Paars = Rood + Blauw

Oké, als het echt niet anders kan, dan moet het maar: een kabinet met VVD en PvdA. Maar laten we niet vergeten dat daaraan op langere termijn ook een aantal forse risico's zijn verbonden.

In de eerste plaats een verdere daling van het vertrouwen van de kiezers in de politiek. Die hebben in groten getale gekozen ófwel voor de VVD ófwel voor de PvdA – maar niet voor allebei tegelijk. Integendeel, veel strategische stemmers blijken juist op één van die twee te hebben gestemd om de ander buiten de regering te houden.

Daar hebben de lijsttrekkers van beide partijen ook stevig op aangedrongen: socialisten zijn gevaarlijk en rechts voert een rotbeleid. Dus stem vooral niet op hen – dan voorkomen wij dat zij het stuur in handen krijgen.

Nog geen dag nadat de verkiezingsuitslag binnen is, slaan de twee strijdende partijen al een heel andere toon aan. Er moet een stabiele regering komen, de crisis vergt daadkracht, andere coalities zijn niet mogelijk, en meer van dat soort uitspraken.

Kan allemaal wel waar zijn, maar zo’n snelle omslag is niet best voor het vertrouwen in de politiek. Menigeen zal constateren dat er met zijn of haar stem toch heel wat anders gebeurt dan bedoeld in het stemhokje – en door beide partijen vooraf ook gesuggereerd. Vooral strategische stemmers, zowel ter rechter als ter linker zijde, komen bedrogen uit. Hadden ze daarvoor nou VVD of PvdA gestemd in plaats van de partij van hun voorkeur?

Maar er is meer. Niet alleen het vertrouwen in de politiek is in het geding, ook de politiek zelf. Wie de twee belangrijkste politieke stromingen, het liberalisme en de sociaal-democratie, bij elkaar in één regering stopt, loopt het risico het politieke spreken zelf de nek om te draaien.

“Wim baarde Pim”, was een veel gehoorde uitspraak na Paars II. En niet ten onrechte. Paars I was een succes, omdat voor het eerst de christen-democratie tot oppositie veroordeeld werd. Maar Paars II eindigde in kleurloosheid. Geen blauw en geen rood meer te bekennen. De ideologische veren afgeschud, niet alleen bij de PvdA, ook bij de VVD. Technocratisch bestuur is dan het logische gevolg. Weg politieke strijd en bevlogenheid. Kortom, de dood in de politieke pot.

Hoe te voorkomen dat we die fout nog een keer maken? Begin sowieso niet aan een VVD-PvdA coalitie, zullen sommigen zeggen. Snap ik, maar stel nou dat er geen andere mogelijkheid is, hoe dan toch het politieke vuur brandende houden en het vertrouwen in de politiek niet verder verspelen?

Een versterking van het dualisme in de Nederlandse politiek zou daarbij flink behulpzaam zijn. Gelukkig heeft Samsom van te voren gezegd dat hij fractieleider in de Tweede Kamer wordt als de PvdA niet de grootste zou worden. Ben benieuwd of hij woord houdt.

Sterker nog, ook als hij wel de grootste was geworden, had hij dat moeten doen. En niet alleen hij, ook de andere kandidaten op de verkiezingslijst. Waar stemmen we op? Op volksvertegenwoordigers. Laten de gekozenen dat dan ook doen: het volk vertegenwoordigen. En dat doe je in de Kamer, niet in het kabinet. De regering regeert. Maar het primaat van de politiek ligt in het parlement – althans zo zou het moeten zijn.

Tot voor kort gaf de VVD het goede voorbeeld op dit punt: lijsttrekker Bolkenstein werd fractievoorzitter, ook toen zijn eigen partij regeringsdeelname aanvaardde. Hij bleef het kabinet politiek steunen, maar hield ook de handen vrij voor zijn eigen verhaal. Sinds Rutte is helaas ook bij de VVD dit laatste beetje dualisme losgelaten.

In een tweepartijenstelsel is dat niet zo’n punt. De winnende partij kan haar program ongewijzigd in regeringsbeleid omzetten. In een meerpartijenstelsel waar coalities gevormd moeten worden kan dat niet. Daar moeten compromissen worden gesloten. En dan ligt het verwijt van draaien al snel op de loer: als partij in de verkiezingsstrijd beloofde je dit, als coalitiegenoot na de verkiezingen doe je dat. Dat is onvermijdelijk, maar een stuk makkelijker uit te leggen als je daar verschillende woordvoerders voor hebt. Regeringsleden verdedigen bestuurlijke compromissen. Kamerleden staan voor de politieke idealen waarvoor ze gekozen zijn en maken vandaaruit de afweging of ze de regeringsvoorstellen steunen of niet.

Kortom, houd bestuur en beleid van regeringswege zoveel mogelijk personeel gescheiden van het politieke spreken in het parlement. Dat komt beide ten goede. Laat het Catshuis maar paars kleuren – als de beide Kamerfracties maar blauw en rood blijven.