Vrijdag 25 november jl. ontving minister Schippers een beter-niet-doen-lijst van ruim dertienhonderd verrichtingen in de gezondheidszorg, waarvan het nut op zijn minst betwijfeld wordt. De Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra (NFU) wil de hoeveelheid onzinnige zorg de komende jaren terugdringen. Een goed initiatief. Zorg moet zinnig en zuinig zijn. Daar zal geen weldenkend mens het mee oneens zijn.

Medische verrichtingen zijn echter niet de enige onzinnige verrichtingen die geld kosten en beter achterwege kunnen blijven. Een groot aantal verrichtingen waarvan het nut op zijn minst betwijfeld kan worden, vloeit rechtstreeks voort uit de manier waarop het zorgstelsel is opgezet. Het is uitstekend om het nut van medische verrichtingen tegen het licht te houden, maar dat geldt evenzeer voor de tweede categorie. Het is opmerkelijk dat daar nog zo weinig oog voor is.

Op de eerste plaats van twijfelachtige niet-medische verrichtingen staat wat mij betreft de financieringssystematiek. In de afgelopen 25 jaar is die 12 (!) keer gewijzigd. Met als gevolg nieuwe ICT en het inhuren van consultants. Zoals een zegspersoon het formuleerde: “Als dat geld was ingezet voor de zorg hadden we nu geen budgettair kader nodig.” (Het budgettair kader is de ruimte voor groei die de minister voor de zorg toestaat. Op dit moment mogen de zorgkosten met niet méér dan 1% per jaar stijgen.)

Een goede tweede zijn de Diagnose Behandel Combinaties (DBC). Het is een ingewikkeld systeem, het kost heel veel tijd, maar vooral: het is voor steeds meer zorgverleners onduidelijk hoe ze hun diagnoses en behandelingen correct moeten registreren. Veel zorgaanbieders huren gespecialiseerde bedrijven in, anderen hebben intern een afdeling die zich uitsluitend bezighoudt met de registratie van DBC’s. Voor een middelgroot tot groot ziekenhuis loopt zo’n afdeling al gauw in de tientallen fte’s. Hoe kun je een systeem verzinnen waarin de zorgaanbieder zelf niet meer in staat is om zijn handelingen eenvoudig en correct bij de zorgverzekeraar te declareren? En waarom houden we daar aan vast?

DBC’s zijn noodzakelijk om te kunnen declareren, maar daar blijft het niet bij. Sinds 1 juli 2015 moeten de DBC’s ook ‘vertaald’ worden naar zogenaamde ICD-10 codes. (ICD staat voor International Classification of Diseases and Related Health Problems.) De ICD-codes zouden gebruikt moeten worden voor internationale (kwaliteits)vergelijkingen. Of dat ook daadwerkelijk gebeurt, is onduidelijk. Intussen ervaren betrokkenen dat de vertaling naar ICD-codes artsen en arts-assistenten enorm veel tijd kost. Het is echt niet zo dat artsen en verpleegkundigen niet willen registreren. De DICA-lijsten1, die bijvoorbeeld bij maagverkleiningsoperaties worden gebruikt, worden trouw en zorgvuldig ingevuld. Deze lijsten geven inzicht in het optreden van infecties en ingrepen die opnieuw gedaan moeten worden. Zorgverleners vinden het zinvol om dat bij te houden. Voor de ICD-10 codes vraagt men zich af wat het nut is, de DBC’s drijven zorgverleners tot wanhoop.

Een derde grote kostenpost is de contractering tussen verzekeraars en zorgaanbieders. Zorgaanbieders maken offertes, zorginkopers komen onderhandelen over de budgetten. Het kost heel veel mensuren, zonder dat dit tot wezenlijke verschuivingen in de zorginkoop leidt. Meerdere partijen constateren bovendien dat de zorgcontractering stroef verloopt. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zal de contractering nu gaan monitoren.

En tenslotte is er de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De ACM houdt toezicht op samenwerking, fusies en kartels. Ook binnen de ACM zijn mensen blij dat er sinds anderhalf jaar breder mag worden gedacht, waardoor meer recht gedaan kan worden aan het specifieke karakter van de zorg. De zorg is niet gebaseerd op concurrentie. Afspraken tussen zorgaanbieders zijn over het algemeen niet gericht op prijskartels, maar op het realiseren van betere èn goedkopere zorg. Bijvoorbeeld als academische ziekenhuizen en reguliere ziekenhuizen afspraken maken over de taakverdeling binnen één vakgebied: complexe zorg naar de academische ziekenhuizen, basiszorg in de reguliere of perifere ziekenhuizen. De ACM onderkent dat en is inmiddels soepeler geworden. Samenwerking mag als het goed is voor de patiënt, de kwaliteit verbetert of de doelmatigheid vergroot. Toch is het de bedoeling dat de zorgdivisie van de ACM, de afdeling die specifiek toezicht houdt op de zorg, uitgroeit tot zo’n veertig medewerkers. Daar kan de ACM weinig aan doen. De ACM voert slechts het vastgestelde beleid uit. Maar politici zouden zich achter de oren moeten krabben en zich af moeten vragen of niet beter een pas op de plaats kan worden gemaakt.

Geld dat naar consultants, juristen, registratie, toezichthouders en beleidsmedewerkers gaat, kan per definitie niet aan zorg worden besteed. Als zinnige en zuinige zorg inderdaad het doel is zou de organisatie van de zorg veel eenvoudiger vorm moeten worden gegeven.

Lees hier meer 'Onderzoek zorg' blogs van Marijke Linthorst

  • 1. 1DICA is het door artsen opgerichte Dutch Institute for Clinical Auditing