Euthanasiedebat: een bobslee heeft geen handrem

Bert Ummelen - Justitie moet zich meer gaan bemoeien met de euthanasie-praktijk. Daar-voor pleitte onlangs Theo Boer, ethicus en al vele jaren lid van een Regionale Toetsings-commissie Euthanasie (RTE).

Daar zijn er vijf van; ze beoordelen of artsen zich bij het verlenen van euthanasie aan de wettelijke normen en daarvan afgeleide zorgvuldigheidseisen hebben gehouden. De – ook in de politiek – gangbare opvatting dat het wel goed zit, is feitelijk gebaseerd op hun oordeel over de aangemelde gevallen. Dat was de afgelopen vijf jaar bijna zonder uitzondering positief. Het OM, dat pas met een euthanasie te maken krijgt als een RTE er ernstige bedenkingen bij heeft, heeft er weinig werk aan.

Maar wie toetst de toetsers? De kwestie speelde dezer dagen op in de media. Boer was niet de eerste die zijn zorgen uitte. Eerder maakten de wetenschappers Anne-Mei The en Antoinette Reerink gewag van een almaar voortdenderende ‘liberaliseringstrein van het sterven’. En oud-psychiater Boudewijn Chabot concludeerde dat er een ‘weeffout’ zit in de Euthanasie-wet.

Allemaal reageerden ze op gevallen van euthanasie door de Levenseindekliniek bij psychia-trische patiënten, die wel de suggestie móeten wekken van een slippery slope. De vraag die zij opwierpen (en in het geval van Chabot ook beantwoordden) is of psychiatrische aandoeningen wel passen in het gareel van de Euthanasiewet. In de psychiatrie is het stellen van een diagnose nu eenmaal een stuk lastiger dan in bij voorbeeld de medische oncologie. Vandaar Chabots eis dat in het geval van psychiatrische klachten sprake moet zijn van een serieuze, zich over enige tijd uitstrekkende, behandelrelatie. Dat soort relaties heeft de Levenseindekliniek niet in de aanbieding.

De kwestie is belangwekkend genoeg. Tegelijk leidt de focus op euthanasie bij psychisch lijden de aandacht weg van iets fundamentelers. Dat is de erosie van het Brongersma-arrest, waarin de Hoge Raad in 2001 de grondslag legde voor het euthanasiebeleid. Euthanasie kon alleen ‘zorgvuldig’ zijn als sprake was van een medisch classificeerbare aandoening.

Verwonderlijk is dat Boer zegt dat de RTE’s ‘tot op de dag van vandaag aan die uitspraak houvast hebben’. Het is een houvast dat de medische professie in elk geval niet meer wil bieden. Al even geleden heeft de artsenfederatie KNMG de voorwaarde van ‘medische classificeerbaarheid’ aanmerkelijk opgerekt. Wil een arts gevrijwaard zijn van vervolging dan moet er ‘mede sprake (zijn) van een medische grondslag’. *) Slippery slope!

Het KNMG-discours weerspiegelt schuivende maatschappelijke opvattingen over de toegang tot de ‘goede dood’. De campagne van de NVVE tegen de strafbaarstelling van hulp bij zelfdoding en de komst van de Levenseindekliniek markeren de opkomst van het idee dat mensen zeggenschap horen te hebben over de duur van hun leven. Genoeg is genoeg. Het is de emancipatie van de ongelukkigen.

Boers roep om justitiële bemoeienis doet denken aan het aantrekken van een handrem op een bobslee. Die zit er dus niet op.

Euthanasie is door de ontwikkeling van de palliatieve geneeskunde niet meer het onvermijdelijke antwoord op ondraaglijk lichamelijk lijden, waarvoor de wetgever ruimte wilde maken. Dat is nog maar in een enkel geval zo. Toch is het nog steeds het frame waarin de discussie zich afspeelt en waarin ook een pleidooi als dat van Boer past.

Dat frame moet worden losgelaten. Als het verlangen naar de dood los komt van de medicalisering en juridisering waarmee we er vat op wilden krijgen, komt het misschien in de arena waarin het thuishoort: het debat over, tja, de mens en het leven.

Verzoeken om euthanasie hebben steeds vaker een existentiële achtergrond. Het is vooral ‘lijden aan het leven’ (term die de KNMG heeft geadopteerd!) dat mensen doet vragen om het einde ervan. Maar waarom zou de dokter dan nog douanier zijn op de weg naar de gewilde dood? Voor het omgaan met existentiële nood is hij, anders dan bijvoorbeeld geestelijk verzorgers, niet opgeleid. De dood is ‘van de dokter’, bepaalde de Euthanasiewet. Precies die pretentie is steeds moeilijker vol te houden. Maar wat dan?

*) Zie Bert Ummelen & Boudewijn Chabot, Zelfeuthanasie als uitweg, S&D 6, 2013.