Kastanjes uit het vuur, handen verbrand

Bert Ummelen - Tja, waar denk je aan op zo’n avond?

Ik dacht die woensdagavond aan oud-VVD-senator Harm van Riel. Zijn droom was het ‘de solidariteit tussen socialistische arbeiders en kritisch intellect te slopen’. Onze partij dus.

Die droom is uitgekomen, dat dacht ik. Alleen niet op de manier van de dromer, precies andersom. De romppartij die na woensdag rest is nog aardig gevuld met de doctorandussen die Van Riel naar rechts wilde trekken. De werkende klasse is weg, maar dat was al zo.

We kunnen zwelgen in zelfverwijt en zelfmedelijden. Kastanjes uit het vuur gehaald, handen tot de derde graad verbrand. Toch te snel in die gedoemde regeerschuit gestapt? Niet bedacht dat als er al electorale vruchten te plukken vielen van een hard bezuinigingsprogramma die in elk geval nooit in onze schoot terecht zouden komen? En dan die zelf gezochte leiderschapscrisis. Hoe heeft iemand het in zijn hoofd kunnen halen dat die malle tweestrijd tussen Samsom en Asscher buiten de kring van partijgetrouwen een andere betekenis zou hebben dan die van onzekerheid en onenigheid.

Natuurlijk, de PvdA heeft binnen de marges van werkzaam herstelbeleid en coalitieverplichtingen de pijn ‘zo sociaal mogelijk’ verdeeld. Maar kiezers beoordelen partijen niet op grond van hun prestaties; ze beoordelen ze op grond van de verwachtingen die ze daarvan hebben. Een naar links getrokken campagne en vervolgens een naar rechts getrokken beleid – het is vragen om problemen.

Het hybride beeld van onze partij werd versterkt door de behoefte om bij alle woeste ingrepen van Rutte II in verzorgingsarrangementen een sociaal gezicht te tonen. We kregen een nivelleringsfeestje. Met het voorspelbare effect dat we de middengroepen, die nu juist getekend hadden voor het relatieve succes van 2012, van ons vervreemdden. We kregen ronkende ruzies over kinderpardon en bed-bad-brood met als even voorspelbaar gevolg dat we grote delen van onze oude achterban, die achter de Rattenvanger van Venlo aan zijn gaan lopen, nog meer van ons verwijderden. We hebben het liever over racisme dan over integratie. Evengoed gingen de oude vrienden Kuzu en Öztürk er met de stem van de nieuwe Nederlanders vandoor.

Hoe kon je de mokerslag eigenlijk niet zien aankomen? Daar had je Maurice de Hond echt niet voor nodig.
Pijnlijk herstelbeleid, lastige coalitiepartner, ongelukkige lijsttrekkersshow, een voorman die met handen en voeten gebonden aan de feiten van het verleden soms haaks daarop staande beloften voor de toekomst (eigen risico) deed, een swingend type ‘new on the block’ bij links, een diplomatieke rel die Rutte op de valreep vader des vaderlands maakte: allemaal gebeurd, allemaal waar. Maar laten we niet in de conjunctuur van deze verkiezingen blijven steken.

Die lijken, na vele waarschuwingen op rij, het failliet niet zozeer van onze partij als wel van ons politieke verhaal te bezegelen. Is er in een samenleving die langs diverse lijnen (sociaal-economisch, sociaal-cultureel, tussen generaties) breekt nog wel gehoor voor het verbindende verhaal dat bij uitstek het sociaaldemocratische verhaal is? Die pijnlijke vraag moeten we onder ogen zien. Wie optimistisch wil zijn wacht een heel lastige taak. ‘Onszelf blijven’, de trotse opdracht van de naamgever van de Wiardi Beckman Stichting, klinkt na dit verkiezingsdrama dromerig. Het zal ‘onszelf hervinden’, misschien wel ‘opnieuw uitvinden’, moeten worden.

En dat kan voor onze partij en de rol die zij wil spelen alleen in het midden van het politieke krachtenveld. Deze verkiezingen betekenen, hoe paradoxaal dat ook klinkt bij alle middelpuntvliedende krachten en versplintering, een herstel van het politieke centrum: daarbuiten valt te trekken en te duwen, maar niet te besturen. En traditioneel links wordt er als blok bepaald niet sterker op.

Hoe kan de PvdA als bestuurspartij haar kernwaarden - kwalitatief goede arbeid, bestaanszekerheid, goede zorg en meer gelijkheid van levenskansen – het grootst mogelijk politieke gewicht geven? Daar zou het nu in de eerste plaats over moeten gaan. Is het wijs halsoverkop aan te schuiven bij GroenLinks? Het is een verleidelijk idee voor een vergrijsde partij. Jeugdig elan, veel gelijkgezindheid en daarbij een scherp profiel op het ook electoraal belangrijke punt van verduurzaming. Maar belooft zulke linkse samenwerking, met uitsluiting van de SP, echt nieuwe slagkracht voor ons overbruggende verhaal? Waarom, als het om linkse samenwerking gaat, de banden met de vakbeweging niet eens stevig aangehaald?

Wie met Lodewijk Asscher meent dat er juist in een fragmenterende samenleving behoefte is aan een partij die bruggenbouwer wil zijn, moet zich afvragen waarom we er niet in zijn geslaagd die rol op een overtuigende manier te spelen. De problemen van de PvdA worden alom voorgesteld als een geloofwaardigheidscrisis. Woorden en daden, het uitgevente politieke ideaal en het politieke handelen, moeten zelfs in coalitieland Nederland op een herkenbare manier samenhangen. Maar het zou dieper kunnen zitten. Onze partij was succesvol zolang ze door veel mensen werd gezien als vehikel voor sociale stijging. Diezelfde mensen – arbeiders die tot de rangen van de middenklasse zijn opgeklommen – vrezen nu sociale terugval en herkennen de PvdA niet als een bondgenoot die dat zal verhinderen.

Als ‘samenlevingspartij’ zijn we mensen die het slecht hebben getroffen tot steun, zeker, maar we hebben een verhaal nodig dat de brede en verjongende middenklasse en haar belangen nadrukkelijk insluit: het is immers de kern van onze politieke filosofie dat zij, die middenklasse, draait aan de takel waarmee maatschappelijke achterblijvers steeds weer naar boven worden getrokken. Tegelijk mag de roep om culturele bescherming niet worden genegeerd en zo feitelijk cadeau gedaan aan rechts. Dat betekent niet Bumaatje spelen en surfen op de golf van benauwd nationalisme. Het betekent wel je als partij serieus engageren met mensen voor wie globalisering en massa-immigratie lelijke schaduwkanten hebben. ‘Samen’ is een loos kanselwoord als hun zorgen daarin niet begrepen zijn.

Nostalgie kan nooit een recept voor de toekomst zijn. De sociaaldemocratie moet haar missie herdefiniëren en waarmaken door de herbergzaamheid van onze welvaartsstaat te verbinden met openheid naar de wereld. Onze nieuwe partijleider heeft in de korte tijd die hem voor de verkiezingen was gegund gewezen welke kant het op moet: weg uit de technocratische modus, weten en uitdragen wat van waarde is, onze stem verheffen tegen het ontspoorde financiële kapitalisme met zijn marktfetisjisme. Duitsland leert dat zo’n verhaal nog altijd overtuigingskracht heeft. Laten we Asscher helpen met wat we als WBS-netwerk te bieden hebben: goede ideeën, scherpe analyses, kritische reflecties.