Gemeenschappelijke drijfveren

Hans Spekman - Tijdens de Tour de France van 1992 zitten twee wielrenners uit de Nederlandse ploegen Panasonic en Buckler, Marc Sergeant en Frans Maassen, in een veelbelovende ontsnapping. Hoewel de twee tot verschillende ploegen behoren is Nederland blij: (waarschijnlijk) een Nederlandse ploeg die de etappe-overwinning in de wacht sleept. Niets blijkt minder waar. Heel Nederland is getuige van een woordenwisseling tussen twee wielrenners, die vanwege kinnesinne tussen de ploegleiders een overwinning uit handen geven aan de onbekende Fransman Colotti. Vroeg iemand in Nederland zich af welke van de ploegleiders (Raas en Post) er gelijk had? Nee. De kijker was vooral teleurgesteld dat door gedoe Nederlands succes achterwege bleef.

Tussen linkse politieke partijen is dergelijk gedrag helaas geen uitzondering. Vanwege onderlinge strijd worden de gemeenschappelijke doelen nog weleens uit het oog verloren. Mijn collega-voorzitter van GroenLinks en ik waren dan ook tevreden dat we de samenwerking tussen de wetenschappelijke bureaus van onze partijen naar een hoger plan konden tillen, tijdens een openbare bijeenkomst in De Balie. Wel jammer dat de SP er niet was.

Dat we gemeenschappelijke drijfveren hebben is helder. Voor mij persoonlijk is dat het jongetje dat in India asbest van onze afgeschreven boten staat te schrapen. Hij is voor mij het symbool van onrecht dat me permanent motiveert om me niet neer te leggen bij de bestaande situatie. Maar dat is persoonlijk. Is solidariteit nog wel zo breed gedragen in een maatschappij die draait om efficiency en winsten?

Volgens mij wel. Toen Soufian Afkir, vakkenvuller bij Albert Heijn, ten overstaan van de hele aandeelhoudersvergadering eerder dit jaar de helft van zijn pak uittrok om te protesteren tegen het lage jeugdminimumloon, stemden de reacties mij positief. De massale steunbetuigingen lieten zien dat er in de samenleving veel sympathie is voor deze David, die de grootkapitalistische Goliath op ludieke wijze probeert te bestrijden. Het initiatief van Young & United, waaraan een breed spectrum van linkse verenigingen en partijen meewerkt, heeft geleid tot een gezamenlijk voorstel van PvdA, GroenLinks en SP in de Tweede Kamer.

Het kan dus wel. Maar waarom vinden we elkaar dan zo weinig? Mijn overtuiging is dat het komt omdat wij, linkse partijen, te veel de nadruk leggen op de verschillen tussen partijen. Er is altijd wel wat. Variërend van inhoudelijke verschillen waar een vergrootglas overheen wordt gelegd, tot partijpolitieke wrok uit het verleden. Variërend van gedoe in de persoonlijke sfeer, tot de angst voor electoraal verlies vanwege gebrek aan onderscheidend vermogen.

Het is echter hoog tijd om die ‘dingetjes’ te overstijgen, want links wordt in zetelaantal steeds kleiner. Dat komt omdat kiezers bovenal geen zin hebben in muggenzifterij. Electoraal zit het grootste risico in teleurgestelde linkse kiezers die niet meer de moeite nemen om naar het stemhokje te gaan. Net als de tv-kijker in 1992 vraagt geen enkele linkse kiezer zich af wie er gelijk heeft: hij ziet ruzie en baalt. Hij baalt omdat de volksvertegenwoordigers in wie hij zich ideologisch herkent elkaar de tent uitvechten, terwijl de rechtse partijen er met de overwinning vandoor gaan. Want als we ons iedere keer uit elkaar laten spelen, is er straks nog meer flexibilisering, groeit de kloof nog sneller en racen we af op een samenleving waarin ‘ieder voor zich en ik voor mezelf’ tot het heersende adagium is verheven. Dat mag niet gebeuren en dat hoeft ook niet te gebeuren.

Linkse samenwerking begint bij het erkennen en accepteren dat we op sommige punten van elkaar verschillen, en de nadruk leggen op de vele punten waar we overeenstemming hebben. Linkse partijen zullen de handen ineen moeten slaan op onderwerpen waarover we het fundamenteel eens zijn, zoals gedaan is bij het voorstel ter afschaffing van het minimumjeugdloon. Het bestrijden van de ‘centrifugale krachten van het kapitalisme’ staat daarbij voorop: het belachelijke idee dat meer flex en minder werknemersrechten de oplossing zijn voor alles. Daarnaast zullen linkse partijen nog vaker gezamenlijk moeten aansluiten bij bestaande initiatieven in de samenleving. Linkse politici, of het nou SP, GroenLinks, de PvdA of een lokale links-progressieve partij is, zullen vooraan moeten staan om inwoners van een gemeente te helpen die zelf een zorgcorporatie oprichten, die een kleine school willen openhouden (zoals onze partijgenoot Jan Schuurman Hess) of die ten strijde trekken tegen het doorgeslagen rendementsdenken in het onderwijs.

Ik heb de diepe overtuiging dat dit kan. Dat we elkaar kunnen vinden op de idealen die we delen, mits we stoppen met het benadrukken van de standpunten waarop we verschillen. Als we zover zijn kunnen we nog effectiever koersen op een samenleving waarin we samen vooruitkomen.