Het Nederlandse onderwijs ligt onder vuur. In april constateerde de Onderwijsinspectie dat kinderen van laagopgeleide ouders een lager advies krijgen dan even slimme kinderen van hoogopgeleide ouders. Het leidde tot grote verontwaardiging, ook bij politici.

De storm was nog niet gaan liggen of er lag alweer een nieuw rapport, van de OESO ditmaal. De OESO schetst een uitvoerig en onderbouwd beeld van de sterktes en zwaktes van het Nederlandse onderwijsstelsel. In de pers werd vooral één aspect belicht: het Nederlandse onderwijs daagt leerlingen onvoldoende uit. Het zou overigens zomaar kunnen dat deze conclusie inmiddels achterhaald is. Het onderzoek heeft namelijk betrekking op de periode tot en met 2013.

Over het gebrek aan aandacht voor excellentie maakt het rapport twee opmerkingen: ‘Before 2008, excellence was rarely presented as a concern in the Dutch school system and a common belief prevailed that gifted students “will learn anyway”.’(1) En:‘Dutch educational policy has given more attention to excellence in recent years through a number of initiatives.’(2) Er zijn de laatste jaren inderdaad de nodige stappen gezet op dit terrein. Stappen waarvan het effect mogelijk nog niet zichtbaar is in de bevindingen van de OESO. Ik kom daar nog op terug.

Tegelijkertijd onderschrijft het rapport de conclusie van de Onderwijsinspectie over de groeiende ongelijkheid. ‘Between one quarter and one third of the excellent students at the end of primary education do not manage to obtain a degree at the higher track level within the foreseen time. Within this group, the students with a low socio-economic background are especially likely to be downgraded or down-tracked during the course of their educational career. The results show a serious mismatch between the potential of these students and the opportunities they have to excel during secondary education.’(3) De groeiende ongelijkheid in het onderwijs was ook het onderwerp van het S&D-artikel van onder anderen Jaap Dronkers eerder dit jaar.

De auteurs bepleitten geen herziening van het onderwijsstelsel, maar wel een centrale coördinatie van politiek en overheid. ‘Ook bij continuering van het huidige onderwijsstelsel is er genoeg werk aan de winkel, om te zorgen dat het onderwijs niet verwordt tot een slagveld waarin de sterksten altijd winnen.’(4)

Lees de rest van het artikel in de pdf