Op 1 februari jongstleden debatteerde de Tweede Kamer over het voorstel voor een par- lementaire enquête over de invoering van de euro, ook wel bekend als de ‘peuro’. Het voor- stel ging gepaard met stevige taal van initiatiefnemer Thierry Baudet: ‘Open de euro- doofpot. Verschaf inzicht in deze grandioze misser’. In eerdere stukken waren Baudet en zijn mede-initiatiefnemers milder. Het ging hen niet om het aanwijzen van schuldigen, maar om verdiepen en zo ‘tot inzicht en oplos- singen te komen’. Gezien de aanhoudende problemen in de Eurozone leek dat geen slecht idee.
Volgens PvdA, D66, CDA en VVD is over de invoering van de euro destijds echter op de- mocratische wijze besloten en dus komt die enquête er voorlopig niet. Minister Dijsselbloem stelde dat er toen ook uitvoerig is gepraat over de risico’s van een monetaire unie.
Dat beeld klopt slechts ten dele. Het besluit om een economische en monetaire unie (EMU) op te richten werd genomen met het Verdrag van Maastricht in 1992. Nederland is niet de euro in gerommeld, maar stemde zelf toe. Toch leidde het Verdrag van Maastricht tot weinig debat buiten het parlement. Ook we- ten we dat de EMU op Europees niveau is on- derhandeld in een beperkte kring van onder- handelaars op basis van een technische en weinig politieke agenda; met een belangrijke rol voor de Europese centrale bankiers. Controversiële onderwerpen, zoals de relatie tot de politieke unie, werden van de agenda geweerd. Enerzijds maakte die beperking een overeenkomst over de EMU waarschijnlijk
mogelijk. Anderzijds maakte dat de EMU ook kwetsbaar, zoals de crisis onverhuld heeft blootgelegd. De mogelijkheid van een crisis speelde in het Nederlandse parlementaire debat over Maastricht slechts een beperkte rol.
Het is dus onjuist dat de risico’s van de EMU ten tijde van Maastricht volledig zijn be- sproken in het Nederlandse parlement. Bovendien heeft de eurocrisis aangetoond hoe fundamentele aannames in het originele ont- werp van de EMU incorrect bleken. Jeroen Dijsselbloem wekt nu de indruk dat de maat- regelen van tijdens de eurocrisis voldoende zijn. Verschillende economen achten verdere stappen echter nodig. Sterker nog, Dijsselbloem zelf is mede-auteur van het ‘Five Presidents’ Report’ dat verdere Europese inte- gratie voorstelt.
Ondertussen laait de eurocrisis weer op. Terwijl het twitter-presidentschap van Trump, de Brexit en de aankomende verkiezingen de voorpagina’s kapen, zijn de onderhandelin- gen over nieuwe financiële steun aan Griekenland in een impasse beland. Een meer- derheid van het IMF-bestuur concludeerde onlangs dat de Griekse schuld onhoudbaar is. Met een werkloosheid van boven de 20 % en jaren van economische krimp lijkt de ruimte voor Griekenland om nog meer te bezuinigen uitgeput. Bovendien is het een doodlopende weg. Zonder schuldenverlichting is er niet lan- ger een realistisch perspectief op herstel. Voor noordelijke lidstaten lijken de grenzen van solidariteit echter ook bereikt. Hoe zijn we hier precies aanbeland en hoe moet het ver- der? Het is geen overbodige luxe dat over die vragen een stevig debat gevoerd wordt. Integendeel, dat is bittere noodzaak. Die rol had een parlementaire enquête kunnen ver- vullen.

PreviewBijlageGrootte
sd_2017-1_n.j._de_boer_peuro.pdf41.11 KB