Soms lopen we op de wet vooruit

Gesprek met Dhr. Jaap Jelle Feenstra, Hoofd Public Affaires bij het Rotterdamse Havenbedrijf N.V., over de rol die de markt kan spelen in het duurzaamheidsvraagstuk.

Meer innovatie, minder regeldruk, en het stimuleren van verantwoordelijk grondstofgebruik in de (Europese) markt, dat is waarop het nieuwe kabinet op het gebied van duurzaamheid inzet. Maar hoe dat in de praktijk vorm moet krijgen, is nog verontrustend vaag. Ervaring met deze zaken is wel te vinden bij het Rotterdamse havenbedrijf. Hoog tijd dus voor een werkbezoek.

Sinds enkele jaren stuurt het Havenbedrijf Rotterdam N.V. aan op schonere productketens en transport, door ten opzichte van de bestaande wet- en regelgeving extra richtinggevende maatregelen op te nemen in de contracten die zij met bedrijven aangaan. Ook innoveert men met het afvangen en opslaan van koolstofdioxide in voormalige gasbellen op zee en wordt er met regionale overheden en organisaties geprobeerd tot een hogere milieustandaard te komen. Want niet alleen de maatschappij heeft baat bij een duurzamere leefomgeving, ook op economisch gebied kan duurzaamheid lonend zijn. In gesprek met Jaap Jelle Feenstra, Hoofd Public Affairs bij het Rotterdamse havenbedrijf wordt duidelijk hoe het bedrijf de overheid inhaalt in haar streven de markt te verduurzamen. ‘Soms lopen we op de wet vooruit.’

Duurzame initiatieven
Een goed voorbeeld daarvan is het initiatief van de haven tot de zogenaamde Environmental Shipping Index. Samen met de havens van Antwerpen, Bremen en Hamburg is daarin afgesproken om een korting te geven op schonere schepen. Feenstra, die in de perioden 1988-1994 en 1996-2002 namens de Partij van de Arbeid lid was van de Tweede Kamer, is ervan overtuigd dat de wetgever in dit soort afspraken aansporing ziet om haar milieunormen bij te stellen. ‘Maar daar wachten we niet defensief op, we denken dat het nu al mogelijk is om schoner, zuiniger en veiliger te werken.’ Die instelling blijkt tevens uit het Rotterdamse verzoek aan de minister van Infrastructuur en Milieu, Melanie Schultz van Haegen, om een overstijgende gebiedsvergunning voor de hele haven. In plaats van het traditionele systeem van vergunningverlening per individuele inrichting, kunnen bij een overkoepelende vergunning bedrijven veel handiger ten opzichte van elkaar worden geplaatst. ‘Afvalstoffen en restwarmte van de één, kunnen dan als grondstoffen voor de ander worden gebruikt,’ aldus Feenstra. Deze efficiënte manier van werken schrijft de overheid niet voor: de haven vraagt erom.

In een kwestie rond scheepsbrandstoffen, heeft een harde opstelling van de haven zelfs het Europees Parlement gehaald. Binnen de International Maritime Organisation was al afgesproken dat schepen rond de Noord- en Oostzee op schonere zwavelbrandstoffen zouden gaan varen - de zwavelnorm werd in die gebieden van 1% naar 0,1 % bijgesteld. Toen een lobby van reders - die bang waren voor hogere kosten - deze nieuwe normering in gevaar bracht, heeft de haven de minister en de Tweede Kamer geadviseerd zich toch aan die norm te houden. Feenstra vertelt dat hun advies werd opgevolgd en de minister hun steun vervolgens benutte in de Europese discussie. ‘In het Europees parlement is nu gezegd: we vinden luchtkwaliteit dermate interessant dat we ons afvragen of we dat niet ook voor alle Middellandse zeehavens moeten afspreken.’

Lees het hele interview in de onderstaande PDF.

PreviewBijlageGrootte
Interview met Jaap Jelle Feenstra123.68 KB