Gezondheids-ongelijkheid

Rene Cuperus - Ik heb een nieuwe baan voor de omgevallen staatssecretaris Frans Weekers: Nationaal Ombudsman Obesitas. Dat is nu de job van Paul Rosenmöller, maar Weekers is daarvoor meer geschikt. Rosenmöller is de ex-partijleider van GroenLinks, en heeft een obesitas-probleem. Hij is namelijk veel te goed afgetraind om vlaggendrager te zijn in de strijd tegen Overgewicht en een Ongezonde Leefstijl. Dat is fysiek ongeloofwaardig. Rosenmöller is te veel representant van kakelend gezond Nederland om de brug te slaan naar de minder gezonde delen van Nederland.

Deze column verscheen op 3 januari in ‘de Volkskrant’.

Dat neemt heel nauw. Qua aanpak. Qua respect. Qua tone of voice. Elke indruk moet worden vermeden dat hoger opgeleid Nederland (want dat vooral blijkt het blakend gezonde deel van Nederland te zijn) zijn zojuist verworven levensstijl disciplinerend gaat opleggen, ja, gaat verordonneren, aan minder hoog opgeleid Nederland. Voor hun bestwil. Dat dan weer wel natuurlijk.

Zo’n politionele gezondheidsactie hangt in de lucht. Een nieuw beschavingsoffensief van hoog tegen laag. Niet uit empathie en medemenselijkheid, maar vooral vanwege de kosten. De gezondheidszorgkosten rijzen de pan uit. Gezonde hoogopgeleiden betalen zich blauw voor ongezonde laagopgeleiden.

Geen kwaad woord over Rosenmöller die overgewicht bij jongeren onvermoeibaar op de kaart heeft gezet, en overal waar hij komt cola vervangt door water en frikadellen door komkommers. Toch hoorde ik hem onlangs op TV zeggen dat ’obesitas kindermishandeling is’. En daar schrok ik van. Het bevestigt mijn angstige vermoeden dat ’weldenkend’ Nederland niet het geduld, het respect en de tact kan opbrengen die nodig zijn voor hele delicate culturele interventies in levenspatronen van mensen.

Wat een hoogmoed om te denken dat men wetenschappelijke beleidsstatistiek één op één aan een samenleving kan opleggen. Neem het rücksichtsloze rookverbod in de horeca. Daar blijkt het leven gelukkig sterker dan de leer. Recent onderzoek liet zien dat 1/3 van alle cafés helemaal niet rookvrij is. Iets soortgelijks zal gebeuren met de nieuwe alcoholrichtlijn voor jongeren onder de 18. Overheidsbeleid zal nooit helemaal streetwise kunnen zijn, maar er zitten wel grenzen aan de wereldvreemdheid en mensvijandigheid van beleid.

Dat geldt ook voor obesitas-bestrijding. Een ongezonde leefstijl, overgewicht: het klinkt allemaal veel onschuldiger dan het is. Achter die begrippen gaat het wrange verhaal schuil van de zogenaamde sociaal-economische gezondheidsverschillen. Rijken zijn veel gezonder en leven veel langer dan armen. Hoe lager opgeleid, hoe eerder je sterft. Hoe beter opgeleid, hoe gezonder. Dat is de grootste onrechtvaardigheid van ons type samenleving.

De verschillen zijn schokkend. Mensen met een universitaire- of HBO-opleiding en dito sociaal-economische status leven gemiddeld 6 à 7 jaar langer dan laagopgeleide mensen. Het verschil in gezonde levensjaren bedraagt zelfs 16 à 19 jaar! Natuurlijk, dit zijn statistische abstracties. Er bestaan heus blakend gezonde laagopgeleiden, naast alcoholistische artsen, corpulente makelaars en heroïne-gebruikende architecten. Maar grosso modo is er sprake van een schandalige ongelijkheid op gezondheidsvlak. Die is systematisch en wijd verbreid in de westerse wereld.

In een willekeurig ziekenhuis kun je de gezondheidsongelijkheid observeren. Wat er daar aan mensen rondloopt, is geen dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking. Bovenproportioneel is het aandeel mensen in een lagere sociaal-economische positie met een lagere opleiding. Waarom dat zo is? Dan heb je het over een van de meest complexe vraagstukken van de volksgezondheid, waarbij alles met alles samenhangt. Lager opgeleide mensen doen doorgaans zwaarder en ongezonder werk en wonen in een minder groene woonomgeving. Hun arbeidzame leven begint veel eerder. Mensen met een slechte gezondheid maken moeilijk carrière. Veel werklozen blijken een lagere zelfwaardering te hebben, wat verwaarlozing van de eigen gezondheid uitlokt. Mensen in een lagere sociaal-economische positie blijken tweeëneenhalf keer zo dik te zijn, veel meer te roken en nauwelijks te bewegen. Dat heeft met fout eigen gedrag en sociale druk te maken. Het maakt nogal uit of goed verzorgde mantelpakjes de sociale norm om je heen zijn, of mooie tatoeages.

Zoveel is zeker, bij de aanstormende discussies over de versobering van de gezondheidszorg, de eindeloze verhoging van de pensioenleeftijd en de (on)zin van de participatiesamenleving, moeten de ten hemel schreiende verschillen in gezondheid in onze samenleving veel zwaarder meewegen dan nu gebeurt. Een nieuwe opdracht voor de volslanke Frans Weekers?