Sociaal-democratie zonder vakbond = christen-democratie zonder kerk

Rene Cuperus - Net nog in 2015 was ik aanwezig op de SPD Bundesparteitag in Berlijn (11 en 12 december). Ik was daar samen met PvdA-Europees Parlementslid (en oud-FNV-voorzitter) Agnes Jongerius, en dat trof. Want op die Parteitag bleek zich iets bijzonders af te spelen. (Naast een groot debat over vluchtelingenpolitiek en de toekomst van Europa.)

De Parteitag bleek in het teken te staan van de verzoening tussen partij en vakbeweging. Niet dat dat was aangekondigd, of dat dat echt geprogrammeerd was, maar steeds opnieuw werden door leidende SPD-politici de allervriendelijkste woorden gericht aan het adres van de aanwezige vakbondsvertegenwoordigers. En steeds opnieuw werden ze, zittend op de eerste rij van de enorme zaal op het complex van de Berlijnse Messe, op het grote scherm in beeld gebracht.

Alles leek erop te duiden (of alles werd eraan gedaan om het zo te laten lijken), dat de wonden van de harde clash tussen partij en vakbeweging onder de rood-groene regering van bondskanselier Gerhard Schröder waren geheeld. Destijds lagen Duitse vakbonden en SPD op ramkoers over de zogenaamde Agenda 2010 van de Schröder-regering, het diep ingrijpende hervormings- en bezuinigingsprogramma van de Duitse verzorgingsstaat. 'Sozialabbau', sociale afbraak, zo werden deze zware versoberingen genoemd. Met name betrof dat de zwaar gekortwiekte bijstandsregeling Harz IV en de introductie van Billigjobs, die in Duitsland het fenomeen ‘’werkende armen’’ hebben doen ontstaan (‘Armut statt Arbeit’). Met grotere armoede en nieuwe sociale ongelijkheid tot gevolg. Tegelijk menen veel experts dat deze verzorgingsstaat-hervormingen aan de basis hebben gelegen van het lage lonen/wereldexport—succesmodel van de Duitse economie, en dat die de toenmalige zieke man van Europa weer tot leven hebben gewekt.

’Land gered, partij verloren’, zo omschrijft men deze gang van zaken wel eens. Want de SPD is het trauma en het schisma als gevolg van de Agenda 2010-hervormingen eigenlijk nauwelijks (nog) te boven gekomen. Massaal ledenverlies, electorale neergang zonder weerga, tot onder de 30%-norm van een echte brede volkspartij. Er ontstond als een bijna direct gevolg van die hervormingskoers, het electoraal alternatief van de meer radikaal-linkse partij, Die Linke. Met SPD-spijtoptant Oskar Lafontaine als een van haar leiders, en met veel ontevreden vakbondsleden als nieuwe aanhang. En de betrekkingen tussen Duitse vakbeweging en SPD waren dus ernstig verstoord geraakt.

Sigmar Gabriel, de huidige SPD-leider en tevens vice-bondskanselier naast Angela Merkel, rekent het zich al langer tot zijn taak om die breuk tussen SPD en vakbeweging te helen. In zijn congresspeech ’Wir schreiben Deutschlands Zukunft’ kwam de Duitse vakbeweging dan ook prominent naar voren. Als bondgenoot.

‘Wir haben bei der Modernisierung unserer Volkswirtschaft übrigens alte und neue Verbündete. Alte Verbündete sind – das darf man wohl sagen, vor allem nach der Rede von DGB-Vorsitzende Reiner Hoffmann gestern – wieder die Gewerkschaften. Ich danke stellvertretend all denen, die daran mitgewirkt haben und die nicht die Sozialdemokratie aufgegeben haben, obwohl sie vielleicht auch manchmal gezweifelt haben. Wir haben uns seit 2009 intensiv darum bemüht, das Vertrauen der Gewerkschaften in die SPD wieder zu rechtfertigen. Nicht nur durch Programme, sondern dadurch, dass wir einhalten, was wir versprochen haben. Ich habe damals in Dresden gesagt: Niemals dürfen sich SPD und Gewerkschaften wieder so weit voneinander entfernen. (…) Ich gebe freimütig zu: Ich bin ziemlich stolz darauf, dass endlich wieder sechs der acht Vorsitzenden der Einzelgewerkschaften und der DGB-Vorsitzende der SPD angehören: Ich finde, das gehört sich auch so, liebe Genossinnen und Genossen. (…) Aber so sehr der Satz „Ohne die Gewerkschaften kann die SPD keine Wahl gewinnen“ stimmt, so sehr stimmt auch der Satz: Mit ihnen alleine reicht es nicht. Das wissen auch die Gewerkschaften. Deshalb freue ich mich genauso über (…) das Wirtschaftsforum das der SPD gegründet hat. Ein Verein, der nach kurzer Zeit mehr als 150 Mitglieder hat: Unternehmerinnen und Unternehmer, Manager, vor allen Dingen aus Familienunternehmen, die uns natürlich helfen werden, auch unsere wirtschaftspolitische Kompetenz zu stärken.’’

En verder: ‘Die SPD hat seit 152 Jahren eine Kernkompetenz: Wir sind die Expertinnen und Experten für gesellschaftlichen Zusammenhalt. Keiner kann das besser als wir – und die Gewerkschaften. (..) Bislang müssen sich immer die Arbeitnehmer mit ihrem Leben der Arbeit anpassen. Ich finde, auch der umgekehrte Weg muss möglich sein. Arbeiten und leben besser miteinander zu vereinbaren, das ist eines der ältesten Ziele von Gewerkschaften und Sozialdemokratie, und das müssen wir jetzt nutzen, diese Chance zu verbessern.‘‘

Er wordt veel over en weer geschamperd tussen sociaal-democratische partijen en vakbeweging. Zie Engeland onder New Labour. Zie de PvdA en de WAO-crisis. Zie de SPD en de moderniseringskoers. De zogenaamde Derde Weg-moderniseerders hebben met verachting over Old Labour en de oude arbeidersbeweging gesproken en geoordeeld. Daar is allemaal weinig goeds van gekomen. Spugen in de bron van je ontstaan, snijden aan de wortels van je bestaan: er zijn weinig politieke bewegingen die zich zo suïcidaal hebben laten kennen. Een sociaal-democratische partij die zijn rug keert naar de vakbeweging, is als een chisten-democratische partij die de kerken vaarwel zegt, of als een conservatief-liberale partij die de afschaffing van multinationals bepleit.

Juist in deze tijden waarin de naoorlogse ‘’rechtsorde van de arbeid’’ (Banning) op springen staat, is een nieuwe wederzijdse orientatie van sociaal-democratie en vakbeweging geboden. Opdat de verworvenheden van een eeuw sociale strijd niet op de mestvaalt der geschiedenis belanden. Het is zoals de vermaarde Duitse politiek-socioloog Wolfgang Streeck het onlangs scherp formuleerde: ‘’Politically we are in an interregnum. This means that many different things can and must be tried. We may be back at an early state of political democracy where people must experiment with different kinds of resistance, to cause frictions wherever they can. (…) Rather than devising “constructive solutions” and acting as capital’s loyal opposition where there is no loyal government, we should support trade unions, even if they are often not very farsighted; no longer vote for the public relations specialists that are now impersonating political leaders; refuse to believe their professionally crafted excuses and There Is No Alternative rhetoric. Express your disgust, and don’t be afraid of appearing emotional, since emotional protest is what technocrats are most afraid of. Contemporary policymakers worry about capital “losing confidence” in them; make them worry also about the confidence of their citizens.” (Interview met Colin Crouch in: Roar Magazine, 23-12-2015).

Beeld: Olaf Kosinsky/Skillshare.eu

Ik ben het helemaal met Rene eens. Onze samenwerking met de vakbeweging is essentieel om een 'van Waarde'-samenleving te realiseren. Onze houding t.a.v. TTIP is mijns inziens op dit ogenblik cruciaal. Het kan en mag niet zo zijn dat wij tegen het verzet van de vakbeweging in instemmen met een vrije markt van Helsinki tot San Francisco die een geordend Europees kapitalisme onmogelijk maakt.
Die ordening kan en moet op Europees niveau plaatsvinden. De PES schrijft daarvoor goede discussiestukken (bijv. 'A new fair deal for the Eurozone and the EU'). Een Europese strategische discussie met de vakbeweging EN een goede discussie binnen de PvdA over zulke stukken is dringend gewenst.