De WBS wil een discussie op gang brengen over wat de meest prangende problemen zijn en welke de beste oplossingen hiervoor zijn. Wel, het schijnt dat de Nederlander erg gelukkig met zijn of haar leven is, maar zijn vertrouwen in de Overheid ongeveer bij het absolute nulpunt ligt.

Hieruit kun je concluderen dat de Nederlander de Overheid als een bedreiging van zijn geluk beschouwd. De vraag is, welke waarheid ligt daarin vervat? De burger werkt en verdient de opcenten die de Overheid besteedt. Zou daar soms een prangend probleem liggen? Vaak blijkt dat de Overheid nauwelijks zicht op haar geldstromen heeft. De JSF bijvoorbeeld, de Tweede Kamer, dus de Volksvertegenwoordiging weet nauwelijks hoe het met dit onderzoek is gesteld.

De Overheid is nauwelijks in staat om de burger tegen de implicaties van interne bankeconomieën te beschermen. Sterker nog, hij kan zijn bijdragen leveren wanneer die interne structuren imploderen en banken bij de Overheid aankloppen. Zou daar misschien een urgent probleem liggen? Zou de burger zich misschien onbeschermd weten?

Hoe komt het dat de Nederlander zijn vertrouwen in de Nederlandse Volksvertegenwoordiging is kwijtgeraakt. Misschien de turbo-privatisering? De afbraak van het sociale bouwwerk, de Europees culturele nivellering ten dienste van economische uitbreiding, een Economisch Europa. Kunnen we nog over fatsoen spreken als een deel van de Europeanen als gevolg van turbowinsten werkloos zijn geraakt. Is dat misschien een probleem? Grieken die van een paar honderd Euro moeten rondkomen? Zou het een probleem kunnen zijn dat men, de Noordelijken van Europa de Zuidelijken de tijd hebben gegeven zich maximaal te verrijken?

Het probleem ligt niet bij de burger, de Griek die sober moet leven en de vele jongeren in e.g. Portugal en Spanje voor wie geen werk is. Neen, het probleem ligt bij een politieke en economische fine fleur die niet op tijd ingreep en dat ook niet kan. Is het centrale probleem misschien dat de politieke structuur is vastgelopen in wat ik noem externiteit. Dat wil zeggen dat haar werkelijke besluitvorming buiten het parlementaire debat plaats vindt. Politici zijn niet op de hoogte van de zaken waar zij voor staan. Politiek verwordt als retrospectief van mislukkingen in de vorm van commissies en parlementaire enquêtes. Democratie is in Nederland verworden tot een politiek 'a posteriori'.

De oplossing ligt dan voor de hand. De politiek in brede zin zal haar vorm moeten aanpassen. Zij zal zich meer moeten bekommeren om het welzijn van de burger maar zich ook inzetten voor Europees fatsoen. Het moet niet zomaar vanzelfsprekend zijn dat de burger vanzelfsprekend de kosten moet dragen voor ontsporingen die voorkomen had kunnen worden. Inderdaad Verheffing, neem dat als uitgangspunt.