De heruitvinding van de verzorgingsstaat

De man als kostwinner die veertig of vijftig jaar werkt voor dezelfde werkgever, voordat hij op zijn vijfenzestigste met pensioen gaat, en de vrouw die voor de kinderen zorgt en het huishouden doet — het is een leven waarin we ons tegenwoordig nauwelijks nog herkennen. Een nieuwe langetermijnvisie op ons onderwijs, onze arbeidsmarkt, onze sociale zekerheid en onze pensioenen is daarom hard nodig, want die gaan allemaal nog uit van dit ouderwetse model. De kwaliteit van het bestaan moet daarbij als uitgangspunt dienen. Monika Sie Dhian Ho en Frans Becker geven de prioriteiten aan voor de heruitvinding van onze verzorgingsstaat, langs de lijnen van de moderne levensloop.

‘Werknemer krijgt recht op thuiswerken’, luidde de kop in de Volkskrant van 16 februari 2012 naar aanleiding van een initiatiefwet van GroenLinks en het CDA. De partijen willen werknemers de mogelijkheid bieden voortaan zelf te kiezen voor flexibele werktijden of thuiswerken. ‘Om de kosten van de vergrijzing te kunnen opvangen, is het van belang dat iedereen die kan werken naar vermogen bijdraagt’, was de toelichting. Het wetsvoorstel moet de arbeidsproductiviteit, de gezondheid, het milieu, het combineren van werk en zorgtaken, en het verkorten van de files ten goede komen. Het wetsvoorstel laat zien hoe politiek en beleid proberen een antwoord te vinden op nieuwe levenspatronen van werknemers, en de voorzieningen van de verzorgingsstaat trachten aan te passen aan de veranderende levensloop. Daarover gaat ook dit nummer van Socialisme & Democratie in het kader van het Van waarde-project van de Wiardi Beckman Stichting. Centraal staat daarbij wat wij van waarde achten, hoe dat onder druk staat (en welke nieuwe mogelijkheden ontstaan), en wat ons te doen staat.

Het gehele artikel is in de bijlage te vinden.