Terugkeer van Berlusconi = einde euro

René Cuperus en Pim Paulusma - Het zal toch niet zo zijn, dat Bunga Berlusconi over minder dan twee weken de Italiaanse verkiezingen wint? Dat zou een ramp betekenen voor Italië, maar zeker ook een ramp voor Europa. Het staat elk land vrij om zichzelf te gronde te richten, en de leider te kiezen die daarvoor behulpzaam is, maar daarmee riskeert men wel de lotsverbondenheid op te blazen die inherent is aan de Europese samenwerking, en met name de belangensamenklontering die, tegen wil en dank, binnen de eurozone is gegroeid. Niet alleen de financiële markten zullen hysterisch op een terugkeer van Berlusconi reageren, dat zal met enige vertraging ook gelden voor de electorale markten in Noord-Europa.

Om dit absolute rampscenario te voorkomen, kwamen afgelopen weekend sociaal-democratische politici en experts bijeen in Turijn, Italië. Sommigen, zoals de Belgische premier Elio di Rupo of Europees Parlement-voorman Martin Schulz, pendelden tussen Turijn en Brussel, waar de Europese regeringsleiders flink onderhandelden over de EU-begroting voor de komende jaren. In Turijn organiseerden de FEPS - de in Brussels gezetelde Foundation for European Progressive Studies - , de Duitse Friedrich Ebert Stiftung en Italieuropei, een expert-seminar over de toestand in Europa, gevolgd door een grote openbare politieke bijeenkomst van de Italiaanse Democratische Partij.

Het grote doel: Pier Luigi Bersani, de leider van de Italiaanse sociaal-democraten, te steunen in zijn verkiezingsstrijd voor het premierschap. Italië gaat naar de stembus, en de campagne is opgeschrikt door iets waar weinig mensen rekening mee hadden gehouden: de zoveelste wederopstanding van Silvio Berlusconi. Met minder dan twee weken te gaan, is het gat tussen de sociaal-democraten en de Italiaanse Schandaal Premier geslonken tot minder dan 5%. Peilingen zijn in Italië verboden in de laatste fase voor de verkiezingen, wat de spanning er niet minder op maakt.

De bijeenkomst had als doel het bespreken van een sociaal-democratische gemeenschappelijke visie op de EU. Waar de merendeels conservatieve regeringsleiders zich op hun bijeenkomst in Brussel vooral lieten kenmerken door overal over van mening te verschillen, zouden de verenigde sociaal-democraten wel even laten zien dat zij er wél samen een idee hebben waar het met Europa heen moet en hoe we de crisis kunnen overwinnen.

Gemeenschappelijkheid was er zeker. Minder bij het expert-seminar, waar eurokritiek, met name vanuit Noord-West Europa steeds meer in de beschouwingen doordringt, meer in de speeches van de talrijke premiers, ministers en partijvoorzitters. De Europese sociaal-democratie schaart zich voor 100% achter het Europese Project. Meer samenwerking, diepere integratie, een federale vlucht naar voren om de euro en daarmee de Europese Unie te stabiliseren. In vrijwel elke speech kwam dit naar voren: van oud-bondskanselier Gerhard Schröder tot aan Martin Schulz, van PS-voorzitter Harlem Désir tot de premier van Kroatië.

Wat de objectieve waarnemer daarbij opvalt, is dat Europa een substituut-ideologie geworden lijkt te zijn voor sociaal-democratie. Tegen nationalisten, populisten en conservatief-rechts presenteert de Europese sociaal-democratie zich als laatste ferme verdediger van Europa, Europa, Europa. Hoe dat project – in zijn neoliberale make-up, als democratische nachtmerrie – zich precies verhoudt tot het sociaal-democratisch project van spreiding van kennis, inkomen en macht, lijkt een vraag die men zich in zijn eenzame verdediging van Europa niet kan veroorloven. De centrale kwestie in Turijn was: wat kunnen sociaal-democraten voor Europa betekenen? Niet: wat kan Europese samenwerking voor het sociaal-democratische project betekenen?

Het feit dat Berlusconi zelfs maar schijnbeweegt om terug te keren na een evidente puinhoop in Italië achter zich te hebben gelaten, laat al zien dat de Europese sociaal-democratie het met die benadering ernstig aan overtuigingskracht ontbreekt richting het electoraat.

Het lukt de sociaal-democraten nog onvoldoende om een geloofwaardig alternatief te bieden dat burgers weet te mobiliseren. Er is geen enkele kiezer die warm loopt voor een nieuw Europees constitutioneel proces, inclusief nieuw Verdrag, iets wat door een flink aantal Europa-experts werd voorgesteld. Natuurlijk is de institutionele inrichting van de EU belangrijk, maar zo lang we onderling niet scherp hebben hoe Europese samenwerking kan bijdragen aan het remmen van bijvoorbeeld de krachten van globalisering op onze werknemers, heeft het weinig zin om met elkaar van gedachte te wisselen wie dan over dat beleid moet gaan.

Tijdens de grote afsluitende speech richtte Bersani zich vooral op Berlusconi. Z’n boodschap was dat nog een keer Berlusconi een ramp zou betekenen voor Italië. Wat de sociaal-democraten anders zouden gaan doen, bleef onduidelijk.

Precies hetzelfde kan gezegd worden van één van de institutionele plannen waar veel van de in Turijn verzamelde Europese sociaal-democraten de mond van over loopt: het voordragen van een gezamenlijke ‘linkse’ kandidaat voor de Europese Commissie, als tegenstander van Barosso. Op die manier zou er voor kiezers een duidelijke keuze komen en daarmee zouden eigenlijk alle andere problemen naar de achtergrond verdwijnen.

In al die discussies gaat het alleen maar over de veel te aanwezige EP-voorzitter Martin Schulz, alsof die een alleenrecht op het Commissie-presidentschap zou toekomen. Europa op zijn slechtst, en alle reden om via primaries tegenkandidaten te ronselen! Los van het feit of dat Commissie-voorzitterschap ook maar één kiezer zou beroeren. Als Schulz onze kandidaat wordt, kunnen we laten zien dat we betere plannen hebben dan de conservatieven. Wat die plannen echter precies zijn, liet men in het midden. Net als dat het ageren tegen Berlusconi voorkomt dat Bersani hoeft te praten over wat er moet gebeuren, leidt de discussie over Schulz als tegenstrever van Barosso af van de discussie wat sociaal-democraten nu precies in Europa willen.