Stervenshulp bij ‘voltooid leven’: autonomie of mededogen?

Erik Jurgens - In het voorgaande artikel betoogt Bert Ummelen dat stervenshulp een zwaktebod is. Erik Jurgens reageert hierop.

Wie een rustige koers bepleit, waarin echt geluisterd wordt naar argumenten aan beide kanten, heeft het in deze tijd van flitsstandpunten moeilijk. Bert Ummelen gaat al meteen, met argumenten, in op het standpunt waarmee de regering reageert op het advies van de commissie-Schnabel over ‘Voltooid Leven’. Zijn inzet is te waarderen. Dat rapport is immers pas op 4 februari 2016 uitgebracht.

Acht maanden later komt de regering met een reactie daarop, die op de hoofdzaak afwijkt van het advies. Nu al haalt Ummelen het regeringsstandpunt onderuit. Zijn haast is wellicht ingegeven door de tekst van het concept-verkiezingsprogramma van de PvdA, ‘Een verbonden samenleving’. Hij verwijst naar een bijzin daarvan, te vinden op pagina 49. Laten we de tekst als geheel te lezen:
‘Mensen die hun leven voltooid vinden, willen we het recht op stervenshulp geven. Er worden criteria vastgelegd waaronder mensen die een weloverwogen, intrinsieke en duurzame wil hebben om niet verder te leven, menswaardig kunnen sterven, waarbij geldt dat deze wens om te sterven op geen enkele andere wijze kan worden weggenomen. Stervenshulp dient altijd in samenhang met menselijke waardigheid, goede zorg en beschermwaardigheid van het leven verleend te worden.’

> Lees ook het artikel 'Stervenshulp is een zwaktebod' van Bert Ummelen, in hetzelfde nummer van S&D.