Van Willy Brandt tot Vladimir Poetin: Tijd voor herbezinning?

Jan Marinus Wiersma - De veiligheidsarchitectuur van Europa wankelt. Wat tijdens de Koude Oorlog is ontwikkeld en daarna verder uitgebreid (Van Helsinki-akkoorden tot OVSE) staat onder zware druk. Bestaande veiligheidsarrangementen zijn en worden door een belangrijke partij - Rusland - op grote schaal geschonden.

Dialoog is vervangen door geweld en intimidatie waarbij territoriale integriteit niet langer wordt gerespecteerd. Zie alles wat zich rond Oekraïne afspeelt maar daar niet alleen. We hebben al eerder signalen kunnen opvangen van een veranderde Russische opstelling. Deze is zich gaan aftekenen na het aantreden van Poetin rond 2000. Markante voorbeelden zijn en waren het ondermijnen van verkiezingswaarnemingsmissies van de OVSE, het negeren van uitspraken van het mensenrechten hof van de Raad van Europa en de inval in Georgië (2008).

Tegenwoordig worden in Moskou vooral de verschillen met het Westen benadrukt en eigen (Euraziatische) waarden vooropgesteld. Dat vertaalt zich in een weinig ‘Europese’ democratie-opvatting, Russisch nationalisme en een ‘eigen’ minderheden politiek (ook in Georgië en Moldavië), staatsinterventie in de economie, een Potemkin parlement, een verzwakte rechtsstaat en een media omgeving die onder controle van het Kremlin staat. Door de crisis van deze zomer is men zich bij ons veel meer dan voorheen bewust geworden van deze drastische veranderingen. Hoe daarmee vervolgens op de wat langere termijn om te gaan, is nog een open vraag.

In 2015 is het veertig jaar geleden dat de Helsinki akkoorden – waaruit de OVSE is voortgekomen - werden getekend. Wordt dat een feestje of een begrafenis? Hebben we dan een antwoord op de opstelling van Rusland? Hoe gaan Europese sociaaldemocraten met de nieuwe situatie om? Waar staan zij als erfgenamen van Palme en Brandt die opkwamen voor gedeelde veiligheid als uitgangspunt en de dialoog als basis van de ‘Ostpolitik’? Toen waren we soms intern verdeeld over de afweging tussen mensenrechten en veiligheid (vrede). Wat moest het zwaarste wegen?

1975 is 2014 niet. Het dilemma doet zich niet in dezelfde mate en op dezelfde manier voor maar wel tekent zich weer de tegenstelling af tussen degenen die de confrontatie niet schuwen – de nadruk leggen op het machtsevenwicht, op sancties en het handhaven van de internationale rechtsorde - en hen die de dialoog – het zoeken naar een oplossing met politieke middelen - daaraan niet willen opofferen. In de vorige eeuw loste het dilemma zich vanzelf op na het ineenstorten van het communisme en de opheffing van de Sovjet Unie. Wachten tot Poetin hetzelfde overkomt, is echter geen verstandige strategie. Wat dan wel, is de pregnante vraag die sociaaldemocraten zich nu zouden moeten stellen.

Sommige oude recepten zijn niet effectief meer. Als traditionele voorlopers in grote veiligheidsdiscussies zijn ze het aan hun stand verplicht hun idealen nog eens tegen het licht te houden van dramatische omslag in Europa. Nog maar enkele jaren geleden stelde de PvdA op basis van de nota-Schrijver een omvangrijke buitenlandresolutie vast. Daaraan kan nu een hoofdstuk toegevoegd worden.