Debat: Wijst Van Rompuy de weg?

De financiële en economische crisis dwingen tot verdere stappen in het Europese integratieproces. Het is echter de vraag hoe deze stappen genomen moeten worden, en of ze sociaal en democratisch genoeg zijn. In het rapport ‘Towards a genuine economic and monetary union’ schetst Herman van Rompuy zijn vergezicht voor Europa.

Hedwich van der Bij, Annelies Pilon en Jan Marinus Wiersma stellen in een brief aan Van Rompuy vragen bij zijn plannen. Wijst Van Rompuy ons de juiste weg?

Hieronder vindt u de reacties:

  1. In het artikel 'Maatwerk in de aanpak van de Eurocrisis' gaat Ben Crum dieper in op de diverse problemen in de EMU.
  2. In het artikel 'Van Rompuy langs de sociaaldemocratische meetlat' vraagt Kirsten Meijer zich af in hoeverre Van Rompuy’s plannen sociaal en democratisch genoeg zijn.
  3. In het S&D artikel 'Wat voor Europa willen wij?' vraagt Marijke Linthorst zich af hoe Europa eruit zou moeten zien.
  4. In het artikel 'Eurocrisis: Niet méér Europa, maar meer discipline!' werpt Jan Werts een kritische blik op de toenemende maatregelen in de EU t.b.v. de eurocrisis.
  5. In het artikel 'Een Sociale Unie staat niet op de Europese routekaart' vraagt Bernard Naron aandacht voor de sociale crisis in Europa.

U wordt van harte uitgenodigd om mee te discussiëren over dit thema. Dit kan door een gebruikersaccount aan te maken (rechts op deze pagina).

Beste mensen,

ik denk de enige mogelijkheid om europa uit de crisis te halen is niet minder Europa maar meer Europa. Meer Europa betekent in mijn ogen een volledige overdracht van de financiele en economische politiek op de EU. Maar er moet ook een omvattende competentie voor de EU in vragen als het sociale zekerheidsstelsel, minimumloon en belastingen komen. Daarboven heeft de EU een eigen belastingsstelsel nodig, daarmee ze in financiele opzicht niet meer afhankelijk is van de Lidstaaten. Als de EU een eigen belasting innen kan, bijvoorbeeld 1% van de nationale belasting, heeft ze meer ruimte om zelfs te investeren en ook andere politieke hoofdlijnen te volgen dan het nu het geval is met, soms, 27 tegen elkaar botsende opvattingen waar an het einde steeds een min of meer onbegrijpbare compromis staat. De EU-Comissie is dan afhankelijk voor haar uitgaven van het EP - het EP moet dan weer het recht krjgen om initiatiefwetvoorstellen (kan op dit moment alleen de EU-Comissie!) in te dienen. De EU heeft ook een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en een gezamelijke asiel- en vluchtelingenpolitiek nodig! Met andere woorden: Meer Europa betekent niet meer bureaucratie of minder democratie maar juist meer politieke en economische speelruimte in en snel globaliserende tijd!

Siebo

Neem subsidiariteit serieus

Het is een goed idee van de Europadenktank om op de WBS-site een discussie te starten over de verstrekkende onderwerpen die de Europese Raad op 14 en 15 december bespreekt.

In de discussie rond die voorstellen voor de aanpak van de crisis in Europa krijgt een eventuele verschuiving van beslissingsmacht naar het Europese niveau veel aandacht. Veel partijen bepleiten terughoudendheid, omdat een toenemend eurosceptische bevolking het niet zou willen. Maar de bevolking is ons inziens. niet perse sceptisch over de vorm, maar ook vooral over de inhoud. Zij zien een Europa dat alleen gaat over bezuinigingen, dat niet opkomt voor de zwaksten, terwijl de elite die de crisis heeft veroorzaakt de dans ontspringt.

Uitgangspunt bij zulke discussies moet het subsidiariteitsbeginsel zijn. Beslissingen mogen alleen naar een hoger niveau gaan, oftewel verder van de burger af, als dat voor de besluitvorming noodzakelijk is. Wat lokaal kan, moet lokaal gebeuren. Maar als iets alleen effectief kan worden geregeld op Europees niveau, dan moeten we –als we subsidiariteit serieus nemen- ook pleiten voor Europese bevoegdheden. In die gevallen verdwijnt bij intergouvernementele besluitvorming het Europese belang vaak achter een compromis tussen nationale belangen.

Bankentoezicht en subsidiariteit
Een duidelijk voorbeeld van een probleem dat alleen op Europees niveau effectief kan worden opgelost, is het toezicht op banken. Vanuit het beginsel van subsidiariteit bekeken, is er brede overeenstemming dat het bankentoezicht naar Europees niveau moet. Banken van tegenwoordig zijn zo internationaal vervlochten, dat nationaal toezicht en nationale garanties vrijwel onmogelijk zijn geworden. Bovendien is gebleken dat er nationaal vaak een sterke vervlochtenheid bestaat tussen politieke en bancaire elites (IJsland, Spanje, Duitsland, Ierland etc), die goed toezicht in de weg staat. Die vervlechting speelt de besluitvorming ook parten. Duitsland bijv. wil niet dat het toezicht op de Landesbanken –speeltje van regionale politici!- naar Europees niveau gaat.
Spanje is diep in de problemen gekomen omdat de Cajas –eveneens speeltje van regionale politici- onverantwoord hebben geïnvesteerd in woningbouw en prestige-projecten. Om de Spaanse banken te redden heeft het land zich diep in de schulden moeten steken. Mogelijk te diep. Maar als Spanje failliet gaat komen grote Franse banken (die veel Spaanse overheidsleningen hebben opgekocht) in enorme problemen. De kredietpolitiek van Spaanse banken heeft dus enorme gevolgen in de rest van Europa.
Om te voorkomen dat nationale belangen een effectief Europees bankentoezicht verhinderen horen besluiten hierover op Europees niveau.

Bij Europees toezicht horen maatregelen om in crisissituaties te kunnen ingrijpen. Dat gaat bijvoorbeeld om geld voor banken in problemen weer voldoende kapitaal te verschaffen en de bevoegdheid om banken die niet meer te redden zijn failliet te verklaren. De ontwikkelingen in Ierland hebben aangetoond dat ook het depositogarantiestelsel Europees moet worden geregeld. Toen Ierland besloot om alle banktegoeden te garanderen, leidde dat tot een staatsschuld die de Ieren niet konden dragen. Als andere landen het Ierse besluit niet hadden gevolgd zou kapitaal in die landen mogelijk naar Ierland zijn gevlucht, waar het immers gegarandeerd veilig zou zijn. Ierse besluiten hebben zo enorme gevolgen voor de rest van Europa en horen daarom door Europese besluiten te worden ingekaderd.

Al deze maatregelen kunnen geld kosten. Dat vereist beslissingen over de bron van dat geld en de verantwoording over de besteding. De subsidiariteit gebiedt beide op Europees niveau te leggen. Zeker in crisissituaties is het ongewenst dat de verantwoordelijke autoriteit langs 20 landen moet om geld te vragen. Een eigen inkomstenbron is noodzakelijk, gekoppeld aan het bankentoezicht (om vervuiling van het debat over de reguliere Europese begroting te vermijden). De Financial Transaction Tax (FTT) is een logische kandidaat. Door bij elke transactie een bedrag op te halen voor in de crisispot, betalen de financiële instellingen (vooral degene die veel speculeren) zelf voor hun vangnet, dat nodig is om de samenleving van een omvallende bank te behoeden. Deze manier van financieren stimuleert banken om zelf ook voor streng bankentoezicht te zijn. Als de verzekeringspot eenmaal goed gevuld is en er zijn weinig uitkeringen nodig, kan de FTT ook laag blijven. De Nederlandse opstelling dat de opbrengst van die FTT naar de landen moet terugvloeien is onzinnig nationalistisch. Het ontkent dat Europese problemen moeten worden aangepakt met Europees geld.

Als we echter vasthouden aan‘no taxation without representation’, dan moet er op Europees niveau grondig wat veranderen. De kaders voor zo’n Europese belasting en de verantwoording over de aanwending moeten onder democratische controle staan. Het Europees parlement is het orgaan dat op Europees niveau over deze belasting en bestedingskaders van het bankentoezicht moet gaan. Als enig direct democratisch gelegitimeerd orgaan van de EU moet zij het primaat krijgen in het optuigen van het bankentoezicht. De toezichthouder zelf zal zelfstandig en onafhankelijk opereren.

Schuldenproblematiek en subsidiariteit
Het tweede probleem dat dringend opgelost moet worden zijn de grote schulden van vooral de Zuidelijke lidstaten. Ook bij dit probleem is duidelijk dat nationale beslissingen Europese gevolgen hebben. Subsidiariteit houdt daarmee besluitvorming op Europees niveau in.
Het lijkt duidelijk dat Griekenland (en waarschijnlijk Portugal) hun schulden nooit kunnen afbetalen en dat een deel ervan moet worden kwijtgescholden. Dijsselbloem waarschuwde hier al voor (NRC 14 november). Dat roept veel Euroscepsis op. Het regeerakkoord stelt: ‘Structurele steun van landen die hun verantwoordelijkheid wel nemen richting landen die deze verantwoordelijkheid niet nemen, kan niet aan de orde zijn’.

De verontwaardiging die onder de bevolking in Noord-Europa leeft, zou zich niet moeten richten op de Zuidelijke bevolking (die ongehoord zwaar getroffen wordt door de crisis), maar op een elite in die lidstaten die haar verantwoordelijkheid niet neemt. Het is inderdaad onverdraaglijk dat Nederland moet bezuinigen (wat de zwakste groepen zwaar treft) en tegelijk veel geld moet schenken aan Griekenland, terwijl de Griekse elite weigert belasting te betalen en de Griekse overheid weigert om daar daadkrachtig tegen op te treden. Een lijst met belastingontduikers bleef jarenlang in de la liggen. Als de overheid belastingontduiking werkelijk zou aanpakken zaten alle Griekse specialisten in de gevangenis. Griekenland mist jaarlijks zo’n € 32 mld aan inkomsten door belastingontwijking. Als Spanje zijn belastingen zou optrekken naar het gemiddelde Europese niveau zouden de financiële problemen grotendeels voorbij zijn. De terechte scepsis geldt vooral de onwil om de roofzuchtige elite, die de bankencrisis heeft veroorzaakt en die structureel weigert haar bijdrage aan de samenleving te leveren, werkelijk aan te pakken. Dat is de neoliberale agenda, die niet meer acceptabel is.

Dit roept de vraag op naar wat de trade-off is van fiscale autonomie van landen in de Eurozone. Landen nemen nationaal fiscale besluiten die Europese gevolgen hebben. Griekenland weigert belasting te innen, maar een Grieks faillissement heeft in heel Europa ernstige gevolgen. Ierland legt bedrijven een lage belasting op om ze te lokken. Daardoor dreigt in heel Europa een neerwaartse spiraal van steeds lagere vennootsschapsbelasting. Nederland biedt Portugese en Engelse bedrijven de mogelijkheid om belasting in hun land te ontwijken en draagt daarmee bij aan de economische problemen op Europees niveau. Het is werkelijk absurd en de PvdA onwaardig dat Nederland een schuilplaats biedt voor Portugese belastingontwijking en tegelijk Portugal kapittelt dat het niet genoeg bezuinigt om de begroting in evenwicht te brengen. Het is weerzinwekkend dat Engeland Fransen die Hollande’s belastingverhoging willen ontwijken van harte welkom heet. Al dit soort voorbeelden van nationaal eigenbelang dat haaks staat op het overkoepelend Europees belang maken duidelijk dat er een Europese inkadering moet komen van het fiscale beleid: een soort fiscale unie. Hier geldt eveneens: dit beleid moet democratisch vastgesteld worden, door het Europese parlement in openbare zitting.

Landen moeten hun begroting op orde brengen. Maar de manier waarop de EMU nu is ingericht vergroot de economische verschillen in Europa eerder dan dat het die verkleint. Wil de EMU bijdragen aan vermindering van de verschillen in Europa dan moet er –op Europees niveau- coordinatie komen van sociaal-economisch beleid, door een Europees sociaal-economisch stimuleringspakket. Daarin moeten ook eisen komen voor landen met betalingsbalans-overschotten. Europa is als geheel grotendeels een gesloten economie. De overschotten van de een zijn dan logischerwijs de tekorten van de ander. Sterke landen als Nederland en Duitsland kunnen niet zomaar hun loonkosten drastisch beperken om hun concurrentiepositie te versterken. Het Europese belang vergt coördinatie vanuit een Europees gezichtspunt, dat de nationale belangen overstijgt. En die coördinatie moet democratisch op Europees niveau worden vastgesteld.

Subsidiariteit serieus nemen vraagt er om sommige beslissingen op Europees niveau te nemen om nationale belangen te kunnen overstijgen. Uiteraard zal de Europese sociaal-democratie er voor vechten om die Europese beslissingen sociaal-democratisch in te kleuren. Maar zonder een forse stap richting Europese besluitvorming kan de Eurocrisis niet afdoende kan worden opgelost. Die besluitvorming moet democratisch zijn, dus door het Europees Parlement. Over de vorm daarvan is een brede dialoog met de bevolking wenselijk, die Wiersma c.s. ook missen in de voorstellen van van Rompuy. Het is daarom verstandig als besluiten in december over een verdergaande politieke unie voorlopig zijn, gevolgd door zo’n dialoog.

Bestuur Werkgroep Europa PvdA