dan je denkt en de problemen niet groter maken dan ze zijn.

In Amsterdam laat hij zich door toenmalig wethouder Lodewijk Asscher voorlichten over diens succesvolle aanpak van de kwaliteit van de scholen – en dat terwijl de wethouder daar formeel helemaal geen zeggenschap over heeft. In Almere toont wethouder Adri Duivesteijn hem het Homeruskwartier, waar mensen hun eigen huis mogen (laten) bouwen zonder dat er een project ontwikkelaar aan te pas komt. Ieder huis komt er anders uit te zien. Het huis moet natuurlijk voldoen aan de gebruikelijke veiligheidseisen, maar verder komt er geen schoonheidscommissie aan te pas. Er is iets aan de grondprijzen gedaan, zodat ook mensen met een kleine beurs een kans hebben.

Zo’n aanpak in Almere is misschien nog wel het beste voorbeeld van het visioen, waarmee deze moderne pelgrim gezegend wordt. Politiek en bestuur stellen zich tot taak om mensen de mogelijkheid te geven hun problemen zélf op te lossen en hun dromen te realiseren – en dus niet oplossingen voor te schrijven en alle andere verbieden. Ruimte scheppen in plaats van alles dichtregelen. Is dat naïef? Is het een mooie droom? Jan laat zien dat die droom in elk geval door velen gedeeld wordt. De PvdA is in de ogen van Jan en van vele mensen die hij spreekt, een partij van de grootschaligheid geworden, een partij van afstandelijke bestuurders en dictatoriale controleurs. Dat moet anders. De boodschap van Jan Schuurman Hess is dat het ook anders kan.