Bij de invoering van de zorgverzekeringswet in 2006 is een aantal uitgangspunten geformuleerd. De nieuwe wet moest leiden tot verbetering van de kwaliteit van de zorg en beheersing van de kosten. Daarnaast moest de gezondheidszorg toegankelijk blijven: gezondheidsrisico’s en inkomen mochten geen belemmering vormen om een ziekteverzekering af te sluiten. Om deze laatste doelstelling te realiseren is er het verbod op risico-selectie. Zorgverzekeraars moeten iedereen onder dezelfde voorwaarden accepteren voor de polis van zijn of haar keuze. En om ervoor te zorgen dat verzekerden die de premie niet kunnen opbrengen, zich toch kunnen verzekeren, is een ingewikkeld stelsel van zorgtoeslagen opgetuigd. Inmiddels maakt 57% van de huishoudens gebruik van een zorgtoeslag. Dat roept de vraag op of we ons doel niet voorbij zijn geschoten. Als de meerderheid van de huishoudens een zorgtoeslag nodig heeft zit er een fout in het systeem, lijkt me.

Daar komt bij dat er ook nadelen zitten aan de zorgtoeslag. Om te beginnen slaagt niet iedereen erin om de toeslag aan te vragen. Er zijn inmiddels bureautjes actief die voor een bedrag van rond de €40 aanbieden de zorgtoeslag namens de rechthebbenden aan te vragen.

Daarnaast is niet altijd duidelijk of de toeslag juist is berekend. Een verandering in inkomen leidt al snel tot een correctie. Een te laag ingeschatte toeslag is niet zo’n probleem, maar een te hoog ingeschatte toeslag kan leiden tot terugvordering. Dat kan bij met name lage inkomensgroepen hard aankomen.

Bovendien is de zorgtoeslag geen feitelijke, maar een geschatte compensatie voor de premie. Het ministerie van VWS gaat uit van een bepaalde premie en stelt de zorgtoeslag aan de hand daarvan vast. Voor het komende jaar blijft de premie van in ieder geval zorgverzekeraar DSW achter bij de raming van VWS. Dat is in het voordeel van de mensen die recht hebben op een zorgtoeslag. Maar het omgekeerde (de premies stijgen méér dan verwacht) kan zich ook voordoen.

En tenslotte zijn er uitvoeringskosten aan verbonden. Voor de huidige formatie is er een ambtelijke werkgroep ingesteld die mogelijkheden moest onderzoeken waarmee 20% op de uitvoeringskosten van toeslagen bezuinigd zou kunnen worden. Voor de zorgtoeslag ziet de werkgroep twee mogelijkheden. Eén van de opties is het invoeren van een nominale premie: een vast bedrag voor iedere verzekerde. De werkgroep denkt aan €500 per jaar. Het tekort zou gecompenseerd kunnen worden door wijzigingen in de belastingtarieven.

Het is een interessante gedachte. Het hele circus van het rondpompen van geld zou in één klap worden opgeheven. (Met in een moeite door de cowboys die daar een graantje van mee willen pikken.) Maar het heeft natuurlijk wel gevolgen voor de positie van de zorgverzekeraars. Als iedereen een nominale premie betaalt, valt er niet meer op de prijs van de polis te concurreren. Het lijkt me een zegen. Daarmee worden de zorgverzekeraars niet overbodig. Zij krijgen volop ruimte om te concurreren op kwaliteit. Dat is ook in lijn met de richting die een aantal zorgverzekeraars ook nu al kiest.

Lees hier alle onderzoek zorg blogs