Marijke Linthorst - Duurzame groei op lange termijn kan op gespannen voet staan met de rendementseisen van aandeelhouders. Paul Polman, bestuursvoorzitter van Unilever, heeft het dezer dagen aan den lijve ondervonden. Het vijandige overnamebod van Kraft Heinz wakkerde bij de aandeelhouders het besef aan dat een hoger rendement dan zij nu krijgen mogelijk is. Hoewel het bod uiteindelijk is ingetrokken is de kans groot dat Unilever, ondanks een bestendige groei en goede resultaten, het duurzame beleid zal moeten bijstellen om de aandeelhouders tegemoet te komen. Het algemeen belang verliest het in dat geval van meer private winst op korte termijn.

De zorg is bij uitstek een sector waarbij een dergelijk belangenconflict niet wenselijk is. Toch blijft minister Schippers proberen de mogelijkheden voor winstuitkering in de zorg verder uit te breiden. Haar belangrijkste motief is dat zorginstellingen op een eenvoudige en goedkope manier kapitaal aan moeten kunnen trekken. Als zij geen dividend mogen uitkeren, zo stelt zij, zullen er geen private investeerders zijn en is de zorginstelling voor zijn kapitaal afhankelijk van de bank. Voor de berekening van de rente kijkt de bank naar de risico’s, waaronder de omvang van het eigen vermogen. Als dit eigen vermogen niet toeneemt, schat de bank de risico’s hoger in en wordt ook de te betalen rente hoger. Met andere woorden: de kosten stijgen als geen winst mag worden uitgekeerd.

Nu zouden de risico’s voor de banken ook op een andere manier beperkt kunnen worden, bijvoorbeeld als de overheid garant staat voor de leningen. De rente kan ook laag blijven als het kapitaal verstrekt wordt door (semi)publieke fondsen zoals de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Daar is ook voor gepleit bij de behandeling van het wetsvoorstel ‘Vergroting van investeringsmogelijkheden in de medisch-specialistische sector’ in de Eerste Kamer in december 2014. Maar de minister zag hier weinig heil in. Het ging niet alleen om het goedkoop aantrekken van kapitaal, maar ook om het versterken van de financiële gezondheid van ziekenhuizen. “Financiering met vreemd vermogen door een overheidsbank of -fonds is dus geen alternatief, aangezien deze, in tegenstelling tot volledig risicodragende participatie in het eigen vermogen door privaatkapitaalverschaffers, niet bijdragen aan een gezondere financiële balans.”¹

Het is een wonderlijke redenering. Het aantrekken van vreemd vermogen is nodig om de risico’s voor de banken te beperken en zo te voorkómen dat banken een te hoge rente vragen. Maar een lening tegen een lage rente door een overheidsbank is geen oplossing.

Nog bonter maakte de minister het bij de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel ‘Verbod op winstuitkering door zorgverzekeraars’ in januari van dit jaar. Bij de invoering van het huidige zorgverzekeringsstelsel was het zorgverzekeraars 10 jaar lang verboden winst uit te keren. In 2015 werd dit verbod met twee jaar verlengd tot 1 januari 2018. Met het genoemde wetsvoorstel willen de initiatiefnemers (de Tweede Kamerleden Leijten, Bruins Slot en Bouwmeester) het verbod op winstuitkering definitief maken. Winst van zorgverzekeraars mag alleen gebruikt worden voor verbetering van de zorg of verlaging van de premie. Hierbij moet bedacht worden, zoals ook de initiatiefnemers hebben gedaan, dat de zorgverzekeraars de afgelopen tien jaar geen winst hebben uitgekeerd (en zeggen ook niet van plan te zijn dat te gaan doen) en zeer ruim in hun reserves zitten. Ze hebben op dit moment dus helemaal geen behoefte om hun kapitaalpositie te versterken. Toch voorzag de minister, als adviseur aanwezig bij de behandeling van het wetsvoorstel, grote problemen als het zorgverzekeraars niet zou worden toegestaan om winst uit te keren. Banken zijn dan de enigen die nog geld kunnen lenen en omdat het vermogen van de zorgverzekeraars niet meer kan worden vergroot zullen zij de risico’s hoger inschatten met als gevolg een hogere rente en een sterkere positie van de banken.

“Ik begrijp eerlijk gezegd ook niet het principiële verschil tussen rente en dividend. Als een instelling of een verzekeraar geld nodig heeft, kan die naar de bank. Die private bank leent geld en daarvoor betaal je rente. Dat is een vergoeding voor het geleende geld. Dat vindt iedereen normaal. Als een pensioenfonds, een investeerder of een collectief van mensen geld ter beschikking stelt, waardoor het eigen vermogen van de instelling of verzekeraar toeneemt en de risico's afnemen, en daarvoor ook een vergoeding wordt gevraagd, noemen wij dat geen "rente" maar "dividend". Waarom is dat dan ineens immoreel, terwijl het voor de stabiliteit van een instelling beter is om meer eigen vermogen te hebben en minder leningen?”²

Bij deze vergelijking van banken en particuliere investeerders vallen twee elementen op.
Op de eerste plaats het belang van eigen vermogen voor de stabiliteit van een instelling. De minister beroept zich hierbij op de lessen die we van de financiële crisis zouden moeten leren. Maar onvoldoende buffers bij banken en instellingen hebben wel een rol gespeeld bij de omvang van de financiële crisis, maar zij waren er niet de oorzaak van. Die lag in de hebzucht van handelaren en aandeelhouders.

In dat licht is het tweede opvallende element interessant. De minister lijkt ervan uit te gaan dat banken hun positie als enige geldverstrekker zullen misbruiken om er zelf beter van te worden, terwijl zij daar bij particuliere investeerders met geen woord over rept. De minister mag geloven dat alle particuliere investeerders onbaatzuchtig zijn, maar met feiten heeft het weinig te maken. Er zijn inmiddels meer dan genoeg voorbeelden waar het tegendeel het geval is geweest.

Morgen begint de Eerste Kamer (EK) aan de schriftelijke voorbereiding van het initiatiefwetsvoorstel. Er is inmiddels een stevige lobby vanuit de zorgverzekeraars op gang gekomen. Zorgverzekeraars zouden helemaal niet van plan zijn om winst uit te keren. Het initiatiefwetsvoorstel zou dus om symboolwetgeving gaan. Ik ben daar niet zo zeker van. Aan de vooravond van de parlementaire behandeling van het initiatiefwetsvoorstel stuurde Achmea een brief naar de Tweede Kamer: ‘Vanuit het oogpunt van de continuïteit van de bedrijfsvoering van Achmea en ons zorgbedrijf hebben wij grote zorgen over het initiatiefwetsvoorstel.’ Dat lijkt toch haaks te staan op het uitgesproken voornemen om geen winst uit te keren.

Er is één opmerking van de minister in dit debat waar ik het grondig mee eens ben: “Het gaat hier om de zorg, een belangrijke voorziening waarvan kwetsbare mensen afhankelijk zijn en waarmee wij geen risico's moeten willen nemen.”³

Zolang de zorgverzekeraars meer dan voldoende middelen hebben om de hen opgedragen taken uit te voeren, is er geen enkele noodzaak - en is het zelfs uiterst onwenselijk - om winstuitkering van grotendeels publiek opgebrachte gelden toe te staan. Dat gaat ten koste van de middelen die voor zorg bestemd zijn. (‘Geld lenen kost geld’)

¹Vergroting van investeringsmogelijkheden in de medisch-specialistische zorg, Nadere Memorie van Antwoord, p. 6
²Initiatiefvoorstel-Leijten, Bruins Slot en Bouwmeester. Verbod op winstuitkering door zorgverzekeraars (34.522) Handelingen TK 2016/2017, nr. 45, item 4, p. 22.
³Ibid. p. 20.

> Lees alle blogs van Marijke Linthorst