Slaan we inderdaad de weg in naar meer Europese integratie? En in welk Europa willen wij dan integreren: een Europa van de laagste kosten of een Europa waarin de economische en sociale samenhang en de solidariteit tussen de lidstaten vooropstaat? De vraag lijkt retorisch maar is meer dan dat. Als bijvoorbeeld Europees protectionisme nodig is voor de kwaliteit van leven van EU-burgers, is dat dan bespreekbaar?

Het doel van ‘Europa’ was ooit grensoverschrijdende lotsverbondenheid. Maar de onderlinge solidariteit is nu ver te zoeken. De rijke landen hebben er genoeg van om armere landen te blijven financieren. En zelfs binnen afzonderlijke landen stellen regio’s hun afdrachten aan de centrale overheid ter discussie. Terwijl de onvrede toeneemt halen politieke leiders alles uit de kast om de euro te redden. Ze erkennen wel dat het in de toekomst anders moet. Bij de totstandkoming van de euro zijn immers ‘weeffouten’ gemaakt, die nu hersteld moeten worden.

De vraag is allereerst of de voorgestelde oplossingen werken en vervolgens of we dan eindigen bij het Europa dat we willen. De eerste weeffout was één munt voor landen in een totaal verschillende economische situatie. In principe is de waarde van een munt een graadmeter voor het economisch functioneren van een land. Landen met een sterke economie hebben een sterke munt, van landen met een zwakke economie wordt de munt lager gewaardeerd.

Op die manier wordt het verschil in economische kracht gecompenseerd: een land dat minder efficiënt opereert heeft meer productiekosten; het kost bijvoorbeeld meer arbeidsuren dan in een efficiënt functionerende economie om hetzelfde product te maken. Dit nadeel wordt weggestreept tegen het feit dat de prijs van het product ook lager ligt omdat de munt van het land goedkoper is.