De toekomst van de politieke partij

Menno Hurenkamp - Politieke partijen winden zich graag op over de toekomst van politieke partijen en politicologen ook. Ze onderscheiden zich hierin van gewone mensen. Die geven meer om, in de woorden van politicoloog Robert Dahl, “food, sex, love, family, work, play, shelter, comfort, friendship, social esteem, and the like".

Het debat over de staat van de partijen is daarmee echt iets voor professionals, die zich druk maken om het feit dat de gewone man zich niet om hun werk druk maakt. Meestal betrekt de ene helft van de betrokkenen de stelling dat het helemaal misgaat met de politieke partij en daarmee ook met de democratie, en stelt de andere helft dat het allemaal wel meevalt. De recente studie van de Teldersstichting (collega wetenschappelijk bureau van de VVD) ' De plicht der politieke partijen' past een beetje in de laatste groep.

De stelling van het boek is dat aan de ene kant het parlementaire stelsel en de partijen die er bij horen verhoudingsgewijs wel op redelijke steun kunnen rekenen maar dat aan de andere kant ook wel tijd is voor wat vernieuwing. De voorstellen waar het boek mee komt zijn aardig maar niet zo schokkend: beter nadenken over sociale media, een lagere kiesdrempel, minder fractiediscipline en meer ideologisch profiel. Niet per se onverstandig. Maar in de ogen van de mensen die denken dat de democratie dood is op sterven na, zijn dat soort ideeën niet meer dan een 12 volt stroomstootje op een kapotte gloeilamp. De studie besteedt wonderlijk niet zoveel aandacht aan het feit dat juist de VVD de bakermat is van de meest antidemocratische partij van Nederland, de PVV. Ook aan Europa en de lokale democratie worden weinig woorden vuilgemaakt.

Er ligt dan ook eerder een cultureel probleem op de loer dan een organisatorisch. Veel van de discussies over de toekomst van politieke partijen gaan over de interne besluitvorming en kandidaatstelling en de mate van debat dat er in een partij gevoerd wordt. Vroeger was dat meestal beter en tegenwoordig is het minder, is de teneur: als de partij nou maar meer een echte vereniging wordt in plaats van alleen een applausmachine en als de partij nou maar meer de eigen ideologie uitdraagt, dan komt het allemaal goed. Maar de samenhang tussen pogingen tot dat soort vernieuwing en drastische opleving van een politieke partij is nooit aangetoond. Succes hangt toch meer af van een geschikte lijsttrekker, de juiste thema's op de juiste manier aandragen, domme tegenstanders - van het aanvoelen van de tijdgeest. Doe je dat, dan willen mensen graag bij je horen, en nemen ze autoritaire neigingen van het leiderschap en veel te ouderwetse websites voor lief. Een beetje morrelen aan de regels levert zelden veel verandering op.

Veel belangrijker dan het koesteren van partijen is dan ook het koesteren van democratie. Partijen komen en gaan, niet veel aan te doen en ook niet zo erg. Maar democratie heeft in sneltreinvaart zijn aantrekkingskracht verloren, schrijft ook de Economist van deze week. Veel van de 'revoluties' en omwentelingen van na 1989 zijn in teleurstellingen ontaard. De natiestaat heeft danig aan gezag ingeboet maar de Europese Unie geldt amper als aantrekkelijk democratisch perspectief. China logenstraft het idee dat alleen democratieën voor echte welvaart kunnen zorgen. De financiële crisis werd veroorzaakt door de banken maar moet worden opgelost door de politiek, en dat gaat nogal moeizaam. En wie zich even verdiept in de komende gemeenteraadsverkiezingen ziet vooral de zorg dat de opkomst zo laag wordt dat daarmee ook de kiesdrempel erg laag wordt en allerlei lokale partijtjes van de orde "Eigen kippenhok eerst" de raad gaan bevolken.

Of je die trend keert door hardnekkig bestaande partijen in leven trachten te houden is ongewis. Het lijkt meer voor de hand te liggen het onderhoud van de democratische cultuur serieus te nemen. Bij voorbeeld door lokale volksvertegenwoordigers goed op te leiden, maar ze ook een goede vergoeding te geven, meer in ieder geval dan nu. En lokale media kwijnen nu weg, en op gemeenteraden en burgemeesters en wethouders is amper nog controle mogelijk door de journalistiek. Door fondsen voor gemeentelijk georiënteerde journalisten in te stellen kan daar iets aan gedaan worden. Maar ook zou herinvoering van de stemplicht nog eens overwogen kunnen worden. Een straffe boete op niet opkomen bij verkiezingen, dwingt burgers en politici tot meer nadenken.

Op Europees niveau moet ook net iets grootscheepser gekeken worden naar de aard en inhoud van de democratie, dan het nu triomfantelijk gepresenteerde idee dat het Europees parlement straks de Commissievoorzitter aanwijst. De Europarlementariërs weer vervangen door nationale parlementariërs, of het hele Europarlement afschaffen, om eens wat te bediscussiëren voorstellen te noemen.

Maar het gaat niet alleen om verkiezingen and the like. Bedwingen van de enorme invloed van corporate lobbyisten in de verschillende democratische arena's zou verder helpen om de gewone mensen wat meer invloed en daarmee wat meer vertrouwen te geven. Veel harder optreden wanneer een dictatuur als Rusland een buurland onder druk zet, zou iets meer het voorbeeld geven dat democratie er toe doet.

Van banken wordt de laatste tijd regelmatig gezegd dat ze too big to fail zijn, maar waarom niet van de democratie? En waarom kan er miljarden steun naar de financiële sector en zijn een paar dubbeltjes voor goede vertegenwoordiging en controle al te veel?