Onder de inzittenden van het toestel MH17 dat op 17 juli 2014 boven Oekraïne werd neergeschoten bevond zich ook Willem Witteveen, inspirator van de Wiardi Beckman Stichting. Willem Witteveen heeft de afgelopen vijfentwintig jaar een belangrijke bijdrage geleverd aan het werk van de WBS. In 1990 ging hij deel uitmaken van de redactie van S&D. Sindsdien heeft hij het blad onafgebroken helpen redigeren en vormgeven; eerst als redacteur en vanaf 1999, toen hij tot de Eerste Kamer toetrad, als lid van de redactieraad. Hij schreef zelf in totaal zo’n zeventig korte of langere artikelen – en was daarmee een van de meest productieve auteurs.

In memoriam Willem Witteveen

Monika Sie Dhian Ho en Paul Kalma - De barbaarse aanslag op vlucht MH17 heeft Willem Witteveen en 297 medepassagiers het leven gekost. Hij die zijn leven wijdde aan ‘de geordende wereld van het recht’ – aldus de titel van zijn inleiding tot het vakgebied - is met zijn vrouw en dochter gesneuveld in totale rechteloosheid.

De WBS-gemeenschap verliest met Willem een inspirator, auteur van talloze columns en artikelen, co-auteur van WBS-boeken en -rapporten, en een toegewijde redacteur en later lid van de redactieraad van S&D. Een man die schijnbare tegenstellingen zo naturel in zich verenigde: immer beminnelijk en strijdlustig, al jong gezaghebbend en nog steeds kwajongensachtig, sterk autonoom en tegelijk kwetsbaar ogend.

Willem heeft de afgelopen 25 jaar een belangrijke bijdrage geleverd aan het werk van de WBS. In 1990 ging hij deel uitmaken van de redactie van S&D. Sindsdien heeft hij het blad onafgebroken helpen redigeren en vormgeven; eerst als redacteur en vanaf 1999, toen hij tot de Eerste Kamer toetrad, als lid van de redactieraad. Hij schreef zelf in totaal zo’n 70 korte of langere artikelen – en was daarmee een van de meest productieve auteurs.

Zijn favoriete genre: korte, vaak polemische stukken aan het begin of het eind van het blad. Van vrolijkheid over het NOS-journaal dat bij de presentatie van de complete Verzamelde Werken van Multatuli opriep tot lezing van diens Idee 451 (‘de meest subversieve, meest socialistische daad die er in jaren op televisie gesteld is’ – 1995-4) tot boosheid over de beroepsverboden die de universiteiten van Tilburg en Rotterdam aan de hoogleraren Vosman resp. Ramadan oplegden (2009-9). Van teleurstelling over de gemiste kansen in de regeringsverklaring van het eerste paarse kabinet (‘Waarom zich terugtrekken onder de veilige paraplu van woorden die niet bijten en idealen die niet verhelderen?’ – 1994-10) tot een bedroefd afscheid van de overleden samensteller van de S&D poëzierubriek Rein Bloem (‘In de literatuur zag hij de worstelingen terug om een rechtvaardige samenleving te bewonen’ - 2008-9).

In zijn werk duikt een aantal belangrijke thema’s veelvuldig op. Ten eerste de ontwikkelingen in het sociaal-democratisch denken en dat van andere politieke stromingen. Daarbij schuwde Willem de contra-intuïtieve stellingnames niet. Zo besloot hij een artikel waarin hij het moderne ‘maakbaarheids-conservatisme’ contrasteert met het traditionele conservatisme van Edmund Burke met drie lessen van de laatste voor sociaal-democraten. Om te beginnen doen zij er goed aan oog te hebben voor tradities en instituties, met name gevestigd sinds de Verlichting, omdat die een waardevol erfgoed vormen en voortdurend vernieuwing van binnenuit verdienen.

Daarnaast kunnen sociaal-democraten beter hun maakbaarheidsgeloof temperen en eerst goed analyseren welke ordening er door ingrijpen wordt verstoord en of de ingreep die verstoring rechtvaardigt. En ten slotte zouden zij zich in hun democratische politiek vooral moeten laten inspireren door de metafoor van een sociaal contract tussen de generaties en met de gehele natuur, met als belangrijkste uitgangspunten: het beginsel van historische continuïteit en het beginsel van duurzame ontwikkeling (2005-1/2).

Een tweede onderwerp dat Willem sterk bezig hield, was de ‘verambtelijkte’ universiteit. Er is allang geen sprake meer van opleidingsinstituten voor de elite of van vrijplaatsen voor de wetenschap. ‘Universiteiten lijken tegenwoordig nog het meest op uitvoerings-organisaties van de overheid’, constateerde hij in 1992 (S&D nr.4). En ruim tien jaar later is die ontwikkeling nog verder voortgeschreden. Nederland krijgt een hoger onderwijsstructuur die als internationaal systeem bedoeld is maar alleen in Nederland wordt ingevoerd. De verandering ‘leidt tot organisatorische opschudding, maar niet tot didactische vernieuwing’. En het parlement loopt er volgzaam achteraan. ‘Niet de wetgever bepaalt het herzieningsproces, maar het herzienings-proces dicteert de wetgever.’ (2003-3).

En dan was er natuurlijk, in de derde plaats, Willem’s grote aandacht voor het functioneren van democratie en rechtsstaat in het algemeen. Hij kon in een column overtuigend beargumenteren waarom wettelijke regels niet altijd onverkort moeten worden gehandhaafd (‘Het gaat (…) om regels maar ook om redelijkheid.’) - om zich in dezelfde jaargang op te winden over de burgemeester van Katwijk die op het strand een ‘geweldgedoogzone’ wilde inrichten (2000– 2, 10). Evenzo combineerde hij verbeeldingskracht inzake de inrichting van de democratie (een geheel nieuwe taakverdeling tussen Tweede en Eerste Kamer, bijvoorbeeld) met een open oog voor de neiging van kabinetten om beloofde hervormingen, zoals het referendum ten tijde van ‘paars’, procedureel vrijwel ongedaan te maken. ‘Voor de echte kroonjuwelen zijn glazen namaakparels in de plaats gekomen. Toch is iedereen gelukkig.’ (1999-6)

Op het terrein van de inrichting van de democratie was hij ook in ander verband voor de WBS actief. In 1995 publiceerde hij, samen met zijn oud-collega’s van de Leidse universiteit Mark Bovens en Wim Derksen en met de WBS-ers Frans Becker en Paul Kalma, De verplaatsing van de politiek. Een agenda voor democratische vernieuwing, aldus het rapport, kan niet beperkt blijven tot staatsrechtelijke hervormingen. De politieke macht ligt allang niet meer alleen in Den Haag. Dat vraagt om een veel opener, ‘responsieve’ wijze van besturen, om democratisering van maatschappelijke organisaties, maar ook om een meer normatieve, oriënterende rol van de politiek. Wat ze aan sturend vermogen prijsgeeft, kan ze herwinnen ‘door formulering en onderlinge confrontatie van concurrerende visies op het algemeen belang’.

Enkele jaren later leidde Willem een PvdA-commissie die een nieuw beginselprogramma van de partij voorbereidde. In 1998 publiceerde ze een discussienota, De rode draden van de sociaal-democratie. Het uiteindelijke ontwerp-programma werd (als gevolg van verdeeldheid in de commissie, bestuurlijke conflicten en kritiek van afdelingen) door het congres van 2001 niet overgenomen. Later blikte Willem in S&D (7/8 2004) kritisch-ontspannen op die ontwikkeling terug. We verschilden van mening, schreef hij, over de vraag of het nieuwe programma gedeelde uitgangspunten, een maatschappijanalyse dan wel een lange termijn-programma moet bevatten. Idealiter gaat dat samen, maar in de praktijk niet. De nieuwe commissie Bos-Koole koos voor het eerste (de gedeelde uitgangspunten) en dat vond hij ‘een heel verstandige keuze’.

Dat het interne debat over de beginselen van de sociaal-democratie gewoon doorging toen de PvdA toetrad tot het kabinet Rutte-II verbaasde Willem niet. De ‘worsteling met de vormgeving van de rode idealen in een door strijd en compromissen doortrokken praktijk is niet nieuw’, schreef hij naar aanleiding van het Van Waarde-project van de WBS. ‘Zij is de grondtoon van de sociaal-democratische politiek’. Wat hij wel als vernieuwend zag –‘hopelijk een historische omslag in de manier waarop de PvdA politiek wil bedrijven’- was dat de betreffende publicaties steunden op meer dan vijftig interviews met mensen die vertellen hoe zij de greep op het leven zijn kwijtgeraakt of dreigen kwijt te raken (S&D 2013-2).

Politiek is er – en moet er zijn - om mensen weer de greep op het leven te geven die de sociaal-democratie aan de vorige generaties heeft weten te bieden. Dat is één van de centrale thesen van Van Waarde. Het werk van Willem was daarbij een belangrijke inspiratiebron. Dat geldt voor de optimistische grondtoon, gevoed door het grootschalig onderzoek van hem en zijn collega’s van de Tilburgse universiteit, waaruit bleek dat waarden en morele beginselen nog altijd een voorname rol spelen in het moderne leven. Mensen worden wel degelijk bewogen door elkaars lot, verbinden hun eigen lot met dat van anderen en willen zich inzetten voor gezamenlijke lots-verbetering. En het geldt voor de opdracht hoe dit verlangen naar samenhang, dit reiken naar het algemeen belang, effectiever en duurzamer te maken. Daar waren het Willem’s opvattingen over actief politiek burgerschap die inspireerden (S&D 2011-11/12).

Menig artikel van Willem begint of eindigt met een oproep tot inspirerend politiek leiderschap. ‘Sociaal-democratische politiek is georiënteerd op waarden, wordt gestuurd door beginselen en komt tot uitdrukking in aansprekend leiderschap.’ En:

‘Het tijdperk Den Uyl is al lang voorbij. Het heeft niet veel zin er nostalgisch naar terug te verlangen. Ik denk wel dat veel van onze kiezers ook tegenwoordig, in heel andere omstandig-heden, precies dit van de PvdA verwachten: aansprekende politiek waarin zichtbaar is dat de mensen die namens de PvdA optreden zich op gedeelde waarden oriënteren en waarin duidelijk is door welke beginselen zij zich precies laten leiden als het erom gaat grote kwesties in hanteerbare politiek om te zetten. De waarden-oriëntaties hebben niet alleen betekenis in zondagse discussies over hooggestemde idealen maar zijn herkenbaar in alledaags, praktisch politiek handelen.’

Willem droeg zelf bij aan dit waardengeoriënteerde politiek handelen met zijn werk als volksvertegenwoordiger in de Eerste Kamer. Hij manifesteerde zich daar consistent en aansprekend als hoeder van de waarborgen van de rechtsstaat. Zo ging hij in de Senaat na of strenge wetsvoorstellen die veel vrijheid kosten ook werkelijk nodig en nuttig zijn, in de geest van het WBS-rapport uit 2007 ‘De bedreigde rechtsstaat - sociaal-democratie, terrorisme-bestrijding en burgerschap’, waarvan hij co-auteur was. En desnoods stemde hij als woordvoerder van zijn fractie tegen het wetsvoorstel. Met zachte stem en onverzettelijk.

Wat zullen we onze wijze vriend missen. Onze harten gaan uit naar de familie.

 

Het tijdschrift S&D verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 91 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

S&D digitaal

> U kunt zich abonneren op de (gratis) online S&D-nieuwsbrief.

Sinds 1939

S&D bestaat sinds 1939 en is het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Voluit luidt de titel Socialisme & Democratie. Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van de Rijksuniversiteit Groningen. Voor een overzicht per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2016)

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik Jan de Boer, Meike Bokhorst, Klara Boonstra, Menno Hurenkamp [hoofdredactie], Ruud Koole, Marijke Linthorst

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl