Gestrand in niemandsland

Annelies Pilon - ‘The Berm’, klinkt als een spannende thriller van John Grisham, maar is een horrorverhaal. In het niemandsland aan de noordoostgrens van Jordanië met Syrië zitten momenteel 62.000 Syrische vluchtelingen zonder voorzieningen, midden in de woestijn, waar het deze winter extreem koud was en op dit moment bijzonder heet, en het is pas begin juni.

Voor ons onderzoek naar de verschillende schakels in de migratieketen bezochten we deze week Libanon en Jordanië, omdat zij een groot deel van de veel bepleite opvang in de regio op zich nemen. Daar hoorden we voor het eerst van de Berm.

Het stuk niemandsland heet zo omdat het uit twee aan elkaar parallel lopende zandbanken bestaat. Ergens daartussen ligt de grens. In 2014 sloot Jordanië de noordwestgrens omdat zij niet nog meer Syrische vluchtelingen wilde opnemen. De noordoostgrens bleef open, maar dat betekende dat mensen 300 kilometer moesten reizen, dwars door de woestijn, om daar op twee punten de grens over te steken.

In maart 2015 gingen ook die overgangen bij Rukban en Haladat dicht. De vluchtelingen die toen in de Berm zaten, en ook degenen die later aankwamen, konden geen kant meer op. De meesten hebben al hun geld besteed aan het omkopen van de mensen bij de checkpoints. Vanaf Aleppo in het noorden van Syrië naar deze grens zijn dat er ongeveer vijftig. Zelfs teruggaan naar huis is dan niet meer mogelijk.

De vluchtelingen hebben stukken plastic gekregen, waarvan ze tenten hebben gemaakt. Het Rode Kruis komt vanuit hun dichtstbijzijnde veldkantoor (op drie uur rijden door de woestijn – de Jordaanse hoofdstad Amman is zeven uur rijden) dagelijks voedsel en water brengen, en biedt eerste hulp aan zieken. Om 16 uur verlaten zij de Berm om voor het donker weer bij het veldkantoor te zijn. Twee dorpen zo groot als Borne en Beverwijk en zonder structuur en organisatie, dat betekent enorme onveiligheid, in het bijzonder voor vrouwen en kinderen.

Lange tijd mocht alleen het Rode Kruis bij deze groepen mensen komen. Later werden ook andere internationale hulpverleners toegelaten. In de afgelopen dagen mochten 20.000 van de meest kwetsbare onder hen Jordanië binnen na een ontmoeting tussen President Obama en Koning Abdullah. Desondanks komen er nog steeds mensen bij in het niemandsland. Mensen die de oorlog ontvluchten en op zoek zijn naar bescherming.

In Europa hebben we terecht met grote zorgen gekeken naar het kamp Idomeni bij de Grieks-Macedonische grens waar 10.000 mensen vast zaten, maar de Berm is ons schijnbaar ontgaan. Bij de 20.000 vluchtelingen die onlangs Jordanië in mochten kan het niet blijven: bijna iedereen in de Berm is verschrikkelijk kwetsbaar. Daarnaast zijn er nog eens 6,5 miljoen ontheemden ín Syrië.

Een oplossing voor het conflict in Syrië is de enig mogelijk uitweg, maar voorlopig ziet niemand hoe de oorlog kan worden beëindigd. Al deze ontheemden naar Europa halen kan uiteraard niet. Landen als Jordanië, waarvan de kleine en overwegend arme bevolking al meer dan een kwart bestaat uit vluchtelingen, dienen veel meer dan nu het geval is door de rest van de wereld te worden geholpen.

Ondertussen lijden en sterven mensen in de Berm. Laten we nu direct een aantal van de meest kwestbaren naar Europa halen en hen zo een leven en toekomst bieden, en tegelijk meer werk maken van goede opvang in de regio.

Voor meer informatie over 'The Berm' kijk naar deze video van het ICRC:

Van 31 mei tot en met 4 juni 2016 waren Werry Crone, René Cuperus, Mark Elchardus, Annelies Pilon, Kati Piri, en Monika Sie Dhian Ho op onderzoeksmissie in Libanon en Jordanië in het kader van hun werk voor de WBS Vluchtelingendenktank. Daarover kunt u meer lezen op de website www.vanwaardeinternationaal.nl.