Een frontale botsing met de kiezer, in slow motion

Rachid El Ouachoun - De historische verkiezingsnederlaag van de PvdA op 15 maart 2017 schreeuwt om een nadere analyse. Waar kwam die uitslag vandaan? Eigenlijk waren de peilingen al sinds 2013 slecht (soms 9 zetels bij Maurice de Hond). Tegelijk scoorde de PvdA redelijk goed in de tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen in november 2013 (bijvoorbeeld in Leeuwarden). In 2014 werd nog 10,2% van de stemmen gehaald bij de gemeenteraadsverkiezingen. En dan te bedenken dat daar een deelname van veel lokale partijen bij hoort. Dus dat zou gelijk kunnen staan aan circa 15% van de landelijke partijen. Bij de Provinciale Staten-verkiezingen 2015 haalden we circa 11%, wat leidde tot de huidige 8 Eerste Kamer-zetels. Anders gezegd: een score van 5,7% en niet meer dan 9 Tweede Kamerzetels is niet alleen terug te voeren op 'de jarenlange peilingen'. Dit heeft ook met de campagne te maken. 

Focus
In de campagne leek de juiste focus te ontbreken. Het ene moment zocht men samenwerking met het CDA, dan weer werd het CDA juist aangevallen. In de debatten leek de opstelling vooral defensief (met name op 26 februari in de Rode Hoed), gericht op het voorkomen van fouten. Een defensieve strategie werkt niet bij een achterstand, als nr. 7 in de peilingen. Het is te vergelijken met verdedigend gaan voetballen bij een 2-0 achterstand. Daar red je het niet mee. En een vice-premierbonus blijkt inderdaad niet te bestaan.

Concurrentie
D66 ging met zijn verkiezingsprogramma en campagnespotje duidelijk op PvdA-terrein zitten: 'Goed werk en goede zorg', 'Gelijke kansen voor iedereen', 'Samen krijgen we het voor elkaar'. Hier kwam geen echte reactie op van de PvdA.

De campagnespot van de PvdA werd veel minder vaak uitgezonden dan die van D66. Het is ook de vraag of een feel good spotje over het 'wij-gevoel' past bij een nr. 7 positie in de peilingen, waar kiezers met gerichte argumenten teruggewonnen zouden moeten worden. Een feel good spotje past meer bij een partij die al hoog staat in de peilingen, en slechts zijn voorsprong hoeft te verdedigen. Op social media werd de PvdA afgetroefd door GroenLinks en D66.  

De VVD koos een andere manier om een lange en moeilijke boodschap te brengen, namelijk door een hele lange pre-campagne, die eigenlijk al in augustus 2016 begon, met o.a. 'sorry', 'pleur op' en 'ik begrijp jullie'.

De Turkije-crisis van 11 en 12 maart werd door Rutte bijzonder effectief benut. De VVD kreeg hierdoor uiteindelijk een crisismanagerbonus van 7 zetels (van 26 naar 33) Net zoals Wouter Bos die kreeg in de herfst van 2008 en Frans Timmermans in de zomer van 2014. Hoewel Koenders en Aboutaleb en Asscher ook een groot aandeel hadden in het daadkrachtige bestuurlijke optreden, kwam de laatste daarbij uiteindelijk te weinig in beeld voor een crisismanagerbonus.

Bijsturing
In tegenstelling tot 2006 was er geen echt Plan B. In november 2006 zakte de PvdA in de campagne weg van 48 naar, op een bepaald moment, slechts 27 zetels. De naar de SP uitgeweken kiezers konden in de laatste week deels worden teruggehaald naar de PvdA, zodat die uiteindelijk uitkwam op 33 zetels. Hiervoor lanceerde de partij een plan met diverse linkse breekpunten.

Dit jaar was het Plan B een te lange en moeilijk leesbare, open brief in de Volkskrant op 10 maart. Dit werkte niet. Kiezers terughalen was in 2006 ook makkelijker dan in 2017. In 2006 was namelijk duidelijk waar de PvdA-kiezer naartoe was gegaan (naar de SP), terwijl in 2017 de voormalige PvdA-kiezer naar heel verschillende partijen was uitgeweken.

Eindsprint
Het 1 Vandaag-debat van 10 maart en het slotdebat van 14 maart verliepen op zich goed. Mogelijk was het te laat om nog effect te hebben, de beslissende trends worden immers zo’n 2 tot 3 weken voor de verkiezingen ingezet. Maar evengoed kan gezegd worden dat er nog een zetel gered is, gezien ook het feit dat 40% van de kiezers pas op de laatste dag besloten heeft over zijn of haar stem. 

De vorige formatie
Een adequate reactie ontbrak ook vóór de laatste campagne. Immers slechte peilingen waren er al sinds 2013. De PvdA begon in november 2012 al snel weg te zakken. Er kwamen geen wezenlijke correcties op het beleid. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de inkomensafhankelijke zorgpremie, die voor de VVD-aanhang onacceptabel was en werd geschrapt. Voor de PvdA stond hier te weinig tegenover. De belastingverlaging van 5 miljard euro in 2016 had geen enkel electoraal effect.

Je mag zeggen dat de PvdA de verantwoordelijkheid heeft genomen voor de totale 51 miljard euro aan bezuinigingen van Rutte-2 en Rutte-1. Dat was immers de grootste bezuinigingsoperatie aller tijden. Voor de PvdA was dat een enorme gifbeker, die in zijn geheel leeggedronken moest worden.

De PvdA-campagne van 2012 was een anti-bezuinigingscampagne tegen het 'rechtse rotbeleid'. Vervolgens stapte de PvdA in een bezuinigingskabinet met de VVD, terwijl Maurice de Hondt al aangaf dat ten minste 12 van de 38 zetels puur een strategische stem waren om Rutte uit het torentje te krijgen. De teleurstelling bij de linkse kiezer zat daarmee bij de formatie in 2012 al bij voorbaat ingebakken. Dit ondanks dat Samson nooit beloofde de VVD uit te sluiten. ('Ik beloof niets, dit is het eerlijke verhaal.') 

Het electorale verlies had mogelijk beperkt kunnen worden als toen één of meerdere centrum-linkse partijen meegenomen waren in de coalitie. Dan zou het electorale verlies gedeeld kunnen worden met D66 of de SP. De PvdA heeft dit laatste ook voorgesteld in de formatie van 2012, maar de VVD was tegen een kabinetsdeelname van de SP.

Een extra partij had ook kunnen zorgen voor een meerderheid in de Eerste Kamer. Nu moest steeds met de constructieve-3 (D66, CU en SGP) worden gezocht naar meerderheden. In de beeldvorming leken de C-3 daarmee de coalitie steeds te corrigeren op te ver gaande bezuinigingsplannen. De C-3 profiteerden hiervan, de coalitie niet. Mogelijk dacht men dat meerderheden in de Eerste Kamer vanzelf haalbaar zouden zijn, omdat dit tijdens Rutte-1 ook zo was. Echter een minderheid van 37-38 in de Eerste Kamer is toch een heel ander verhaal, dan een verhouding coalitie-oppositie van 30 tegen 45. Dit is mogelijk over het hoofd gezien in de te snelle formatie.

Beleid
Niet alle bezuinigingen hebben hetzelfde electorale effect; tegen het Rutte-1 pakket van 18 miljard euro was maar een beperkte maatschappelijke weerstand. Wel is het zo dat linkse kiezers een veel hoger verwachtingspatroon lijken te hebben dan rechtse kiezers. Linkse kiezers zijn ook sneller teleurgesteld. Bij de VVD gaf 81% van de kiezers nu aan op die partij gestemd te hebben vanwege de economische opleving. Bij de PvdA trad dit effect niet op. Te lang is ervan uitgegaan dat een economische opleving ook zou leiden tot een electorale opleving. Historisch is dit misschien te verklaren: in 1977, 1994 en 1998 leidde een economisch herstel ook tot electoraal herstel voor de PvdA.

Sinds de Fortuyn-revolutie van 2002 zijn de politieke spelregels echter veranderd. Verkiezingen gaan minder over feiten en meer over gevoel, in het bijzonder over gevoelens van onvrede. Feiten over goede overheidsfinanciën, banen en economische groei nemen deze gevoelens van onvrede niet per se weg. De oppositie wakkert deze gevoelens van onvrede constant aan en de media lijken daar ook meer belangstelling voor te hebben dan voor (positieve) feiten. Uiteindelijk kwam er vanuit de PvdA geen adequate reactie op de in de samenleving aanwezige gevoelens van onvrede. 

Sommige maatregelen uit het bezuinigingspakket van 51 miljard euro hebben hier mogelijk in bijzondere mate aan bijgedragen. Te denken valt aan de decentralisatie van de thuiszorg, waarop 3 miljard euro bespaard werd. Dit leidde tot een voortdurende negatieve beeldvorming, met 70.000 zorgwerkers die hun baan verloren en mensen die hun thuiszorguren moesten inleveren. Het ging vooral ook ten koste van de minder mondige burgers, die zich minder goed konden verweren tijdens de 'keukentafelgesprekken' met gemeenteambtenaren. Steeds terugkomende negatieve beeldvorming was er ook rondom het dossier PGB en de verpleeghuiszorg. Het electorale effect van dreigende pensioenkortingen door steeds vast te houden aan de zogenoemde rekenrente in de wet, is mogelijk onderschat. Welke maatregelen nu precies het meeste pijn hebben gedaan, zou nader onderzocht moeten worden.

Daarnaast is er een verschil in focus tussen de leden en de kiezers van de PvdA. Waar de leden zich druk maakten over de strafbaarstelling van illegaliteit van vreemdelingen en het kinderpardon, leven deze onderwerpen bij de kiezers van de PvdA niet of nauwelijks. Een deel van de leden is kosmopolitisch en internationaal georiënteerd. Onze traditionele kiezers zijn dat niet en zijn meer bezig met problemen in hun directe omgeving.

Economisch gezien gaat het kabinet-Rutte/Asscher de geschiedenis in als één van de meest succesvolle kabinetten ooit. Nederland is inderdaad sterker uit de crisis gekomen. De PvdA als partij zal uiteindelijk ook weer sterker uit de crisis komen, zoals zo vaak eerder is gebeurd. Het herstel zal wel beter gaan als sneller en adequater wordt gereageerd op trends en gevoelens in de samenleving. En dat geldt ook voor opiniepeilingen. 

Rachid El Ouachoun is sociaal-pedagoog en is bestuurslid van de PvdA Zuid-Holland.