Gemeenten volop aan de slag met integratie statushouders

Jaco Dagevos & Arend Odé - Nu de opvang van vluchtelingen redelijk op orde is en veel gemeenten opgelucht ademhalen, dient het volgende vraagstuk zich alweer aan: de integratie van de statushouders. Hoewel succes allerminst gegarandeerd is, lijken de vijf grote steden het goede pad gekozen te hebben.

2015 gaat de boeken in als het jaar van de migratie. In totaal vroegen rond de 60.000 personen asiel aan in Nederland, het hoogste aantal van de afgelopen 25 jaar. Zeker nadat in de tweede helft van 2015 het aantal asielaanvragen sterk toenam, zag bestuurlijk Nederland zich gesteld voor een enorme opgave om deze mensen opvang aan te bieden. Daar lag in eerste instantie de prioriteit. Geleidelijk aan drong echter ook het besef door dat veel van deze asielzoekers in Nederland gaan wonen. Ongeveer 70 % van de eerste asielverzoeken in 2015 is immers ingewilligd.

Eind december 2015 verscheen de door de WRR, WODC, SCP en Regioplan opgestelde Policy Brief Geen tijd verliezen (Engbersen et al. 2015), waarin werd teruggekeken naar de integratie van asielmigranten die eerder naar Nederland waren gekomen. De bevindingen stemmen niet hoopvol: de sociaaleconomische positie is overwegend slecht; het aandeel werkenden is laag; de bijstandsafhankelijkheid alarmerend hoog; en een substantieel deel heeft een inkomen onder de armoedegrens. Vooral in de eerste jaren van het verblijf in Nederland hebben weinig statushouders een betaalde baan. De arbeidsparticipatie loopt daarna weliswaar op, maar het aandeel werkende statushouders blijft achter bij gezins- en arbeidsmigranten die in dezelfde periode naar Nederland zijn gekomen (zie ook Bakker 2016).

Lees de rest van het artikel in de pdf