In de NRC van zaterdag 1 oktober jl. beschrijft redacteur Karel Berkhout haarscherp waarom het nieuwe geneesmiddel voor hepatitis-c, sofosbuvir, zo duur is. De fabrikant berekent niet de kostprijs van het product, maar telt alle uitgaven op die de samenleving kwijt zou zijn zonder het geneesmiddel (minder ziekenhuisopnames, minder verloren arbeidsuren, meer betaalde belastingen enzovoort). Die ‘besparingen’ leveren de prijs op die de fabrikant vraagt. De fabrikant kan dat doen omdat hij een monopoliepositie heeft. Omdat de uitgaven voor de zorg maar heel beperkt mogen stijgen dreigen deze geneesmiddelen, aldus Berkhout, andere zorg te verdringen.

Minister Schippers heeft een korting bedongen bij de fabrikant, Gilead. Over de hoogte van deze korting mag zij niets zeggen. Dat zou de onderhandelingspositie van Gilead in andere landen schaden. De minister verdient lof voor haar inspanningen om een goed werkend medicijn voor zoveel mogelijk patiënten bereikbaar te maken. Maar uiteindelijk is het bedingen van kortingen geen oplossing. De schaamteloosheid waarmee de farmaceutische industrie maatschappelijke besparingen aan haar winst toevoegt vraagt om een inzet van andere middelen.

Patenten, of octrooien, zijn bedoeld om fabrikanten die grote investeringen hebben gedaan, in staat te stellen om deze investeringen terug te verdienen. Zij krijgen een bepaalde tijd het alleenrecht om hun product te verkopen. Dat is in ieders belang. Zonder deze bescherming zou de bereidheid tot onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe medicijnen kunnen afnemen. Maar van deze beschermingsconstructie kan ook misbruik worden gemaakt. Dat lijkt bij sofosbuvir het geval.

Ook onder de bestaande octrooiwet is het mogelijk de monopolie-positie van een fabrikant te doorbreken. In 2005 deed de toenmalig staatssecretaris van Economische Zaken verslag van een ‘verkenning van de slagkracht van de dwanglicentie in het algemeen belang.’ Dwanglicenties zijn een uiterste middel om corrigerend te kunnen optreden als er ongewenste situaties zijn ontstaan door octrooien. In eerste instantie wordt de fabrikant gevraagd een vrijwillige licentie af te geven aan een locale producent. Als hij weigert is het mogelijk een dwanglicentie af te geven op grond van het ‘algemeen belang’. Een minister mag een ander bedrijf dan het recht geven om te produceren. De uitkomst van de verkenning was dat niet gebleken is dat er belemmeringen zijn om van het instrument dwanglicentie in het algemeen belang gebruik te maken. Van een nadere invulling van het begrip ‘algemeen belang’ wordt afgezien omdat “alle doelstellingen welke de overheid bij haar beleid nastreeft (hiertoe) moeten worden gerekend.”(i)

Interessant is dat de EU in 2005 een Verordening heeft uitgevaardigd waarmee ontwikkelings-landen het recht krijgen op dwanglicenties voor het maken van medicijnen. Voordat deze kan worden aangevraagd moet het desbetreffende land de producent vragen het medicijn tegen een redelijke prijs te verkopen. De producent moet hier binnen 30 dagen op reageren. De belangrijkste overweging bij deze verordening was dat toegang tot de gezondheidszorg verankerd is in de Universele Verklaring van de rechten van de mens. Mensen en niet octrooien horen, volgens het Europees Parlement, op de eerste plaats te komen.

Er zijn voldoende redenen om dit middel ook in niet-ontwikkelingslanden in te zetten.

Op de eerste plaats dragen overheden vaak bij aan de ontwikkelingskosten van medicijnen, bijvoorbeeld via onderzoek aan universiteiten. Op de tweede plaats is de prijs die de fabrikant vraagt niet onderbouwd en is sprake van willekeur. (In de VS bedraagt de prijs voor een kuur van 12 weken omgerekend €74.000, in Nederland tussen de €48.000 en €96.000 en in Frankrijk €41.000.) En op de derde plaats dreigt de hoge prijs de (betaalbaarheid van de) gezondheidszorg te ontwrichten.

Laat Gilead onderbouwen waarom een pil die €1.50 kost om te maken voor €1.000 in de verkoop gaat. Als het bedrijf daar niet in slaagt is een dwanglicentie op zijn plaats. Het zou mooi zijn als dat in EU-verband kan. Maar de Nederlandse overheid kan het ook zelf. Waar wachten we op?

Bron
(i) Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal, dd. 18 augustus 2005, p.15

Lees hier meer 'Onderzoek zorg' blogs van Marijke Linthorst