De gouden driehoek van de sociaal-democratie

Peter Kerkhof - Dat het de laatste tijd niet goed gaat met het vlaggenschip van de Nederlandse sociaal-democratie zal niemand ontgaan. Ooit, op het topppunt van populariteit onder Joop den Uyl bezette de PvdA maar liefst drieënvijftig van de honderdvijftig kamerzetels, daar zijn er in 2015 virtueel zo'n tien van over. Daar komt heibel van en vreemd is het dan ook niet dat sommige partijprominenten fractievoorzitter Diederik Samsom op de korrel nemen. Eerlijk is het echter niet, want wie enkel op de man speelt gaat voorbij aan enkele structurele oorzaken voor het verval die iedere leider van de huidige Partij van de Arbeid parten zouden spelen.

Misschien wel de belangrijkste oorzaak is de crisis van de natiestaat, een concept waar vooroorlogse socialisten weliswaar een gespannen verhouding mee hadden, maar dat wel de naoorlogse sociaal-democraten in staat stelde een welvaartsstaat te ontwikkelen op basis van herverdeling. Spreiding van kennis, macht en inkomen, noemde den Uyl het. Tegelijk schudden de socialisten na 1945 de laatste restanten revolutionair internationalisme van zich af en was hun trouw aan de parlementaire democratie voortaan boven iedere twijfel verheven. Het gouden tijdperk van de sociaal-democratie speelde zich dan ook af binnen de driehoek natiestaat-democratie-welvaartsstaat en alle drie staan nu onder grote druk.

De natiestaat, om daarmee te beginnen, wordt door de toenemende migratie steeds minder natie, en door de voortdurende soevereiniteitsafdracht aan Brussel steeds minder staat. Er worden in S&D veel terechte pleidooien gehouden voor een nieuw verhaal om burgers aan de staat te binden, ongeacht hun afkomst, meer in de richting van het Franse concept ten tijde van de Verlichting, en verder verwijderd van het 19e-eeuwse romantische nationalisme met haar Blut und Boden-connotaties. De sociale werkelijkheid is echter weerbarstig en soms lastig te hanteren voor nette sociaal-democraten. Ook op Europees terrein is de PvdA al hardhandig in aanraking gekomen met haar eigen traditionele achterban. Tot het Europese Grondwetsreferendum van 2005 en het duidelijke Nee van de kiezer, was het Europese federalisme, in ieder geval in de top van de Partij van de Arbeid, vrijwel onomstreden, maar onder de leden bleek dat heel anders te liggen. Sindsdien wordt het Europese federalisme weliswaar wat minder uitbundig beleden dan voorheen, maar echt opgelost heeft de PvdA dit probleem nooit. Dat het uitgerekend een minister uit de eigen gelederen was die eerder dit jaar als Mr. Euro het bijna failliete Griekenland de duimschroeven aandraaide helpt daarbij natuurlijk niet.

Inmiddels zijn diezelfde Grieken voor de derde maal dit jaar naar de stembus geweest, terwijl steeds minder mensen nog het idee hebben dat er iets te kiezen valt. Je kunt ofwel voor het Europese steunpakket zijn, of het er mee eens zijn, daar komt het zo ongeveer op neer. Opvallend is trouwens ook de bezorgdheid te rechterzijde over de toekomst van de democratie. Thierry Baudet, ook bekend van het Forum voor Democratie, heeft er een alarmistisch boek over geschreven en Geert Wilders trok als vanouds de aandacht naar zich toe toen hij tijdens de Algemene Beschouwingen de Staten-Generaal een nepparlement noemde. Bij de PvdA is er ongetwijfeld ook ongerustheid over het democratisch gehalte van de hedendaagse politiek, maar in de praktijk neemt de PvdA nog steeds deel aan het kabinet Rutte II dat zich na enig formeel gesputter toch altijd weer vrij makkelijk neerlegt bij Europese voldongen feiten. De crisis rond Griekenland en een mogelijk eerste uittreding van een land uit de Eurozone zetten een onbarmhartig zoeklicht op een aantal vragen waar de PvdA al jaren mee worstelt. Ten eerste de vraag of uit een economische markt eigenlijk wel spontaan een politieke eenheid kan groeien. Dat er een staat omheen gecreëerd kan worden gelooft volgens mij iedereen wel, maar een werkelijk gevoelde lotsverbondenheid tussen haar burgers? En kan er bij het ontbreken van zo’n lotsverbondenheid wel een werkelijke democratie ontstaan binnen de instituten die inmiddels in Brussel zijn opgetuigd? Tot nu toe immers is iedere democratie die we kennen ontstaan binnen de historische context van de natiestaat. Wanneer de PvdA het antwoord op deze vragen schuldig blijft, dan zullen anderen ze beantwoorden en staat de sociaal-democratie ook in dit opzicht buitenspel, hoeveel Europese topfuncties er in de toekomst ook nog zullen zijn voor individuele PvdA-bewindslieden.

En nu zijn daar de vluchtelingen, massaal en onontkoombaar. De eerste aanvechting van iedere sociaal-democraat is natuurlijk vooral te willen helpen bij het zien van zoveel ellende, tenminste dat mag je hopen. Zelfs klinken er hier en daar pleidooien voor het afschaffen van alle grenzen. Maar een grenzeloze wereld betekent ook een wereld waarin de staat slechts minimale verplichtingen aan kan gaan met haar burgers. Een wereld van ieder voor zich en God voor ons allen. Columnist René Cuperus, ook veelvuldig te lezen in S&D, schreef in de Volkskrant dat de huidige instroom wel eens de genadeklap voor de sociale welvaartsstaat zou kunnen betekenen. Welkom nieuwe onderklasse, grote ongelijkheden, culturele spanningen, 19de-eeuwse arbeidsverhoudingen, zo schreef hij onder meer. Misschien valt dat uiteindelijk wel mee, en ongetwijfeld zullen er bij de komst van zoveel menselijk talent ook onvermoede kansen opdoemen, maar Cuperus’ observaties doen er wel degelijk toe. Wie ze negeert, en zich liever wentelt in een vrijblijvende morele voortreffelijkheid verwijdert zichzelf van het politieke speelveld. En intussen trekt de karavaan verder, in een noodtempo.

Het uiteenvallen van de driehoek natiestaat-democratie-welvaartsstaat betekent waarschijnlijk dat de historische rol van de sociaal-democratie anno 2015 uitgespeeld is. Vermoedelijk ook is dit uiteenvallen veel meer van invloed op de huidige peilingen dan tactische fouten of mogelijke imagoproblemen van deze of gene partijleider. In een poging nieuwe linkse dwarsverbanden tot stand te brengen zonder al te veel partijpolitieke ballast werd in 2004 de stichting Waterland opgericht. In december 2004 bracht deze stichting het zogeheten Waterland manifest uit. Wellicht is nu de tijd aangebroken voor alle linkse politici en sympathisanten om dit manifest nog eens goed te herlezen, want met zijn hybride streven naar solidariteit én eigen verantwoordelijkheid zou het wel eens de weg naar de toekomst kunnen wijzen. Wie weet begroeten wij over een paar jaar de terugkeer van een Vrijzinnig Democratische Bond op het politieke toneel. Persoonlijk moet ik nog flink aan het idee wennen, maar als dat de manier is waarop links in Nederland ook in de toekomst maatschappelijke invloed kan blijven uitoefenen, dan moet het maar. De oude vormen en gedachten zijn namelijk op sterven na dood.

Dat de Partij van de Arbeid én Europa in diepe crisis zijn is duidelijk.....

Het antwoordt door de politiek lijkt te worden gegeven door "populisme" in Nederland en Europa. Zie de de opiniepeiling van Geert Wilders en de media-aandacht rondom Pediga in Duitsland en in Utrecht.
Het rapport "Van Waarde" biedt naar mijn mening een goed antwoord op het populisme van politieke partijen en het gedachtegoed van de neo-liberalen van Mark Rutte.
Naar mijn mening moet in het nieuwe Tweede Kamerverkiezingsprogramma een Links antwoord worden gegeven richting de liberalen en Geert Wilders.

* Stop de marktwerking;
* Zorg voor goede wetgeving voor de werknemers;
* Zorg voor Arbeidsomstandigheden: de liberalen hebben gezorgd dat rechten zijn afgepakt (werknemersrechten en in Europa, zie TTIP worden de sociaal-democratische principes overboord gegooid.
* De markteconomie moet worden gestopt.
* Versterk de vakbeweging.
* De Partij van de Arbeid kan zorgen voor meer welvaart: meer banen en door investeringen met en door een sterke overheid.

Er moet een ""moderne klassenstrijd"" worden gevoerd in Nederland en in Europa".
Het gaat om:
* Verheffing,
* Solidariteit,
* Zelfbeschikking,
* Binding.

De Partij van de Arbeid moet met bovenstaande thema's een ""links-progressief-centrum"" verkiezingsprogramma moeten schrijven voor de Tweede Kamer verkiezingen in 2017 (of eerder).
Verder ben ik ervan overtuigd dat ""Overtuigingskracht, Verandering, Moed en Passie" de Partij van de Arbeid weer terug zal brengen naar......30 zetels.....
Ik durf met bovenstaande punten de Tweede Kamerverkiezingen in te gaan als kandidaat voor de Tweede Kamer voor een Linkse Progressieve Partij van de Arbeid.