Sinds het succes van de klimaatzaak van Urgenda kiezen steeds meer ngo’s en burgercollectieven de gang naar de rechter als instrument om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Zo is Mobilisation for the Environment (MOB) uiterst effectief gebleken met zijn stikstofuitspraken bij de Raad van State. Er zijn inmiddels vele crowdfundingsacties en stichtingen zoals Advocaat voor de Aarde en AARDige Buren die burgers financieel ondersteunen bij het voeren van rechtszaken. Ook langer bestaande ngo’s zoals Milieudefensie zijn zich gaan toeleggen op rechtszaken tegen het nalatige optreden van de overheid bij uitstoot van fijnstoffen, stikstofdioxide en bestrijdingsmiddelen. 

Al deze partijen vervullen de functie van maatschappelijke tegenkracht of hindermacht. Pierre Rosanvallon schreef in zijn boek Counter-Democracy over het wantrouwen in de democratie dat ontstaat doordat het principe van representatie nooit zo kan werken dat de volksvertegenwoordiging precies in overeenstemming met de volkswil handelt. Burgers of burgerlijke organisaties benutten tussen de periodieke gang naar de stembus door ook tussentijds mogelijkheden om controle uit te oefenen op de volksvertegenwoordiging. 

Maar met het voeren van rechtszaken oefenen deze maatschappelijke controleurs niet alleen hindermacht uit; ze kunnen overheden ook houden aan de eerder gestelde wettelijke doelen. In 2025 won Greenpeace een belangrijke stikstofzaak bij de Haagse rechtbank die oordeelde dat de Nederlandse Staat onrechtmatig handelt door de verslechtering van de stikstofgevoelige natuur en het niet halen van de wettelijke stikstofdoelen. Vervolgens heeft het kabinet onder leiding van de minister-president een ministeriële commissie ingesteld die Nederland van het stikstofslot moet halen. 

Waar de overheid zich terugtrekt, springen maatschappelijke organisaties dus in het gat om overheden juridisch te dwingen tot normhandhaving. Dit leidt bij een deel van de politieke partijen tot onvrede en zelfs tot oproepen om de toegang tot het recht te beperken. Maatschappelijke organisaties komen als boodschappers van de onwelkome boodschap vervolgens ook zelf onder vuur te liggen. Ten onrechte, want de overheid draagt zelf bij aan juridisering door te kiezen voor minimale wetsimplementatie en normhandhaving van open normen. 

Het zou goed zijn als wetgevers en toezichthouders reflecteren op de successen die deze organisaties boeken in de rechtszaal. Evaluatie van het gebrekkige functionerende vergunningen-, toezicht- en handhavingsstelsel leert milieutoezichthouders bijvoorbeeld dat ze verder moeten professionaliseren en hun onafhankelijkheid moeten versterken om vertrouwen te krijgen van omwonenden en burgers. 

En als het zo blijkt te zijn dat Omgevingsdiensten onvoldoende effect sorteren met dwangsommen, kan de inzet van zwaardere strafmaatregelen uiteindelijk ook nodig zijn om gezaghebbend toezicht te houden. Lange tijd werd straffen beschouwd als minder passend in een cultuur van toezicht vanuit vertrouwen. Maar dalende milieukwaliteit en groeiende gezondheidsrisico’s voeren de druk op milieutoezichthouders op om effectief publieke normen voor uitstoot van schadelijke stoffen te bewaken met strafrechtelijke handhaving als ultimum remedium. 

Auteur(s)

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.