Sociaal-democratische duurzaamheidsagenda: het kan

Louis Meuleman & Roel in't Veld - Buitenlanders verbazen zich al jaren over het gebrek aan samenhang in ons duurzaamheids-beleid. En, typisch Nederlands: iedereen is er verantwoordelijk voor, en dus niemand. Het is tijd voor meer reflectie en nauwkeuriger ambities.

De Finse, Duitse en Zuid-Afrikaanse deskundigen die in 2007 deelnamen aan de internationale peer review van het Nederlandse ‘actieplan duurzame ontwikkeling’ van de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek, constateerden verbaasd dat Nederland helemaal geen bruikbare duurzaamheidsstrategie bezat. Het actieplan bevatte geen langetermijnvisie en was niet meer dan een verzameling losse activiteiten.

We zijn nu zes jaar verder en nog lijkt er niet veel veranderd. Het aanbrengen van samenhang tussen economische doelen, sociale doelen en milieudoelen blijft steken in mooie woorden. De omschakeling van een verspillingseconomie naar een circulaire economie, binnen de randvoorwaarden van een gezond milieu en sociale rechtvaardigheid, gaat in Nederland met een slakkengangetje. Niemand lijkt zich echt druk te maken over de kosten daarvan op de lange termijn.

Binnen Noordwest-Europa is Nederland al jaren een duidelijke achterblijver, met 4 % duurzaam energieverbruik in plaats van de 12 % van Duitsland; met in de grote steden geconcentreerde gebieden met ongezonde lucht juist op plekken waar mensen met lage inkomens wonen; met reusachtige subsidies voor grote energiegebruikers.

Wie kan rekenen, weet dat we hiermee de kosten naar de toekomst schuiven. Is dit beleid of is erover nagedacht? — om de woorden van Jan Schaefer maar eens te herhalen.

Lees de rest van het artikel in de PDF.