Wat voor Europa willen wij?

Marijke Linthorst - Slaan we inderdaad de weg in naar meer Europese integratie? En in welk Europa willen wij dan integreren: een Europa van de laagste kosten of een Europa waarin de economische en sociale samenhang en de solidariteit tussen de lidstaten vooropstaat? De vraag lijkt retorisch maar is meer dan dat. Als bijvoorbeeld Europees protectionisme nodig is voor de kwaliteit van leven van EU-burgers, is dat dan bespreekbaar?

Het doel van ‘Europa’ was ooit grensoverschrijdende lotsverbondenheid. Maar de onderlinge solidariteit is nu ver te zoeken. De rijke landen hebben er genoeg van om armere landen te blijven financieren. En zelfs binnen afzonderlijke landen stellen regio’s hun afdrachten aan de centrale overheid ter discussie. Terwijl de onvrede toeneemt halen politieke leiders alles uit de kast om de euro te redden. Ze erkennen wel dat het in de toekomst anders moet. Bij de totstandkoming van de euro zijn immers ‘weeffouten’ gemaakt, die nu hersteld moeten worden.

De vraag is allereerst of de voorgestelde oplossingen werken en vervolgens of we dan eindigen bij het Europa dat we willen. De eerste weeffout was één munt voor landen in een totaal verschillende economische situatie. In principe is de waarde van een munt een graadmeter voor het economisch functioneren van een land. Landen met een sterke economie hebben een sterke munt, van landen met een zwakke economie wordt de munt lager gewaardeerd.

Op die manier wordt het verschil in economische kracht gecompenseerd: een land dat minder efficiënt opereert heeft meer productiekosten; het kost bijvoorbeeld meer arbeidsuren dan in een efficiënt functionerende economie om hetzelfde product te maken. Dit nadeel wordt weggestreept tegen het feit dat de prijs van het product ook lager ligt omdat de munt van het land goedkoper is.

Reactie op Marijke Linthorst

Marijke Linthorst heeft een aantal belangwekkende zaken aan de orde gesteld.
In de eerste plaats is het prima dat ze constateert dat de Griekse schulden deels moeten worden kwijtgescholden. Het is een illusie te denken dat investeerders massaal naar Griekenland komen zolang dat land een onhoudbare schuldpositie heeft en de dreiging van een faillissement voortdurend in de lucht hangt..
Het is ook prima dat ze constateert dat men er bij de invoering van de Euro ten onrechte van uit is gegaan dat de Euro zou leiden tot het naar elkaar toegroeien van landen. Het tegendeel is het geval: door de Euro zijn de verschillen tussen landen juist groter geworden. Deels is dat natuurlijk het gevolg van zwak overheidsbeleid. Griekenland bijv. gebruikte zijn onverwacht lage leenrente niet om concurrerender te worden, maar betaalde er een onhoudbare consumptie-explosie-op-krediet mee.
Als we willen dat landen in Europa wat betreft welvaart naar elkaar groeien, dan zullen we daar expliciet beleid voor moeten ontwikkelen. En ik steun haar dat ze dat uitgangspunt wil handhaven.
De voorstellen die Marijke daar concreet voor doet overtuigen me minder: gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plek en intra-Europese importheffingen.

Geen Poolse lonen in Saksen
Het eerste voorstel is –denk ik- niet correct geformuleerd. ‘Ieder bedrijf moet zich houden aan de arbeidsvoorwaarden die gelden in het land waar het bedrijf is gevestigd’. Ik neem aan dat ze bedoeld: waar het bedrijf werkzaam is. Ze wil voorkomen dat werknemers van een Pools bedrijf in Saksen werken tegen Poolse lonen. Dat moeten Saksische lonen zijn.
Ik snap dat ze zo ‘oneerlijke’ concurrentie wil voorkomen. Maar het is wel een verdediging van gevestigde belangen in de rijkere landen. En het maakt het voor Poolse bedrijven vrijwel onmogelijk om te profiteren van hun kostenvoordeel door lagere lonen. Wat Marijke wil is naar elkaar toegroeien door te groeien naar het hoogste loonniveau. Convergentie die niemand pijn doet. Maar is dat wel haalbaar? Er verschijnen nu al allerlei constructies om zulke problemen te ontwijken (quasi-ZZP-Polen). Ik denk dat we er gewoon niet aan ontkomen dat bij de integratie van zulke arme landen in het rijke Europa er een tijd druk zal ontstaan op het loonniveau in de rijke landen.

Intra-Europese importheffingen
Haar voorstel om intra-Europese importheffingen mogelijk te maken snap ik niet echt. ‘Ze moeten de verschillende arbeidsvoorwaarden gelijktrekken. D.w.z. dat rekening wordt gehouden met de kosten die gemaakt worden voor de sociale bescherming en de kwaliteit van het bestaan van de burgers. In ruil daarvoor worden de zwakkere economieën gesteund’.
Dat klinkt alsof de rijke landen beschermd worden tegen import uit landen met een kariger welvaartsstaat. Dat lijkt me nou net niet de manier om zwakke economieën vooruit te helpen! Het roept ook een enorme bureaucratie op. In alle landen lopen de kosten van de welvaartstaat uiteen. Moeten nu alle landen ineens heffingen op elkaars producten invoeren? Veranderen de Nederlandse heffingen als wij bezuinigen op de gezondheidszorg?
Het moet Zuid- (en Oost) Europa juist makkelijker worden gemaakt om producten naar het rijke Noorden te exporteren, niet moeilijker! En dat lukt vooral door investeringen in productieve bedrijven en een concurrerend loonniveau.
Een systeem van importheffingen is overigens fundamenteel in strijd met het uitgangspunt van de Europese Unie: een vrij verkeer van goederen en diensten.

Heffingen op Europese import
Een heel andere zaak is het importheffingen uit landen als China. Het herinnert mij aan het pleidooi van Dani Rodrik voor managed globalisation in tegenstelling tot free globalisation. Rodrik werkt dit niet verder uit. Het is in strijd met het uitgangspunt voor de internationale handel dat na WO II leidend was: zo vrij mogelijk.
Een voorbeeld uit het verleden laat zien hoe lastig dit terrein is. Vele jaren heeft er mondiaal een multivezelaccoord (MVA) gefunctioneerd. De handel was zeer strak gereglementeerd. Tot op het aantal BH’s dat een land mocht produceren. Veel arme landen pikten zo een graantje mee van de mondiale textielsector. Vele jaren van te voren was bekend dat het MVA zou ophouden te bestaan, zodat landen zich er op konden voorbereiden. Maar een land als Griekenland (of: Griekse bedrijven) heeft dat nauwelijks gedaan. Met als gevolg dat vrijwel de hele textielsector is weggevaagd (overgenomen door China).
Maar ik ben het met Marijke eens dat we niet werkloos kunnen toezien hoe een groot deel van de maakindustrie uit Europa verdwijnt door de concurrentie uit China.
De PvdA heeft nog nooit een alternatief voor een vrije wereldhandel uitgewerkt. Het artikel van Marijke daagt daar toe uit. Misschien dat S&D een terzake deskundige kan uitnodigen om het voorbeeld van het handelsconflict over de productie van zonnepanelen uit te werken.

Chris Peeters