Frits Abrahams karakteriseerde deze ontwikkeling als volgt: ‘Gisteravond had ik een verre vriend onverwacht op bezoek. […] Hij loopt tegen de 50 en is bijna 25 jaar in dienst van een groot, internationaal bedrijf. Beviel het hem nog? Hij haalde zijn schouders op. Zijn bedrijf was inmiddels beursgenoteerd en zó vaak overgenomen dat hij er zich totaal van vervreemd voelde. De nieuwe eigenaren hadden maar één doel: in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk geld met zo weinig mogelijk personeel verdienen. “Vroeger hield ik van mijn bedrijf”, zei hij, “nu laat het me volstrekt koud.”’ (Frits Abrahams, ‘Roestvrij idealisme’, in: NRC Handelsblad, 17 oktober 2011).