Niet normaal

Vijftien jaar geleden was de langdurige werkloosheid in Nederland schrikbarend hoog. De Wet Flexibiliteit en Zekerheid bracht de werkloosheid fors terug en Nederland is nu koploper werkgelegenheid in Europa. Maar er is een keerzijde: 34% van de werknemers werkt in een flexibele arbeidsrelatie. Dat is veel meer dan was voorzien.

Steeds meer mensen werken met tijdelijke contracten onder slechte omstandigheden. Zij bouwen geen of te weinig pensioen op, hebben diverse kleine baantjes en een laag inkomen - steeds vaker onder het minimumloon. Er ontstaat een brede onderlaag van onzekere beroepen - postbodes, zorgwerkers, supermarktpersoneel, schoonmakers. Ik maak me hier niet boos over de goed opgeleide zzp’er die in volle overtuiging zelf voor het zzp-bestaan heeft gekozen. Ik maak me wel boos over de de zzp’er die wordt ingezet om de lasten van de werkgever te verminderen. Ik maak me ook boos over de werknemer die jarenlang in tijdelijke contracten werkt en telkens een andere baan moet zoeken.

De grootste groep van ww-aanvragen is afkomstig van tijdelijke werknemers van wie het contract niet is verlengd. Werkgevers proberen ook nog wel eens om hun verplichtingen te ontduiken met ingewikkelde constructies zoals payrolling. De kosten van de flexibiliteit die de Nederlandse economie het relatief zo goed laat doen, worden dus afgewenteld op de overheid.

Ook de positie van vaste werknemers staat trouwens onder druk: ze worden vaak gedwongen in allerlei constructies te gaan werken, waar zij zelf niet voor hebben gekozen en waarmee hun zekerheden worden ondermijnd. Zo maakt dit kabinet het werkgevers erg gemakkelijk om een ontslagvergunning te krijgen voor vaste krachten - en de pvv staat erbij en kijkt ernaar. Bijvoorbeeld wanneer de hoeveelheid werk van het bedrijf fluctueert over een periode van een halfjaar mag de werkgever zijn vaste krachten ontslaan en vervangen door flexibele krachten. Meestal gaat het niet om bedrijven die het water aan de lippen staat. Het ontslagrecht wordt sluipenderwijs versoepeld.

Wat te doen? Allereerst moet de arbeidsovereenkomst weer in ere worden hersteld als instrument tegen machtsmisbruik door werkgevers. Er moet een wettelijk verbod komen op de Overeenkomst van Opdracht, zodat mensen weer recht hebben op bescherming tegen inkomensverlies bij ziekte, werkloosheid en op vakantiegeld en vakantiedagen. Uitzendkrachten moeten hetzelfde loon krijgen als een collega op de werkvloer in vaste dienst. Nu vallen uitzendkrachten het eerste halfjaar qua beloning onder de uitzend-cao - en de meeste uitzendovereenkomsten zijn van een kortere duur dan een halfjaar. In de praktijk krijgt de uitzendkracht dus een lager loon dan zijn collega op de werkvloer. En om de kansen van tijdelijke werknemers op de arbeidsmarkt te vergroten, willen we heel graag bij wet regelen dat er geen concurrentiebeding meer opgenomen mag worden in tijdelijke arbeidscontracten.

Werkgevers kunnen gestimuleerd worden meer werknemers in vaste dienst te nemen, als geregeld wordt dat werkgevers die veel tijdelijke krachten laten instromen in de ww meer ww-premie moeten betalen. En tot slot: er moet paal en perk gesteld worden aan het aantal tijdelijke contracten. Twee overeenkomsten binnen een termijn van twee jaar, dat moet het maximum zijn. En wanneer na twee jaar het tijdelijke contract niet wordt omgezet in een vast contract, moeten de werkgever worden verplicht om een vergoeding mee te geven aan de werknemer. In de cao kan worden uitgewerkt waaruit deze vergoeding dient te bestaan, bijvoorbeeld uit het aanbieden van een opleidingstraject en/ of een financiele vergoeding. Ontbreken caoafspraken? Dan wordt een financiele vergoeding van twee maandsalarissen meegegeven. In het algemeen moet er veel meer werk van scholing worden gemaakt. Een scholingsfonds van werkgevers en werknemers en zzp’ers kan hierbij helpen. Ook zouden werknemers een mobiliteitsbonus moeten krijgen om zich voor te bereiden op de overstap naar ander werk.

Om de positie van flexwerkers te verbeteren is vooral ook de vakbeweging nodig. Hierbij wil ik dan ook een oproep doen aan de vakbeweging om schouder aan schouder op te trekken om de uitholling van rechten voor flexibele werknemers te stoppen.

Terug naar vroeger dat kunnen we niet. Een baan voor het leven bestaat bijna niet meer. En dat is lang niet altijd erg. Mensen switchen soms bewust van werkgever of van beroep. Mensen werken in periodes langer of korter om ook zorgtaken te kunnen uitvoeren. Scholing en jezelf blijven ontwikkelen horen steeds meer bij het werkzame leven. En in toenemende mate kunnen mensen ook deels thuis werken. Dat biedt allemaal uitdaging en afwisseling in het leven. En zzp’ers die als kleine ondernemers veel verdienen en weinig afdragen, hebben evenmin reden tot klagen.

Maar voordat we het weten wennen we aan de schrijnende onzekerheid van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, en gaan we het gewoon vinden dat goed functionerende en enthousiaste werknemers worden afgedankt in naam van ons flexibele bedrijfsleven dan gaan we het normaal vinden dat een grote groep werkenden zonder veel rechten in tijden dat het tegenzit de klappen opvangt voor de werkgevers. Laten we ingrijpen voordat het zover is.

Het gehele artikel is in de bijlage te lezen.

PreviewBijlageGrootte
hamer_-_niet_normaal.pdf68.06 KB