Afkomst bepaalt niet meer naar welke school je gaat. En toch redden veelbelovende kinderen uit arme gezinnen het vaak niet op het gymnasium, terwijl hun klasgenoten met hoogopgeleide ouders altijd nog het Luzac hebben. Scholen zouden leerlingen die thuis geen hulp krijgen, veel meer tegemoet kunnen komen.

Sociaal-democraten bemoeien zich traditioneel vanuit het verheffingsideaal met het onderwijs: kinderen moeten zich ongeacht hun sociale afkomst kunnen ontplooien. Gelukkig is er op dit vlak enorm veel bereikt. Precies vijftig jaar geleden ging ik naar de middelbare school. In die tijd was het voortgezet onderwijs er niet alleen om leerlingen kennis bij te brengen, maar ook om hen voor te bereiden op de plaats die zij in de maatschappij zouden innemen. En dat was niet alleen klasse- maar ook seksebepaald.

Arbeiderszonen bezochten de lts, hun dochters de huishoudschool, de kinderen van de witte boorden gingen naar de (m)ulo of de hbs en voor de kinderen van de elite was er het gymnasium. Daarnaast bestond er nog de middelbare meisjesschool (mms) — wellicht hét symbool voor het klasse en seksekarakter van het toenmalig voortgezet onderwijs. Naar de mms gingen meisjes uit de midden- en hogere klasse. Zij werden niet voorbereid op een werkend bestaan, maar op een rol als ‘vrouw van’. Of je kon koken maakte niet zoveel uit, als je maar een goede gastvrouw was. En dus werden de meisjes vreemde talen en literatuur bijgebracht.

Lees de rest van het artikel in de PDF