Twee weken voor het referendum vroeg een partijgenoot naar mijn opvatting over de Europese Grondwet. Ik bekende hem dat ik het haast niet durfde te zeggen, maar dat ik overwoog tegen te stemmen. Tot mijn opluchting reageerde hij niet verontwaardigd of verbolgen, maar vertrouwde hij mij toe dat hij zelf ook tegen was.