Op 13 september jl. heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van toezicht, opsporing, naleving en handhaving aangenomen. Dit wetsvoorstel biedt zorgverzekeraars een juridische basis om declaraties strenger te controleren. In het uiterste geval kan de zorgverzekeraar, zonder toestemming van de verzekerde, het zorgdossier inzien. De verzekerde moet hier wel achteraf (binnen drie maanden) over geïnformeerd worden. Dit betekent dat het medisch beroepsgeheim doorbroken mag worden om fraude op te sporen.

De minister heeft dit wetsvoorstel ingediend omdat zij fraude in de zorg onacceptabel vindt. “Fraude, misbruik en ongewenst gebruik ondermijnen de solidariteit waarop ons zorgstelsel is gebaseerd en doen afbreuk aan de publieke belangen die we met ons zorgstelsel willen borgen. De regering is van oordeel dat fraude waar mogelijk voorkomen dient te worden, en waar nodig bestraft.”(i)

Ik ben het voor 100% met de minister eens dat fraude hard aangepakt moet worden, maar ik heb grote twijfels bij het instrument dat zij hiervoor wil inzetten. Het medisch beroepsgeheim is een zeer groot goed, dat tot nu toe (de Eerste Kamer moet het wetsvoorstel nog behandelen) alleen in uiterste gevallen doorbroken mag worden. Bijvoorbeeld als er risico bestaat op het uitbreken van een epidemie.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) bepaalt in artikel 8 dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven. Inperking van dat recht (en uitbreiding van verstrekken van persoonsgegevens door de zorgaanbieder aan de ziektekostenverzekeraar is zo’n inperking) is alleen onder strikte voorwaarden toegestaan. Twee belangrijke voorwaarden zijn dat de inperking moet voorzien in een dringende maatschappelijke behoefte en dat de inperking proportioneel moet zijn. Dit laatste wil zeggen dat de ingrijpendheid van de maatregel in verhouding moet zijn met het probleem dat er mee wordt opgelost. Hoe groot is het probleem?

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) inventariseert ieder jaar de onterechte declaraties. In 2015 kwam ZN op een bedrag van € 505 mln. Van de onterechte declaraties was 98% het gevolg van fouten, in 2% (€11.1 mln) was sprake van fraude. Welk aandeel dit vormt in het totaal van betaalde declaraties is mij over 2015 niet bekend, maar het zal niet heel veel anders zijn dan in 2013. En toen was het 0.02%, tweehonderdste deel van 1%. Het lijkt me dat, voordat zulk zwaar geschut als het doorbreken van het medisch beroepsgeheim in stelling wordt gebracht, eerst geprobeerd moet worden het aantal fouten terug te brengen. Die worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door het declaratiesysteem zelf. Veel zorgverleners klagen er over dat zij niet altijd de juiste Diagnose Behandel Combinatie (DBC) kunnen vinden. “Als je de verkeerde invult word je beschuldigd van fraude.”

De tweede vraag is of de maatregel proportioneel is. De regering vindt van wel: “Een zorgaanbieder mag geen medische persoonsgegevens met betrekking tot een prestatie aan een ziektekostenverzekeraar verstrekken indien de verzekerde het voor die prestatie verschuldigd tarief zelf betaalt en geen verzoek om restitutie bij ziekteverzekeraar indient. Daarmee is ook voldaan aan de eisen van proportionaliteit.”(ii) Dat is een wel heel beperkte opvatting van proportionaliteit: je kunt inzage in je dossier voorkómen als je geen beroep doet op de verzekering. Maar de wezenlijke vraag naar proportionaliteit is een andere: staat een geconstateerd bedrag van € 11.1 mln fraude in verhouding tot het geven van inzicht in medische dossiers van alle gevallen waar mogelijk sprake van fraude zou kunnen zijn? Staat het in verhouding tot het aantasten van het vertrouwen dat de patiënt in zijn zorgverlener moet kunnen hebben? En, tenslotte, rechtvaardigt een percentage van 0.02% geconstateerde fraude een houding tegenover zorgverleners die gebaseerd is op wantrouwen? Fouten en fraude worden op één hoop gegooid, terwijl 98% van de onterechte declaraties te wijten is aan fouten. Voor het toezicht op en het bestrijden van deze fouten en fraude wordt in 2015 € 10 mln uitgetrokken.(iii) Dat is nauwelijks minder dan de €11.1 mln die in dat jaar aan fraude geconstateerd is. Het lijkt mij een verkeerde prioriteitsstelling.

De Eerste Kamer begint op 8 november met de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel. Ik vertrouw er op dat mijn oud-collega’s het begrip proportionaliteit, één van de gronden waarop de Senaat wetsvoorstellen beoordeelt, een andere invulling geven dan de minister.

Bronnen

(i) Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van toezicht, opsporing, naleving en handhaving. Memorie van Toelichting, p. 2
(ii) Ibid. , p. 15
(iii) Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van toezicht, opsporing, naleving en handhaving. Nota naar aanleiding van het verslag, p. 14

Lees hier meer 'Onderzoek zorg' blogs van Marijke Linthorst