Zijn we zo getrouwd?

Bert Ummelen - ‘Weigerambtenaar, zo zijn we niet getrouwd’ kwetterde de PvdA-site. Onder de slogan verklaarde Pierre Heijnen namens de fractie ‘met overtuiging’ steun aan het initiatief van D66 om af te komen van ambtenaren die geen homostellen willen trouwen. Als de gemeente geen ander werk voor ze heeft, vliegen ze er maar uit.

Eerst even dit: is het nu echt nodig om mensen die verschuivingen in de publieke moraal niet zo kunnen volgen als kwajongens toe te spreken?

Ik val over de toon omdat die correspondeert met Heijnens bijdrage aan het debat. De kleine ruimte die het initiatiefwetsvoorstel gemeenten nog lijkt te laten moet eruit. Hoezo gemeentelijke autonomie, hoezo ‘ruw opzijzetten van afspraken en gewekte verwachtingen’? Heijnen wil er niet van weten. Waarop zijn retorische voltreffer volgt: ‘Mag twaalf jaar na invoering van het homohuwelijk nog gesproken worden over het ruwweg opzij zetten van ambtenaren die weigeren om de wet uit te voeren?’

Nu kun je morele principes delen of niet delen, maar er een houdbaarheidsdatum op stempelen? Onwillekeurig denk ik aan de gelijkmoedigheid waarmee in onze partij kennis is genomen van het vertrek van Jan Pronk. Over de houdbaarheidsdatum?

In mijn WBS-blog van 8 januari jl. vroeg ik me af of de PvdA wel mee moest doen aan de ‘vrijzinnige kruistocht’ van D66. Moesten we het drijven in de richting van een vaderlands laïcisme (God achter de voordeur) steunen? In lijn met de traditie van ‘doorbraakpartij’ was dat, schreef ik, in elk geval niet. Een paar dagen later deed Trouw-columnist Hans Goslinga er een schepje bovenop: ‘PvdA houdt haar geboortepapieren bij het vuur’ (Trouw, 13 januari jl.).

Onze partij is opgericht om de tegenstelling seculier-confessioneel, die de vooroorlogse politiek kenmerkte, te overwinnen. Tolerantie voor opvattingen in christelijke kring was de ‘doorbrekers’ niet genoeg. Het idee was dat die wezenlijk waren voor onze pluriforme samenleving, thuis hoorden in het publieke domein en aanspraak konden maken op respect van de overheid.

Eigenaardig is dat de PvdA het altijd heeft opgenomen voor gewetensbezwaarden. Zo konden dienstweigeraars vroeger op veel sympathie rekenen. Nu wordt de Raad van State verweten dat hij, in een advies over de kwestie van de trouwambtenaren, ruimte schept voor gewetensbezwaren als grond voor het weigeren van overheidsdienstverlening. Precies wat in 2001 Job Cohen als staatssecretaris van Justitie bij de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor homo’s ook deed. Praktische wijsheid gaf hem in om enkele tientallen ambtenaren met religieuze bezwaren tegen het sluiten van zo’n huwelijk ongemoeid te laten.

Het ene gewetensbezwaar is het andere kennelijk niet. Heijnen ziet de kwestie en beantwoordt die feitelijk met een tautologie: respect voor gewetensbezwaren van mensen met een publieke taak is begrensd omdat er grenzen aan zijn. Waar die grenzen lopen bepaalt in een democratie uiteindelijk de meerderheid, maar een neiging tot ontzien van ideeën en gevoelens van minderheden hoorde er bij ons altijd bij. Dat is niet meer zo; voor wie weigert door de mal van de moderniteit te gaan is het guur aan het worden.

De ‘trots’ die Heijnen namens de PvdA uitdrukt over het feit dat we het eerste land waren waar homoparen konden trouwen, valt best te delen. Natuurlijk moet zo’n paar in elke Nederlandse gemeente in de echt verbonden kunnen worden. Maar dat ís ook zo. Ook mijn eigen kleine gemeente biedt een keuzemenu van trouwambtenaren. En je wil straks als homostel toch niet getrouwd worden door een ambtenaar die dat tegen heug en meug, alleen vanwege zijn boterham, doet? Een ‘Berufsverbot’ voor het handvol ambtenaren van de burgerlijke stand met religieuze reserves is kortom helemaal niet nodig om het recht van homo’s op het burgerlijk huwelijk te garanderen. En dat precies geeft aan het initiatief een geur van geestdrijverij.

Nog niet zo lang geleden stelde het ‘Trefpunt van socialisme en levensbeschouwing’ een prangende vraag aan de PvdA-fractie. Het ging erover wat nu precies de visie was van de fractie op plaats en rol van levensbeschouwing in het publieke domein. Vanuit welk referentiekader dacht zij bij het beoordelen van kwesties als weigerambtenaar, omroepjes op geestelijke grondslag en zondagswet? Ik ken het antwoord niet. Ik ben er wel benieuwd naar, zoals ik benieuwd was naar een reactie op mijn kritiek op de gretige deelname aan de ‘vrijzinnige kruistocht’. Noppes.

Het is mooi dat je in onze partij van je hart geen moordkuil hoeft te maken. Maar een echte debatpartij heb je pas als op kritiek uitleg of tegenspraak volgt.