Schone handen, lege handen

Bert Ummelen - Het is wrang dat het zelfde partijcongres dat innige waarden van de sociaal-democratie na een afstofbeurt terug in de etalage zette, werd overheerst door een maatregel die daar zo opzichtig mee vloekt. Het kon niemand ontgaan. Viel er in Leeuwarden misschien nog iets anders waar te nemen? Deed die akelige strafbaarstelling van illegaliteit niet dienst als ventiel waaruit druk die zich na een half jaar Rutte II in de partij heeft opgebouwd kon ontsnappen?

‘Dat de compromissen die we met de VVD sluiten nooit links genoeg zijn hadden we ook zonder drie jaar Van waarde-onderzoek kunnen bedenken’, schreef Wouter Bos in zijn bitse commentaar op het Van waarde-manifest (S&D 2, 2013). Daar heeft hij natuurlijk een punt. Dit regeeravontuur is de PvdA niet overkomen; er is voor gekozen. Zoals er ook voor de nogal obscure formatiemethode van uitruil van programmapunten (Bos’ kwartetspel) is gekozen. Wij het kinderpardon, zij de strafbaarstelling van illegaliteit. Dat was er onderdeel van. Het was bekend.

Over mensen sluit je geen compromissen, roepen critici nu. Het klinkt verheven maar is een dooddoener. Besluiten over WW en ontslagrecht gaan net zo goed over mensen. Bovendien, wat zou het perspectief van dit adagium aan de onderhandelingstafel zijn geweest? In de tirades van de verontwaardigden valt een zekere ongerijmdheid op. Het gaat om overbodige wetgeving, benadrukken ze. Terecht overigens. De staat krijgt geen dwangmiddelen waarover hij niet nu al beschikt. Uitgeprocedeerde asielzoekers worden al regelmatig ‘ter uitzetting’ opgesloten. En het werkelijke probleem van de onuitzetbaarheid blijft gewoon bestaan. Natuurlijk poetst die betrekkelijke materiële betekenis de grote symbolische betekenis niet weg. Met ‘kale’ strafbare aanwezigheid, schreef een krant, wordt een grens overschreden. Dat valt makkelijk mee te voelen: hier gaan fatsoensnormen kopje onder. Maar blijven we toch even bij die geringe praktische betekenis van de maatregel. Is die niet eerder reden om er in het cynische spel van uitruil van politieke wensen juist minder aan te tillen? Zoals onze onderhandelaars feitelijk hebben gedaan?

Overbodigheid is niet het zwaarste contragewicht als je goede zaken in de schaal hebt liggen: het kinderpardon om te beginnen, een maatregel met juist een groot praktisch effect. Maar ook beperking en humanisering van detentie van illegalen, het schrappen van strafbaarheid van hulpverleners. De fractie houdt zich aan het regeerakkoord maar zoekt de randen ervan wel op. Ik volgde het congres in Leeuwarden op tv. Misschien dat de fysieke afstand van de zuiderling meehielp ook wat mentale afstand te scheppen.

Monika Sie had het in haar mooie toespraak tot het congres over Van waarde als een project van hoop. Een project, zei ze, dat in tijden van extreme budgettaire krapte, economische recessie en in een kabinet met de VVD het uiterste vraagt van onze bewindslieden en politici. Vrij spel hebben die niet, maar in hun worsteling om politieke beginselen en politieke werkelijkheid te verzoenen verdienen ze wel krediet – solidariteit zou iemand kunnen zeggen.

Ik moest, voor de tv, denken aan de klinkende manier waarop Max Weber, stamvader van de sociologie, in zijn boek ‘Politik als Beruf ’ de vloer aanveegt met de syndicalisten van zijn dagen. Die wilden een samenleving waarin alle productie en distributie in vakbonden zou zijn georganiseerd. Volgens Weber waren ze meer geïnteresseerd in het hooghouden van hun beginselen dan in het resultaat van hun ijveren. ‘Gesinnungsethik’ was het, in plaats van ‘Verantwortungsethik’. ‘Je kunt nog zo je best doen een overtuigde gesinnungsethischen syndicalist uit te leggen dat de gevolgen van zijn acties de reactie in de kaart spelen (..) het zal geen indruk op hem maken. Verantwoordelijk voelt de Gesinnungsethiker zich er alleen voor dat de vlam van zijn overtuiging niet dooft.’

Het is een citaat dat er, in het debat over zo’n gevoelig onderwerp als het vreemdelingenbeleid, in hakt – dat snap ik. En toch: het conflict tussen een intentiegerichte en een resultaatgerichte ethiek, zoals Weber dat beschreef, is onmiskenbaar. Want is het niet zo dat schone handen hier lege handen kunnen zijn?

We weten als partij maar al te goed van ‘de smalle marges van democratische politiek’ maar tillen daar kwesties ook graag uit. Strafbaarstelling van illegaliteit is intimidatiepolitiek. Over de doelmatigheid ervan, in termen van haar ijveraars, valt te twisten. Maar bewilliging in dit verlangen van de coalitiepartner heeft reële verbeteringen in het vreemdelingenbeleid mogelijk gemaakt.

Gesinnungsethiker halen er hun neus voor op, Verantwortungsethiker zeggen dat het op z’n minst mee mag wegen in de beoordeling. Het Van waarde-project biedt de vaderlandse sociaal-democratie een nieuw kompas. Wat het ook biedt is in menig opzicht een tegenbeeld van de regeerpraktijk van de PvdA. Daar zullen we mee moeten leven, zo lang het uitzicht op een aangenamer coalitie, met meer kansen om ons kompas te volgen, ontbreekt.

Het is een doodsimpele Godwin: bij mensen die voor de strafbaarstelling zijn, zou zou ik in geval van nood niet onderduiken, bij mensen die tegen zijn wel.