De kloof tussen beloven en doen was te groot

Jan Drentje - Negen zetels en een voorzitter in tranen. De tocht door de woestijn voor de PvdA is begonnen, aldus de nieuwe Mozes, Lodewijk Asscher. Herbronnen van de eigen sociaal-democratische uitgangspunten. Verbazing en verbijstering bij vriend en vijand. In 2012 had de PvdA onder leiding van Diederik Samson regeringsverantwoordelijkheid genomen, maar de kiezer beloonde dit niet.
Wie de politicologische literatuur van de afgelopen decennia kent, verbaast zich over deze neergang niet. Al in 1997 heeft de Franse politicoloog Benard Manin laten zien dat het theatrale aspect van de politiek in westerse democratieën sterk is toegenomen.

Toeschouwersdemocratie
Traditionele partijen kunnen steeds minder rekenen op een stabiele aanhang. Ideologische bindingen zijn veel losser geworden. Tijdens de campagne gaat het in mindere mate om concreet beleid, maar om de geloofwaardigheid en aantrekkingskracht van de politieke voorstelling en in verband daarmee het vertrouwen in en de sympathie voor de hoofdrolspelers. In een mediacratie draait het om de manier waarop politici tijdens verkiezingen het verhaal over politieke keuzes naar hun hand kunnen zetten. Manin spreekt in dit verband van een ‘audience democracy’ ofwel een toeschouwersdemocratie (Jos de Beus).

Meer zeggenschap
Politiek als retoriek is echter maar de helft van het verhaal, zoals blijkt uit een groot opgezet onderzoek naar het functioneren van onze democratie, de zoegnaamde democratic audit - (Democratie doorgelicht 2011). Hierin komt naar voren dat kiezers vooral onvrede hebben over de kloof tussen beloven en doen. In het politieke theater zoals het nu wordt vormgegeven is de anticlimax als het ware al onderdeel van het toneelstuk: verkiezingsbeloftes worden gebroken, de coalitie en het regeerakkoord zien er anders uit dan gedacht. Daarvoor bestaat minder begrip dan in het verzuilde verleden. Kiezers willen dat hun stem er echt toe doet.

Peter Mair analyseerde in zijn 'Ruling the void. The hollowing of western democray' (2013) hoezeer de democratische representatie is uitgehold door kartelvorming van politieke partijen en technocratisch politiek bestuur. De verweesde kiezer is daardoor vatbaar voor populistisch politiek theater.

Uit de legitimiteitsmonitor van de democratie van 2015 blijkt dat meer dan 90% van de kiezers van mening is dat politici in het algemeen meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Ruim 80% is daarom voorstander van meer referenda. Op zichzelf is de steun voor de democratie nog hoog, maar het vertrouwen in individuele politici is laag. Het politieke theater krijgt veel belangstelling, maar wordt tegelijkertijd met argwaan bekeken. In deze politicologische context moet zowel de winst van Samson in 2012 als het verlies van Asscher worden gezien.

Het beste jongetje van de klas: de winst van Samson
Bij de verkiezingen van 2012 wist Samson tot ieders verrassing de PvdA uit het moeras te trekken. De partij kwam uit op 38 zetels terwijl de partij in de peilingen aanvankelijk nauwelijks boven de 20 zetels kwam. Wat maakte dit succesverhaal mogelijk? De verkiezingen van 2012 werden uitgeschreven na het echec van het minderheidskabinet van VVD en CDA, gesteund door de PVV. Even leek het erop dat Nederland naar het Deens voorbeeld een hard immigratiebeleid zou gaan voeren. ‘Dit wordt een kabinet waar rechts Nederland zijn vingers bij aflikt’, aldus premier Rutte bij de totstandkoming van zijn eerste kabinet. Om de financiële crisis het hoofd te bieden en het begrotingstekort binnen de Europese norm van 3% te brengen, werden harde bezuinigingen aangekondigd. Zoals bekend weigerde Wilders hiervoor te tekenen. En viel het kabinet.

Het verhaal van Roemer
Bij de verkiezingen die daarop volgden stonden vervolgens twee kwesties centraal. Moest de koers van het harde immigratiebeleid worden voorgezet? Was de zoveelste ronde van forse bezuinigingen op overheidsuitgaven verstandig/gewenst?

In het begin van de campagne ontstond een klassieke rechts-links tegenstelling. Rutte sprak van ‘de socialisten’ alsof we nog in de jaren vijftig leefden en Emiel Roemer van de SP keerde zich tegen het grootkapitaal alsof de klassenstrijd nog springlevend was. Roemer wilde het verschil maken. Niet de economie kapot bezuinigen. Een sterker Nederland moest vooral ook een socialer Nederland opleveren.

In de peilingen leek Roemer de premier van Nederland te kunnen worden. De PvdA werd weggezet als een bestuurderspartij die als erop aankwam niet veel meer deed dan neoliberaal beleid sociaal bijvijlen. Maar, het beeld kantelde. Waren de plannen van de SP wel betaalbaar? Zou een hoger begrotingstekort dan 3% de toch al broze Europese solidariteit niet verder aantasten, met alle gevolgen voor de Euro van dien?

In de pers werd gewezen op de achtergrond van Roemer. Dorpsonderwijzer met havo. Het theaterbeeld werd: aardige man, maar kan Nederland aan deze suikeroom worden toevertrouwd? Was het verhaal van Roemer niet een links sprookje?

Het verhaal van Samson
Dat schiep ineens theatrale ruimte voor Samson. Deze gepromoveerde kernfysicus kon met zijn enorme dossierkennis gemakkelijk de gaten in het verhaal van Roemer aantonen. Hij vertelde ‘het eerlijke verhaal’. De overheid kon niet voor Sinterklaas spelen. Bezuinigingen waren onvermijdelijk. Maar dat was niet genoeg. Samson moest duidelijk maken dat een stem op de PvdA echt het verschil zou maken: geen nieuwe draconische bezuinigingen op de verzorgingsstaat. Geen nieuwe neoliberale oplossingen. Met de PvdA aan de macht zou Nederland sterker en vooral: socialer worden.

In de debatten stelde Samson dat de PvdA haar lesje sinds Fortuyn had geleerd: het redelijke alternatief voor de SP zou niet ontaarden in ‘rechts-rot-beleid’. Het publiek geloofde hem.

Coalitievorming als kaartspel
Vervolgens wonnen zowel VVD als PvdA de verkiezingen. In het versplinterde politieke landschap was coalitievorming bijzonder moeilijker, zeker toen een coalitie VVD-PVV met aanvullingen (CDA, D66) niet mogelijk bleek. Het werd zoals bekend een kabinet Rutte–Samson. Die na de verkiezingen ineens verrassend goed met elkaar overweg konden.

Twee tegenstrijdige verkiezingingsverhalen moesten worden geïntegreerd: het antisocialistische verhaal van Rutte en het eerlijke sociale verhaal van Samson. Een onmogelijke opgave gelet op de tegenstelling die tijdens de campagne was opgeroepen. Verschillen tussen VVD en PvdA waren uitvergroot. Het publiek verwachtte een kabinet rechts- of linksom.

Een dergelijke synthese was nog (net) mogelijk in de jaren 50 toen bij de verkiezingen van 1956 de vraag centraal stond of Drees (Pvda) dan wel Romme (KVP) zou gaan regeren. Het werd een coalitie van Drees en Romme – maar ook destijds was er al veel kritiek op deze bloedeloze pacificatie. . Bij de oprichting van D66
speelde kritiek op dit soort depolitisering na verkiezingen een belangrijke rol.

Coalitiekaarten
Informateur Wouter Bos koos niet voor het zouteloze compromis, maar voor een gun-model. Iedere partij mocht een deel van het programma uitvoeren. Regeren zou een Janusgezicht krijgen. Op het ene dossier zou Nederland naar links kijken, op het andere naar rechts.

Al snel bleek het twee heren dienen (Mattheus 6:24) onmogelijk. De inkomensafhankelijke zorgtoeslag, troef van de PvdA, leidde tot een dusdanige nivellering dat de VVD achterban dit meteen wilde blokkeren. Na crisisoverleg verdween dit voorstel van tafel en kwam er een pakket van kleine maatregelen die nivellerend zouden moeten uitwerken.

Voor het grote publiek verloor hier het verhaal van Samson zijn geloofwaardigheid. De inbreng van de PvdA zou opnieuw op rommelen in de marges van het VVD beleid neerkomen. Kort na de start van de coalitie lieten de peilingen al een val van de PvdA zien. De kloof tussen beloven en doen was te groot. Ook een flink aantal VVD kiezers haakte af, maar in mindere mate.

Samson nam geen zitting in het kabinet. Hij zou als fractieleider het sociaal-democratische geluid vanuit de Kamer laten horen. Daar is weinig van terecht gekomen. Samson voerde een strakke regie over de PvdA-fractie die nauwelijks bij het coalitieakkoord was geraadpleegd. De fractie werd geleid alsof de leden werknemers waren van de lijst Samson. Overheersend werd het beeld dat Samson ervoor heeft gezorgd dat het tweede kabinet-Rutte de rit kon uitzitten – een kabinet met opnieuw een neoliberaal profiel.

Spijt waarvan?
Kort voor de verkiezingen in 2017 betuigden zowel Rutte als Samson spijt. Rutte voor het doen van loze beloftes waardoor hij aan vertrouwen bij het publiek heeft verloren. Samson betuigde spijt voor het buitenspel zetten van de fractie. De spijtbetuiging van Samson was dus niet gericht op de kiezer, hield geen verband met gemaakte politieke keuzes, maar moest zijn herverkiezing tot lijsttrekker ondersteunen. Op dat moment stond de PvdA al op circa 10 zetels in de peilingen.

Op zoek naar een nieuw verhaal
Samsons nieuwe verhaal zou de PvdA opnieuw uit het moeras moeten trekken. Als hij de kans had gekregen, zou hij zich de blaren van de tong hebben gepraat om aan te tonen dat de PvdA-inbreng op tal van dossiers wel degelijk het verschil heeft gemaakt.

Nederland is niet kapot bezuinigd, er is bijna volledige werkgelegenheid, het begrotingstekort en de staatsschuld zijn op orde. De PvdA zorgde voor nivellerende aanpassingen van de inkomstenbelasting, beter toegankelijke de kinderopvang, verruimde het basispakket voor de zorg, normeerde de topinkomens bij de overheid etc. Veel neoliberale beleidsvoornemens zijn inderdaad sociaal bijgevijld.

Maar bijvijlen is iets anders dan het grote verschil maken – wat de suggestie van de campagne was. Het eerlijke socialistische verhaal dat hem in 2012 zoveel stemmen opleverde. Hervorming van de woningmarkt heeft geleid tot stijging van de huren. Nog steeds is er een schrijnend tekort aan sociale woningbouw. Het Sociaal Akkoord van Asscher leidt nauwelijks tot meer vaste banen. Topinkomens bij de overheid zijn genormeerd, maar dat raakte veel semipublieke instellingen niet. Onvrede over marktwerking in de zorg is niet kleiner geworden. Meer dan de helft van de Nederlandse huishoudens geeft aan moeite hebben maandelijks rond te komen. Het kinderpardon is uiterst terughoudend uitgevoerd waardoor er nog steeds kinderen die hier geboren en getogen zijn, worden uitgezet. Het overheersende beeld van Samson was nu: een handige prater waar je de facto niet van op aankunt.

Nieuwe hoofrolspeler
Om de lijsttrekker een nieuw charisma te verlenen werden leiderschapsverkiezingen gehouden. Tot Samsons schrik pakte Lodewijk Asscher hem precies aan op het punt waarvoor hij zijn excuses had aangeboden. ‘Je hebt ons niet meegenomen in de formatie’. Je hebt gekwartet met onze waarden, aldus Asscher. Exit Diederik Samson. Met een droge snik en de felicitaties voor Lodewijk Asscher.

Dat Asscher zelf in het resultaat van dit kwartetspel een leidende rol heeft gespeeld, leek er voor de PvdA-leden niet toe te doen. Zou de kiezer Samson even makkelijk vergeten? Samson was voor het eerst van zijn stuk – zijn politieke vriend Asscher met wie hij wekelijks het kabinetsbeleid afstemde, pleegde hier verraad. Verraad aan Samson, om een beter verhaal te hebben voor de kiezer. Een nieuw verhaal dat kiezers alleen nog zou kunnen aanspreken als afstand wordt genomen van het kabinet-Rutte. Dat is de tragiek van het ‘succes’ van Samson.

Uit democratisch oogpunt was het beter geweest als Samson zelf verantwoording af had kunnen leggen voor de gemaakte politieke keuzes/ het kabinetsbeleid. Als regisseur van zijn eigen politieke theater. For better and for worse. Wellicht had hij als tragische held nog sympathie bij het publiek kunnen opwekken.

Conclusie: de campagne van 2017 had geen schijn van kans
De meeste kiezers die in 2012 de PvdA het voordeel van twijfel hadden gegund, waren in datzelfde jaar al vertrokken. Het politieke theater heeft eigen wetten. Nu ideologische banden losser zijn, moeten woorden en daden duidelijk verband houden. Asscher probeerde de kiezers terug te winnen met links patriottisme en de economische successen van het kabinet. Maar dat deed de VVD al. En beter.

Asscher poseerde vooral als de betrouwbare minister-bestuurder die in 2012 verantwoordelijkheid had genomen. Terwijl Samson had beloofd dat de PvdA het verschil zou maken. Die breuk tussen beloven (Samson) en doen (Asscher) wordt in de huidige politieke context afgestraft. Ook de VVD verloor zetels, maar minder dan de PvdA omdat het kabinet per saldo een rechts profiel had.
Het zijn daarom niet zozeer de kernwaarden van de sociaal-democratie die moeten worden herontdekt. Daarover heeft de Wiardi Beckman Stichting de afgelopen jaren al tijdschriften vol geschreven. Het is gewoon de zoveelste keer dat de PvdA partijtop heeft laten zien te zeer een bestuurderspartij te zijn - op te grote afstand van zijn kiezers.

De huidige opgave van Asscher c.s. is daarom de PvdA minder een partij en meer een beweging van en door burgers te laten zijn.

dr. Jan Drentje is onderzoeker politiek geschiedenis