Naam en rugnummer

Annelies Pilon - “In Nederland krijgen we een allergische reactie als anderen iets over ons zeggen, maar we hebben zelf wel van alles over de anderen te zeggen.” Volgens Frans Timmermans, minister van Buitenlandse Zaken vormt deze soevereiniteitsgedachte in een notendop het probleem van de Europese Unie, met name wanneer lidstaten elkaar aanspreken op (politieke) gebeurtenissen waarbij de fundamentele rechten en waarden worden aangetast.

De afgelopen jaren hebben we in meerdere EU-landen gezien dat de regels van de rechtsstaat niet worden nageleefd én dat de andere lidstaten binnen de Europese Unie niet weten of en hoe ze hun collega’s hierop kunnen aanspreken. Dat zagen we bijvoorbeeld bij het uitzetten van de Roma door de regering-Sarkozy in Frankrijk, de zogenaamde hervormingen in Hongarije, maar ook bij het Polen-meldpunt van de PVV, destijds als gedoogpartij verbonden aan Kabinet Rutte I.

Een jaar geleden heeft Timmermans daarom de knuppel in het hoenderhok gegooid en samen met drie andere EU-ministers van Buitenlandse Zaken een brief aan Commissievoorzitter Barroso gestuurd met de vraag om hierover een dialoog aan te gaan in de Europese Raad en Commissie met als doel te komen tot een mechanisme waardoor – in de woorden van Timmermans – een politieke dialoog kan plaatsvinden waarbij ‘place and title’ kunnen worden benoemd, of in goed Nederlands ‘naam en rugnummer’, en de lidstaten erkennen dat zij onderwerp van zo’n dialoog kunnen worden. De eerste reactie van Barroso was een ‘allergische’, de commissievoorzitter wilde niet van weten van weer een regel/wet/mechanisme; inmiddels heeft hij laten weten dit voorjaar te komen met een voorstel.

Het panel dat aansluitend op het verhaal van Timmermans doorsprak over dit onderwerp constateert net als Timmermans dat er wetgevingsmoeheid heerst in de EU, maar zoals Natacha Kazatchkine van Amnesty International aangaf, soms zit er nog wel licht tussen de verschillende wetten op dit terrein. Zij bepleitte ook dat welk mechanisme er ook uit de discussie rolt, het deel zal moeten uitmaken van een groter raamwerk om ook daadwerkelijk te kunnen functioneren. Kazatchkine benadrukte dat ze heel blij is met het initiatief omdat heel lang niet hierover gesproken kon worden en nu gelukkig wel.

Onderzoeker Maja Nenadovic, zelf Hongaarse, ziet in Hongarije verwarring over de rol van de EU. Ze vraagt om een duidelijker ‘branding’ van het initiatief. De termen die het nu krijgt, maakt dat niemand begrijpt of en wat de EU nu doet aan de situatie in Hongarije. Daarnaast ziet ze het probleem van de ‘reverse norm transfer’. In het kort: geef zelf het goede voorbeeld. Wil je als politieagent dat mensen stoppen voor een rood stoplicht, rijd dan zelf niet – wanneer het niet nodig is – wel door rood.

WBS-fellow Jan Marinus Wiersma wees vervolgens op de mogelijkheden die het Europees Parlement heeft en ook al decennia gebruikt, namelijk het mensenrechtenrapport over de situatie in de lidstaten. Europarlementariër Emine Bozkurt benadrukte dat naast de concrete maatregelen om de eurocisis aan te pakken, politieke partijen ook de moed moeten hebben om op te treden tegen inperkingen van mensenrechten binnen Europa.

Maandag 17 februari organiseerde de WBS in samenwerking met PES, FEPS en het European Forum for Democracy and Solidarity een bijeenkomst over het onderhouden en bevorderen van de rechtsstaat bínnen de EU.