Het 4e Van waarde-debat in de theaterzaal van De Nieuwe Vorst in Tilburg stond ditmaal in het teken van binding. In de woorden van Monika Sie, die de avond inleidde, betekent dat: het belang van de bindende en emancipatoire kracht van de gemeenschap, die er zorg voor moet dragen dat mensen zich gezien weten in relatie tot de ander. Het werd een enerverende avond over samenleven en zeggenschap, lusten en lasten, locale strijd en Haagse onmacht, maar vooral: over de behoefte en noodzaak van een bindend verhaal.
In het eerste driegesprek was er een duidelijk spanning merkbaar tussen de “activisten” en de “wetenschappers”. De eerste groep zette vooral in op regionale binding (in wijken, dorpen, steden en gemeentes) door middel van locale initiatieven, terwijl de tweede groep hamerde op het belang van de bindende factor van de samenleving als geheel. Zo vertelde wethouder Jan –“wie het kleine niet eert is het het grote niet weerd”- Hamming over het succes van het versterken van de frontlinie (zoals buurtwerkers en straatcoaches), deed Saïd -“je mag bij me langskomen in het Catshuis hoor, Job”- Achouitar verslag van zijn carrière als verheffende voetbalcoach en waarschuwde Bowen –“geen zoden aan de dijk”- Paulle dat men zonder structurele veranderingen geen eerlijke kansen voor iedereen kan garanderen. Daarom pleitte hij voor scholen met minimaal 70% kansrijke en maximaal 30% kansarme kinderen.
Tijdens het tweede driegesprek boog men zich over de vraag hoe mensen te activeren voor het publieke belang. Oprichter van het Instituut voor Publieke waarden Albert-Jan Kuiter maakte de balans op van een falend overheidsbeleid dat zich onder andere uit in de “bureaucratische ervaring” (pak een willekeurige brief van een willekeurige zorginstelling en u weet wat hij bedoelt) en hield hij een pleidooi voor heldere communicatie van publieke waarden. Marjan Minnesma, directeur van Stichting Urgenda, sloot daarbij aan met haar positieve verhaal over lokale duurzame initiatieven en het effect daarvan voor de “samenredzaamheid” van de samenleving. Willem Witteveen gooide daarop roet in het activistische eten door te stellen dat een samenleving niet hetzelfde is als een verzameling autarkische gebiedjes, en dat Nederland wat dat betreft wel degelijk een bindingsprobleem heeft. Met Minnesma’s locale initiatieven creëer je nog geen samenleving, meende Witteveen: het algemeen belang heeft namelijk altijd een fictief, utopisch karakter.
Mark Elchardus hoogleraar sociologie in Brussel aan de Vrije Universiteit, was gevraagd om te reflecteren op het bindingsnummer van S&D, zodat er tenminste één iemand van buiten Nederland zou zijn die het 200-pagina’s tellende document gelezen zou hebben. Die missie is duidelijk geslaagd: Elchardus wist feilloos aan te stippen welke definitie van binding in het nummer ontbrak, namelijk binding als macht. Dat wil zeggen: elkaar de mogelijkheid geven om elkaar te sturen. Daarmee leverde Elchardus tegelijkertijd scherpe kritiek op de liberale bevrijdingsdrang die langzaam maar zeker in het sociaal-democratische discours binnengeslopen is, en pleitte hij voor een terugkeer naar de wortelen van de sociaal-democratie: wij zijn de mensen van de beweging, en dát is wat ons bindt.
De avond werd traditiegetrouw afgesloten door Job Cohen. Cohen betoogde dat de politiek paal en perk moet stellen aan de tendens van besluitvorming “over de hoofden van de mensen heen” en prees Saïd Achouitar omdat hij het woord “rolmodel” weer in de mond durfde te nemen. “Mensen moeten zich weer geraakt weten door iets”, aldus Cohen. Met een volle zaal en betrokken publiek deed roerig Tilburg dat deze avond maal niet slecht.
Foto's van de avond zijn op Flickr te vinden, met dank aan Eline Segers.
Lees de blog van deze auteur
