Clinton, Sanders & de interne partijdemocratie

Ruud Koole - Na de tumultueus verlopen Democratische Conventie en de ‘endorsement’ van Bernie Sanders lijken de rijen weer gesloten. De gezamenlijke strijd tegen Donald Trump kan echter niet verhullen dat ook de Democratische Partij tot op het bot verdeeld is.

Hillary Clinton schrijft geschiedenis. Ze doorbrak het glazen plafond door als eerste vrouw ooit de nominatie van een van de twee grote Amerikaanse partijen binnen te halen. Tijdens de Democratische Conventie van eind juli werd dat heel beeldend getoond. De meeste afgevaardigden gaven volmondig hun steun aan Clinton, en haar grote tegenstrever binnen de Democratische Partij, Bernie Sanders, riep als een van de laatste afgevaardigden bij het tellen van de stemmen namens zijn thuisstaat Vermont allen op zich achter de kandidatuur van Hillary Clinton te stellen. Op een kleine groep fanatieke Sanders-aanhangers na (met als leuze ‘Bernie or bust’), leek de eenheid in de Democratische Partij hersteld en kon de partij zich opmaken voor de grote strijd tegen de Republikeinse kandidaat Donald Trump die een week daarvoor door de Republikeinse Conventie op het schild was gehesen.

Op het eerste gezicht lijkt alles dus op eerdere presidentsverkiezingen, behalve dat er nu een vrouw meedoet. Dat wil zeggen: voorafgaand aan het nationale congres (de ‘conventie’) interne verdeeldheid, en vanaf dat congres eensgezindheid in de campagnestrijd tegen de kandidaat van de andere partij. Amerikaanse partijen zijn altijd goede voorbeelden geweest van de mogelijkheid interne partijstrijd en eensgezindheid te combineren, mits deze elkaar in de tijd opvolgen. De conventie is het omslagpunt.

Lees de rest van het artikel in de pdf