De moed om onbescheiden te zijn

Merijn Oudenampsen en Dylan van Rijsbergen - We leven in rechtse tijden. Niet omdat er geen linkse partijen meer bestaan, maar omdat we steeds meer zijn gaan denken volgens de lijnen die de andere zijde uitzet. Het is alsof een groot deel van de vertegenwoordigers van linkse instituties, of het nou partijen, vakbonden of media zijn, lijden aan een collectief Stockholmcomplex. Wat als we het gewoon weer eens over maatschappij-verandering hadden?

Hoe komt het toch dat zeven jaar na de grootste financiële crisis sinds de jaren dertig, links zo weinig politieke munt heeft kunnen slaan uit het eigen gelijk? Hoe komt het dat het kabinet-Rutte II zonder veel weerstand een beleid van veelomvattende bezuinigingen heeft kunnen doorvoeren, onder de even onoprechte als impopulaire benaming ‘participatiesamenleving’? Hoe komt het dat linkse partijen medeondertekenaars zijn van een wet waarin studenten — traditioneel hoofdrolspelers in het linkse ontplooiingsideaal — worden geknecht met een nog jarenlang af te betalen studieschuld? En dat terwijl we weten dat juist een opeenstapeling van private schulden de financiële crisis heeft veroorzaakt?

We leven in rechtse tijden, waarin links lijkt te lijden aan chronische verlegenheid. Waarin geen linkse politicus het aandurft om het economisch beleid radicaal te bevragen, zoals de vernieuwende, keynesiaans georiënteerde partijen als Syriza en Podemos op succesvolle wijze doen. Waarin linkse partijen over elkaar heen buitelen om hun verkiezingsprogramma te laten doorrekenen met de neoklassieke modellen van het CPB. Waarin nieuwe antiracistische bewegingen, zoals die tegen Zwarte Piet, door linkse politici meewarig worden bekeken als een terugkeer naar het eigen afgezworen ‘politiek correcte’ antiracisme van de jaren tachtig. U weet wel, de tijd van de anti-apartheidsbeweging.

Lees de rest van het artikel in de PDF.