Simpelere regels, wie wil dat niet? In Europa is een enorme dereguleringsoperatie bezig. Onder het mom van vereenvoudiging wordt de vermeende regeldruk voor het bedrijfsleven verminderd. Dat lijkt niet spannend, maar is super politiek. Heel veel regels zijn opgesteld om voor gelijke rechten te zorgen, om werknemersbescherming af te dwingen of om de natuur te beschermen. Voor al die regels die het bedrijfsleven graag uitgehold of afgebroken ziet worden, is via democratische weg hard gestreden.
Elmar Smid
FNV beleidsadviseur Europese zaken
Staat ons een grote uitholling te wachten van Europese wet- en regelgeving die werknemers en het milieu moeten beschermen? Als het aan de lobby van het grote bedrijfsleven in Europa ligt, is het antwoord op deze vraag ronduit ja. Hun ambitie is groot: werkgeverskoepel BusinessEurope – die ook de belangen van VNO-NCW en MKB Nederland vertegenwoordigt in Europa – heeft een lijst opgesteld van 68 Europese wetten die zij zo snel mogelijk gedereguleerd wil zien.[1]
Het bedrijfsleven krijgt op dit moment de handen op elkaar voor deze dereguleringsoperatie bij veel politici die in Brussel rondlopen. De meeste regeringen in Europa zijn nu rechts-conservatief, in de Europese Commissie zitten vier sociaal-democraten en de andere 23 Eurocommissarissen zijn rechtser. En in het Europees Parlement werken de christendemocraten steeds vaker openlijk samen met radicaal-rechtse fracties voor een meerderheid. Voor het bedrijfsleven is hiermee het perfecte klimaat ontstaan om verstrekkende ontmantelingspakketten te eisen. Aan de hand van verschillende methoden wordt er in rap tempo gedereguleerd.
‘De industrie lijkt het in Brussel nu definitief te winnen van het klimaatkamp’, kopte NRC eind oktober.[2] Milieuorganisaties waaronder het Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten en de Vogelbescherming voeren gezamenlijk actie tegen de afbraak van een zevental natuurwetten, maar intussen zit de kettingzaag al diep in de Europese wetgeving die ontbossing moet voorkomen.[3] De dereguleringsagenda blijft allerminst beperkt tot EU-wetgeving die onze leefomgeving en het klimaat moeten beschermen. Ook EU-regelgeving die voor bescherming van werknemers zorgt ligt op het hakblok. Deze dereguleringsoperatie raakt iedere inwoner van de Europese Unie en niemand lijkt het nog door te hebben. Wat is er gaande in Europa?
Het Draghi-rapport als vliegwiel
In september 2024, drie maanden na de Europese verkiezingen, publiceerde Mario Draghi, de oud-voorzitter van de Europese Centrale Bank, een rapport over het concurrentievermogen van de Europese Unie. In de presentatie van zijn rapport legde Draghi sterk de nadruk op het gebrek aan investeringen (die door het bedrijfsleven zelf nauwelijks worden gedaan, terwijl zij wel flinke winsten maken), de daardoor achterblijvende innovatie op digitaal vlak en op de hoge energieprijzen in heel Europa. Het Draghi-rapport wordt nu als aanleiding aangegrepen door het bedrijfsleven om als vliegwiel voor hun dereguleringsagenda te dienen. Hier wordt een gecoördineerde lobby op gevoerd.
Het bedrijfsleven beweert dat de Europese wet- en regelgeving ervoor zorgt dat Europa de concurrentieslag met China en de Verenigde Staten gaat verliezen. Bewijs hiervoor levert ze echter niet. De OESO laat zelfs het tegenovergestelde zien: de ‘regeldruk’ voor bedrijven in Europa ligt juist aanzienlijk lager dan in de VS en onze wetgeving is efficiënter.[4] Desondanks blijft de oplossing van het bedrijfsleven: schrappen die hap, want dat komt in onze kraam van pas.
De dereguleringsagenda wordt doorgevoerd door middel van verschillende voorstellen, met aparte tijdlijnen en met verschillende methoden. Regelmatig worden die methoden tegelijkertijd toegepast. De rode lijn is als volgt:
- Er vindt een stortvloed van dereguleringsvoorstellen plaats, waaronder meerdere ‘Omnibus’-pakketten.
- Rapportageverplichtingen die nodig zijn om bedrijven te kunnen controleren op de naleving van wetgeving worden geschrapt.
- Grote groepen bedrijven worden uitgezonderd van verplichtingen.
- Er wordt ingezet op maximum-harmonisatie: het gelijke speelveld moet naar een zo laag mogelijk niveau.
Een stortvloed aan dereguleringspakketten
Een belangrijke methode van de dereguleringsoperatie is de stortvloed aan wetswijzigingen die worden voorgesteld door de Europese Commissie. Hiervoor worden onder andere zogenaamde Omnibus-pakketten ingezet. Een ‘Omnibus’ is een Europees wetgevingsinstrument waarmee meerdere wetten in één keer aangepast kunnen worden. Dit is ooit bedoeld om minieme of technische wijzigingen gelijktijdig door te kunnen voeren. Het instrument is dus op zichzelf geen innovatie, het is in 2018 al eens eerder gebruikt voor verschillende financiële regels.[5]
Het massale gebruik van Omnibussen is wel nieuw. Inmiddels zijn er al zeven (!) verschillende Omnibus dereguleringspakketten gepresenteerd door de Europese Commissie. Een achtste is in de maak. Landbouwwetgeving, digitale bescherming en regels over het gebruik van chemische stoffen worden allemaal overhoop getrokken bijvoorbeeld. Het werkprogramma van de Commissie Von der Leyen II wordt gedomineerd door deze Omnibus dereguleringspakketten (zie de voetnoot voor een overzicht).[6]
Het gaat niet om kleine technische aanpassingen, maar om de volledige uithollingen van bestaande wetgeving. De Europese Commissie spiegelt dit eufemistisch voor als ‘vereenvoudiging’, want daar kan toch niemand tegen zijn? Maar het komt in wezen neer op snoeiharde deregulering. Deze vereenvoudiging is eenrichtingsverkeer: zij dient enkel het bedrijfsleven.
Tot dusver heeft alleen het eerste Omnibus-dereguleringspakket een beetje aandacht gekregen in de media. Hiermee worden drie Europese wetten uitgehold, waaronder de Europese anti-wegkijkwet. Die laatste stimuleert bedrijven om maatschappelijk verantwoord te ondernemen en verplicht grote bedrijven om actie te ondernemen indien er sprake is van ernstige arbeidsuitbuiting, onderbetaling, kinderarbeid of milieuschade in hun toeleveringsketen. De vakbeweging had deze EU-wet in Nederland bijvoorbeeld willen gebruiken om grote concerns aan te spreken op de erbarmelijke werkomstandigheden van arbeidsmigranten en van vrachtwagenchauffeurs die in hun toeleveringsketen werken.
Met steun van radicaal-rechts wordt de anti-wegkijkwet nu tot een lege huls gemaakt. Alleen de allergrootste bedrijven hoeven nu voor nog slechts de eerste schakel in hun toeleveringsketen na te gaan of daar geen sprake is van misstanden. Voor de rest van de eigen toeleveringsketen worden deze bedrijven van iedere verantwoordelijkheid verschoond. Het wegkijken van misstanden kan gewoon doorgaan, terwijl werknemers, de samenleving en onze leefomgeving met de kosten daarvan worden opgezadeld.[7]
In het Chemische dereguleringspakket (Omnibus 6) worden de gestandaardiseerde verpakkingsvereisten voor chemische stoffen in producten ‘vereenvoudigd’, voor de producenten welteverstaan. Straks mogen die zelf bepalen hoe ze werknemers die daarmee moeten werken waarschuwen voor de gevaren die de chemische stoffen met zich meebrengen.[8] Zo wordt het mogelijk om een Bulgaarse restpartij – waar informatie in het Bulgaars, in het cyrillisch schrift, op staat – over te brengen naar een fabriek in Nederland. De werknemer die er hier mee aan de slag moet, kan dat niet lezen, maar een mini QR-code in een hoekje waar iemand aanvullende informatie kan vinden, zou volstaan als afdoende waarschuwing. Dat dit op de werkvloer in de praktijk tot ongelukken en blootstelling aan ziekmakende stoffen gaat leiden is dan alvast een zekerheid. Werknemers gaan de prijs hiervoor betalen met hun gezondheid.
Het meest recent aangekondigde dereguleringspakket (Omnibus 7) holt meerdere digitale wetten uit. De Digitale Omnibus zet bijvoorbeeld het mes in de AVG-regels, die de privacy van burgers en werknemers moeten beschermen. Ook de AI Act, die een risico-indeling maakt voor een zorgvuldige toepassing van kunstmatige intelligentie moet het ontgelden. Als gevolg hiervan mogen werkgevers straks opnieuw met algoritmes op basis van gedragspatronen uitzoeken of een werknemer een ziekte heeft, zwanger wil worden of dat al is en wat zijn of haar politieke voorkeur is. Je hoeft niet twee keer na te denken om te zien hoe kwetsbaar dit een werknemer kan maken, of hoe dit iemand bij voorbaat kansloos maakt in een sollicitatieprocedure. De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwt dan ook dat het Digitale dereguleringspakket niet ten koste mag gaan van mensenrechten.[9]
Het lukt de werkgevers zo goed hun dereguleringsagenda uit te rollen, dat de Duitse werkgeversorganisatie BDA - een invloedrijke stem binnen werkgeverskoepel BusinessEurope - eind oktober alweer een nieuw verlanglijstje heeft opgesteld. Dit zou de Europese arbeidsmarktwetgeving rechtstreeks moeten ‘vereenvoudigen’. Onder andere de sociale zekerheidscoördinatieverordening, de handhavingsrichtlijn, en de stagerichtlijn prijken daar op.[10]
Ondertussen is het Landbouw dereguleringspakket (Omnibus 3) binnen een halfjaar al door het hele wetgevingsproces geloodst. Hiermee zijn vier landbouwwetten aangepast, waarmee onder meer milieunormen worden versoepeld en het gebruik van biopesticiden weer wordt verruimd. Dit is ongekend snel gegaan. Na klachten van meerdere maatschappelijke organisaties heeft de Europese Ombudsman onderzoek gedaan naar Omnibus 1 en naar dit Landbouw dereguleringspakket. De Ombudsman concludeert dat er in beide gevallen sprake is van wanbeleid door de Europese Commissie.
De Commissie heeft zich niet gehouden aan haar eigen procedures voor zorgvuldige wetgeving. Gedegen impact assessments naar de effecten van deze deregulering op de samenleving zijn niet uitgevoerd en er is onvoldoende ruimte geweest voor de raadpleging van andere belanghebbenden dan het bedrijfsleven.[11]
Schrappen rapportageverplichtingen
Een andere dereguleermethode is het schrappen van rapportageverplichtingen voor bedrijven. Als we het bedrijfsleven maar volledig op hun blauwe ogen gaan geloven dan houden zij zich heus wel aan de regels, lijkt de gedachte. De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, heeft zelfs beloofd om een kwart van de rapportageverplichtingen voor alle bedrijven te schrappen, en 35% voor bedrijven tot 250 werknemers.[12] Dit uit de lucht gegrepen percentage toont hoe ridicuul het voornemen is. Wanneer je welgemeend naar de uitwerking van rapportageverplichtingen zou willen kijken, dan kun je er niet bij voorbaat zo’n target aan plakken maar maak je zonder vooringenomenheid per geval een afweging.
Het bedrijfsleven klaagt steen en been over rapportageverplichtingen, maar die zijn er niet voor niets. Gegevens uit rapportages worden verzameld met een doel: zodat werknemers beschermd kunnen worden. Ze dienen ook om onwelwillende bedrijven op te kunnen sporen, waardoor een gelijk speelveld gewaarborgd is. Deze maatschappelijke baten worden met de huidige dereguleerdrang steevast buiten beschouwing gelaten.
De framing is gewiekst: niemand is voor overbodige regelgeving, niemand is erop tegen als regelgeving eenvoudiger kan terwijl je toch hetzelfde doel bereikt. Dat laatste is door het schrappen van rapportages alleen allerminst gegarandeerd, het valt dan simpelweg niet meer na te gaan of wetgeving wordt nageleefd.
Het uitzonderen van bedrijven van rapportages gaat bijvoorbeeld spelen bij de Europese detacheringsrichtlijn. Europarlementariër Agnes Jongerius heeft het in 2019 voor elkaar gekregen om die wet te herzien, zodat het principe van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde werkplek leidend werd voor werknemers die over de grenzen heen gedetacheerd worden. Kortstondig mag een werknemer meekomen met een bedrijf dat in een ander EU-land een klus uitvoert, maar dan moet er wel beloond worden via de arbeidsvoorwaarden die in het werkland gelden. Op deze manier wordt oneerlijke concurrentie op loon en arbeidsvoorwaarden tegengegaan.
Hiertegen lobbyt het bedrijfsleven, want ze zouden het registreren van hun werknemers zo belastend vinden. Nu heeft de Europese Commissie in haar Interne Markt Strategie opgenomen dat zij overweegt om groepen bedrijven uit te gaan zonderen van deze meldplicht voor gedetacheerde werknemers.[13] Maar als deze werknemers niet meer vanaf de aanvang van het werk geregistreerd hoeven te zijn, dan is het voor de Arbeidsinspectie lastig na te gaan wanneer iemand begonnen is.
Een werkgever zal een werknemer onder druk kunnen zetten om te verklaren pas net te zijn begonnen met het werk, terwijl diegene in de praktijk al tijden aan de slag is. Ondertussen kan de werkgever die gedetacheerde werknemer onopgemerkt minder betalen dan zou moeten. Dit zal ongetwijfeld tot ontzettend veel nieuwe schijnconstructies gaan leiden. Dat verhoogt vervolgens de druk op de arbeidsvoorwaarden van iedereen die in die sectoren werkt. De maatschappelijke kosten van het voorstel om deze werknemers niet meer te registreren, worden niet meegewogen door de Europese Commissie.
Een ander voorbeeld van wetgeving die op de slooplijst van het bedrijfsleven staat is de EU-Loontransparantiewet. BusinessEurope en VNO-NCW lobbyen openlijk voor de ontmanteling daarvan. Terwijl het al meer dan vijftig jaar verboden is om vrouwen en mannen ongelijk te behandelen op de werkvloer, is de loonkloof in ons land nog altijd 10,5%. Nederland is niet het enige land in Europa met een forse loonkloof (wij bungelen op plek 16 in de Europese Unie)[14] en de EU-richtlijn Loontransparantie moet hier iets aan gaan doen. Grote bedrijven moeten gaan rapporteren of er bij hen loonverschillen bestaan. Daarnaast kunnen vrouwen – met de vakbond aan hun zijde – ook van de werkgever transparantie eisen over bestaande loonverschillen in hun bedrijf voor hun functie. Het bedrijfsleven jammert dat dit te veel ‘administratieve lasten’ met zich meebrengt, maar waar zij waarschijnlijk werkelijk last van heeft is dat ze veel vrouwen flink meer zal moeten gaan betalen.
In juni 2026 zou deze EU-wet in onze nationale wetgeving ingevoerd moeten zijn, maar het dubbel-demissionaire kabinet heeft de implementatie hiervan verder uitgesteld naar 1 januari 2027. Tijdens de afgelopen Europese Werkgelegenheidsraad, waarin alle nationale ministers van sociale zaken samenkomen, bewees minister Mariëlle Paul (VVD) de werkgeverslobby een dienst. Zij bracht naar voren – namens Nederland – dat de Europese loontransparantiewetgeving ‘vereenvoudigd’ zou moeten worden voor het bedrijfsleven.[15]
Bedrijven worden uitgezonderd van verplichtingen
Een volgende methode, waarbij zelfs de schijn niet meer opgehouden kan worden dat het om uitholling en niet om ‘vereenvoudiging’ van wetgeving gaat, is het uitzonderen van bedrijven van verplichtingen. Zo wordt er met Omnibus-pakket 4 een nieuwe categorie bedrijven gecreëerd, zogenaamde Small Mid-Caps, die een slag groter is dan het midden- en kleinbedrijf. Nu is het al zo dat er geregeld soepelere verplichtingen gelden voor bedrijven die onder de Europese definitie voor het mkb vallen – bedrijven tot 250 werknemers dus.
Onder de nieuwe categorie Small Mid-Caps moeten bedrijven tot 750 of zelfs tot 1000 werknemers gaan vallen, waarmee je in één klap meer dan 99% van alle bedrijven in Europa van de verplichtingen uit de wetgeving kunt uitzonderen.[16] Hiermee kan de reikwijdte van de werking van Europese wetgeving drastisch worden ingeperkt. Dit speelt ook in het eerste Omnibus-dereguleringspakket, aangezien verplichtingen omtrent ketenverantwoordelijkheid enkel nog voor de allergrootste bedrijven blijven gelden.
In de laatste week van november is het Europees Defensie-industrie Programma (EDIP) aangenomen in het Europees Parlement, dat tot 2028 voor € 1,5 mrd uit de lopende Europese begroting beschikbaar stelt voor subsidies aan de defensie-industrie. In dat programma zit ook de mogelijkheid om op basis van een uiterst vage grond de arbeidstijdenbescherming van werknemers buiten werking te stellen. Als er iets voorvalt ‘zoals een verstoring van de Europese interne markt’ dan kan dat al voldoende reden zijn om werknemers door te laten werken, ook als dat volgens de arbeidstijdenrichtlijn niet is toegestaan. Ook al maakt een bedrijf slechts schroefjes die (ook) in de defensie-industrie gebruikt worden, een werknemer in een metaalfabriek kan in theorie dan geforceerd worden om de klok rond te werken.[17]
De Europese arbeidstijdenrichtlijn voorziet al in uitzonderingen in het geval van noodsituaties, dus waarom zou je extra uitzonderingen willen creëren? Arbeidstijdenbescherming is een grondrecht, vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat niet lichtzinnig opzijgeschoven mag worden.[18] Als zo’n onduidelijke uitzonderingsgrond nu al in een relatief klein subsidieprogramma wordt opgenomen, dan valt te vrezen voor wat werknemers te wachten staat in het Defensie-paraatheid Omnibuspakket (Omnibus 5), waarover nu nog onderhandeld wordt.
Het gelijke speelveld naar het allerlaagste niveau
Tot nu toe gold in de EU de belofte van opwaartse sociale convergentie: Europa zou lidstaten die op bepaalde terreinen nog achterlopen, ondersteunen bij het bijhalen van de koplopers. Zo gaan we allemaal vooruit. Maar bij de laatste dereguleermethode wordt de race naar de bodem ingezet: het concurrentiespeelveld binnen Europa moet teruggebracht worden tot op het allerlaagste niveau. We proberen zo China achterna te gaan qua standaarden. Dat is niet een streven dat je moet willen hebben.
Er wordt een serieus plan uitgewerkt om een soort vrijhandelszone te scheppen, die het gehele grondgebied van de EU omvat. Daar gaat dan minder strenge regelgeving voor bedrijven gelden: het zogenaamde ‘28ste regime’. Voor bedrijven in dit regime gelden andere regels met betrekking tot bedrijfsrecht, faillissementsrecht, belastingrecht en arbeidsrecht, dan in een lidstaat, als we de woorden uit de speech van Commissievoorzitter Von der Leyen mogen geloven.[19]
Nu moet een bedrijf zich altijd vestigen in een land, maar straks kan een bedrijf zelf kiezen of het zich inschrijft onder dat fictieve ‘28ste regime’. Op deze manier ontstaan er bedrijven die wel aan de nationale wet- en regelgeving voldoen en bedrijven die enkel met dat verminderde regelregime rekening hoeven te houden. Het zorgt dus ook voor een ongelijk speelveld binnen lidstaten. Dit zou bevorderlijk zijn voor ‘innovatieve’ bedrijven, hoe je dat soort bedrijven dan ook definieert. Waarschijnlijk gaat het dus voor alle bedrijven mogelijk gemaakt worden. Mocht dit doorgaan dan zal dat leiden tot een neerwaartse druk op de lonen en arbeidsvoorwaarden in alle EU-landen.
In de internetconsultatie over dit voorstel werd daarnaast nog vooringenomen aan bedrijven gevraagd in hoeverre zij werknemersinspraak ‘gedoe’ vonden. Ook dat belooft niet veel goeds. Betrokkenheid van werknemers zorgt voor het verbeteren van de productiviteit en van de innovatiekracht van een bedrijf. Daarnaast wil je zeker ook in het geval van faillissementsrecht werknemersinspraak goed geregeld hebben, om bijvoorbeeld langdurige werkloosheid te voorkomen.[20] Hoe de handhaving en naleving bij dit soort 28ste-regime-bedrijven geregeld wordt en hoe de rechtszekerheid en bescherming van werknemers die in dit soort bedrijven werken gewaarborgd wordt, is nog een groot vraagteken.
In de Nederlandse discussie kun je dit fenomeen om een zo laag mogelijk gelijk speelveld na te streven eveneens waarnemen. Het is een beleidsregel voor de Nederlandse ambtenarij om geen ‘nationale koppen’ te hebben bij de invoering van Europese richtlijnen. ‘Nationale koppen’ is werkgeversjargon voor zogenaamd ‘zuiver’ implementeren van Europese wetgeving in nationale wetgeving. Werkgevers willen geen millimeter afwijken van een Europese richtlijn, terwijl de implementatie van een richtlijn juist bij uitstek bedoeld is om goed in je nationale stelsel in te passen. Dus als de aanbestedingsrichtlijn zegt: ‘Lidstaten kunnen maatregelen nemen om sociaal aan te besteden.’ Dan is het adagium voor onze nationale implementatie: dat gaan we niet doen, want dan doen we meer dan absoluut noodzakelijk. En dat we niet sociaal aanbesteden en gunningen verlenen aan aanbieders enkel op basis van de laagste prijs, waardoor bijvoorbeeld buschauffeurs amper pauzes kunnen hebben, framen we dan vervolgens ook mooi als de schuld van Brussel.
Ook al kun je EU-wetgeving hierdoor minder goed aanpassen aan en invoegen in ons nationale stelsel, dan nog moet er dankzij deze beleidsregel zo minimalistisch mogelijk geïmplementeerd worden. Het bereiken van de doelstelling van de wetgeving is daarmee ondergeschikt gemaakt aan minimalisme. Paradoxaal genoeg perken we onze nationale beleidsvrijheid hierdoor zelf in. De Europese minimumvereisten worden hierdoor ons nationale maximum, ook als dit tot uitkomsten leidt die suboptimaal zijn.
Deregulering is onacceptabel
Samenvattend. Er is een gigantische dereguleringsoperatie in gang gezet, waar het grote bedrijfsleven van profiteert. Doordat we overspoeld worden met voorstellen is het herculeswerk voor vakbonden en het maatschappelijk middenveld om alle ontwikkelingen bij te benen. Dat dit volgens de Europese Ombudsman al tot wanbeleid leidt, lijkt vooralsnog weinigen in de Europese instituties of in politiek Den Haag veel te deren. Het Draghi-rapport wordt aangewend om momentum te creëren voor de deregulering.
Ook in Nederland zelf schiet deze redeneertrant wortel. Het dubbel-demissionaire rompkabinet heeft de opdracht gegeven om een vertaling van het Draghi-rapport te maken voor de Nederlandse situatie. Dit rapport wordt opgesteld door Peter Wennink, de oud-CEO van ASML, en zal halverwege december verschijnen. De klankbordgroep bestaat vrijwel uitsluitend uit directeuren van het grote bedrijfsleven in Nederland. Wennink heeft bovendien nu al aan de Tweede Kamer geschreven dat hij zal aanbevelen om te gaan dereguleren.[21]
Hier moeten we kritisch naar kijken. Is het afbreken van regels die werknemers en hun leefomgeving beschermen nou wel echt zo’n goed idee? Wie lijden daaronder en hoe? En wie profiteren daar dan met name van?
De Europese Unie heeft een trackrecord opgebouwd om de wereldeconomie te kunnen normeren en voor een betere levensstandaard te zorgen, in een sociale markteconomie. De Europese samenwerking, met onze gezamenlijke markt, is een machtsfactor in de wereld om rekening mee te houden. Goede wet- en regelgeving waarborgt onze kwaliteit van leven en onze productiviteit juist.[22]
We hoeven de bedrijfslobby voor deregulering niet als voldongen feit te accepteren. Meer dan ooit is dit het moment om je te verdiepen wat zich in Brussel afspeelt, wat Nederlandse kabinetsleden en Europarlementariërs daar doen. Spreek erover met collega’s op het werk. Vraag je samen af wat dit voor jullie gaat betekenen op de werkvloer en schiet je vakbondsbestuurder erover aan. Laten we aan onze Tweede Kamerleden opheldering vragen over wat zij doen om onze regering te controleren over wat bewindspersonen in Brussel over ons afspreken. Laten we Europarlementariërs bevragen over de keuzes die zij maken in stemmingen.
De schijnwerpers erop zetten werkt namelijk. Bij de eerste stemming over het eerste Omnibuspakket werd er geen meerderheid gehaald, omdat vakbonden en milieuorganisaties alle redelijke Europarlementariërs hadden opgeroepen om de ontmanteling te stoppen. Daarna kozen de christendemocraten voor samenwerking met radicaal-rechts om de sloop toch door te voeren.
De vicevoorzitter van de Europese Commissie Teresa Ribera, van de Spaanse socialistische partij, kan de dereguleringsoperatie inmiddels niet meer aanzien. Zij heeft het zwijgen doorbroken en noemde deze agenda publiekelijk een ‘verschrikkelijk politiek schouwspel’. Ribera verwijt Commissievoorzitter Von der Leyen dat haar ‘Trumpistische aanpak de geloofwaardigheid en voorspelbaarheid van de Europese interne markt vermindert, onze standaarden verzwakt en de ongelijkheid vergroot’.[23]
Ook in Nederland is het nodig op te staan. En dat gebeurt ook. Op 24 november, op Equal Pay Day, heeft FNV samen actiegevoerd met de Dolle Mina’s voor de Tweede Kamer. We accepteren het niet dat Europese wetgeving die de loonkloof gaat helpen dichten, alweer afgebroken wordt door het bedrijfsleven en een demissionaire minister. Ook wat betreft de andere dereguleerplannen moeten we van ons laten horen.
Het is nodig massa te maken. Sluit je aan bij een vakbond, een milieuorganisatie, of mensenrechten ngo die hier al werk van maakt. Laten we onze krachten bundelen en deze afbraakpoging van onze werknemersbescherming en van onze leefomgeving afwenden. Het ontmantelen van Europese wet- en regelgeving gaat ten koste van jouw privacy, ondergraaft jouw loon, vervuilt jouw leefomgeving en zet jouw gezondheid op het spel. Het is tijd om de straat op te gaan voor het redden, invoeren en naleven van onze regels.
Noten
[1] BusinessEurope (2025). Reducing Regulatory Burden to Restore the EU’s Competitive Edge: 68 Proposals for the Reduction of Regulatory Burden in 2025.
[2] NRC (24 oktober 2025). Industrie lijkt het in Brussel nu definitief te winnen van het klimaatkamp.
[3] Wereld Natuur Fonds, Hands of our Nature.
[4] OESO (2025). Product Market Regulation Indicators: Key Takeaways from the 2023-2024 Update of the OECD Product Market Regulation Indicators.
[5] Raad van de Europese Unie (2018). Omnibusverordening eenvoudigere regels voor gebruik EU-middelen aangenomen.
[6] Omnibus 1 gaat over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Omnibus 2 reguleert investeringen met Europese fondsen (InvestEU). Omnibus 3 omvat landbouwwetgeving. Omnibus 4 creëert uitzonderingen voor MKB-bedrijven en voor een nieuwe categorie bedrijven die als Small Mid-Caps worden aangeduid. Omnibus 5 gaat over defensie paraatheid. Omnibus 6 gaat over chemische stoffen. Omnibus 7 gaat over digitale bescherming. Omnibus 8 zit in de pijplijn en gaat over voedselveiligheid. Voor Omnibus dereguleringspakketten 1-6, zie de website van de Europese Commissie.
[7] NRC (12 november 2025). Wegkijken bij kinderarbeid, vervuiling of excessief watergebruik? EU-wet die bedrijven erop aanspreekt, ligt weer op het hakblok.
[8] Europese Commissie, Omnibus VI, 8 juli 2025.
[9] Autoriteit Persoonsgegevens (20 november 2025). AP over Europees voorstel om wetten te wijzigen: mag niet ten koste gaan van mensenrechten.
[10] BDA (2025). Labour Market Omnibus: Proposals for Reducing Reporting and Administrative Burden.
[11] Europese Ombudsman. Aanbeveling over de naleving door de Europese Commissie van de regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MAS – de zaak ‘Omnibus’, 2031/2024/VB – de zaak “migratie” en 1379/2024/MIK – de zaak ‘GLB’).
[12] Europese Commissie. Competitiveness: What the EU does.
[13] Europese Commissie (21 mei 2025). The Single Market: our European Home Market in an Uncertain World - A Strategy for Making the Single Market Simple, Seamless and Strong.
[14] Eurostat (2023). Gender Pay Gap Statistics.
[15] Europese Raad (2025). Employment, Social Policy, Health and Consumer Affairs Council - Delivering Simplification, Implementation and Enforcement in the Employment and Social Fields.
[16] Europese Commissie (2025). Omnibus IV.
[17] Europese Raad (2025). Definitieve Compromistekst Europees Defensie-industrie Programma, artikel 48, 16.
[18] Zie artikel 31 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
[19] Europese Commissie (2025). President von der Leyen Promotes Openness and Stronger European Competitiveness during Keynote Speech at the Davos World Economic Forum.
[20] Marcus Meyer-Erdmann en Aline Hoffmann (2025). How a 28th Company Law Regime Jeopardises Workers’ Rights. ETUI, september 2025.
[21] Peter Wennink (2025). Rapport Wennink: Toekomstig verdienvermogen Nederland.
[22] Maaike Goslinga (14 november 2025). Minder regels? Regelgeving is juist Europa’s geheime wapen. De Correspondent.
[23] Politico (4 december 2025). Red-tape cutting has become a ‘terrible political spectacle,’ EU’s Ribera says.