We zijn geschokt door de nieuwe Amerikaanse ‘National Security Strategy’, we zijn nog steeds verontwaardigd over de gewelddadige inval van Rusland in Oekraïne en we zijn bezorgd over de Chinese intimidatie in de Zuid-Chinese Zee. Het begint pas langzaam tot ons in West-Europa door te dringen dat dit drie uitingen zijn van eenzelfde denkwijze: ‘Wij hebben de macht en willen het daarom voor het zeggen hebben.’ Een opvatting die diametraal staat tegenover de internationale rechtsorde, mensenrechten en solidariteit. Welke machtsmiddelen heeft Europa om het tij te keren?

Jan Marinus Wiersma & Camiel Hamans
Fellows van de Wiardi Beckman Stichting

De gedachte dat de sterkste het recht aan zijn zijde heeft is allerminst nieuw. In de geschiedenis prevaleerde zij zelfs. In het middeleeuwse denken stond de ‘scala naturalis’, de ladder van de natuur, centraal. Bovenaan resideerde natuurlijk het opperwezen, maar meteen daaronder de naar zijn beeld en evenbeeld geschapen mens, de blanke mens. Degene die bovenaan stond, had ook de macht en vooral het recht zich van de diensten te bedienen van degenen die onder hem stonden. 

Binnen deze denkwereld was het vanzelfsprekend dat ook de menselijke samenleving op eenzelfde wijze geordend was. Bovenaan stond een vorst, bij de gratie Gods. Hij kon proberen de macht van zijn collega-vorsten te breken, als hij het gevoel had dat hij sterker was. Dat daar geweld voor gebruikt mocht worden, sprak vanzelf, want dat was het recht van de sterkste.

Het idee van een piramidaal opgebouwde maatschappij, met een vorst aan de top en ondergeschikten als voetvolk op de bodem, beperkte zich niet tot de West-Europese samenleving. Ook de rest van de wereld paste in deze mal: witte, Europese landen stonden boven werelddelen van kleur. Vandaar dat die vervolgens ook gekoloniseerd en uitgebuit mochten worden.

Tegenmacht

Tegen deze ideeën kwam wel af en toe protest, maar het heeft geduurd tot het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw dat er een beweging op gang kwam die zich luidruchtig verzette tegen deze vulgair-Darwinistische ideeën. Het was bijvoorbeeld Bertha von Suttner die met haar boek Die Waffen nieder (1889) in 1905 de eerste Nobelprijs voor de Vrede won. 

Von Suttner pleitte voor het stoppen met geweld in een tijd waarin grootmachten als Duitsland en Frankrijk, maar ook Rusland en het Ottomaanse Rijk, door oorlogen elkaars macht beproefden in te tomen. De Volkenbond, opgericht in 1919, streefde ernaar oorlog als werktuig van nationale politiek uit te bannen en te vervangen door diplomatie, overleg en arbitrage. 

De oprichting van de Verenigde Naties in San Francisco, slechts een paar maanden na de Tweede Wereldoorlog, beoogde hetzelfde. De oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal in 1952 en het Verdrag van Rome uit 1957 zijn niet anders te zien dan als vervolgstappen op weg naar een internationale en Europese vredes- en veiligheidspolitiek door middel van overleg. 

De Helsinki Akkoorden van 1975, die 35 landen waaronder de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en - op Albanië na - alle Europese landen ondertekend hebben, zijn een vervolgstap geweest in deze ontwikkeling. Niet langer was kracht doorslaggevend, maar werden redelijke argumenten dat. In plaats van het mensbeeld van de bovenliggende almachtige kwam dat van de menselijke gelijkheid. Solidariteit met anderen kwam in plaats van macht over anderen, eventueel verzacht met een beetje medelijden. Machtsdeling was, zoals Jan Pronk in zijn bijdrage aan dit nummer laat zien, het uitgangspunt bij de totstandkoming van de Verenigde Naties en van de Europese Unie.

Illiberale Internationale

Dat idee wordt nu ondermijnd door zowel Trump, Poetin als Xi – de illiberale Internationale.[i] Zij zien niet alleen macht als een primair doel, waarbij geweld een geoorloofd middel is. Zij zijn ook overtuigd van de superioriteit en dus de gerechtvaardigde suprematie van hun eigen land en volk. Vandaar Poetins voortdurende tamboereren op de christelijke waarde van Rusland en de veronderstelde decadentie van het Westen. 

Ook Trumps, en vooral J.D. Vance’s klacht dat West-Europa te gronde gaat door immigratie komt voort uit een blank superioriteitsdenken. Deze opvatting is te meer confronterend omdat het een traditionele bondgenoot betreft. De beruchte Agenda 2025 van de aartsconservatieve Heritage Foundation wordt ook op Europa van toepassing verklaard.[ii] Trump wil Europa naar zijn voorbeeld herscheppen en steunt leiders als Orban die in eigen land steeds autoritairder optreden. 

Trump ziet de EU als een pilaar van het door hem verfoeide multilateralisme, de internationale rechtsorde en het VN-stelsel. Hij erkent alleen zijn eigen moraliteit. De discussiepaper van de in februari gehouden Munich Security Conference (MSC) is niets voor niets getiteld Under destruction en spreekt over ‘sloopkogels’ waarmee de bestaande orde en de overeengekomen regels voor het handhaven van vrede en veiligheid te lijf worden gegaan.[iii]

De Amerikaanse president bezorgt Europa de nodige hoofdbrekens. Hoe te ontsnappen aan de greep van een land waarvan Europa op zoveel terreinen afhankelijk is? En hoe te voorkomen dat door de teloorgang van het multilaterale stelsel de wereld permanent in invloedsferen wordt verdeeld?

Wat en hoe 

Het ‘wat’ is wat ons betreft niet moeilijk te formuleren: geen macht boven recht, maar inzetten op handhaving van de internationale rechtsorde via een adequaat multilateraal stelsel. De ‘hoe’-vraag is daarentegen een stuk ingewikkelder. Want over welke machtsmiddelen beschikken we in feite en hoe wenden we die aan? Daarbij dringt zich vervolgens bijna vanzelf de vraag op of we altijd voorrang moeten geven aan onze principes of dat we in voorkomende gevallen prioriteit moeten geven aan geopolitieke machtsvorming. 

Misschien moeten we wel water bij de wijn doen om partners te vinden waarmee we tegenwicht kunnen bieden aan de grote drie van de ‘illiberale internationale’. Misschien moeten we niet uitsluiten dat we soms wat pragmatischer om dienen te gaan met macht om effectieve tegenkracht te kunnen ontwikkelen met partners en bondgenoten die andere accenten leggen als het gaat om bijvoorbeeld rechtsstaat of maatschappij-inrichting. 

De Finse president Alexander Stubb pleit voor een waarden-gedreven realisme.[iv] Verlies essentiële waarden nooit uit het oog maar besef, benadrukt hij, dat die niet altijd afdwingbaar zijn in landen waarmee je op handels- en klimaatgebied zaken wilt doen. Stubbs pleidooi verdient meer dan plichtmatige aandacht.

Europa voor het blok

Wat zich mondiaal aftekent, is niet minder dan een breuk met de wereldorde waarvoor in 1945 de basis is gelegd. Na een Koude Oorlog en een daaropvolgende periode van VS-hegemonie worden we nu geconfronteerd met de multipolariteit van drie machtige autocratieën. Europa wordt soms betiteld als vierde grootmacht, maar is Europa in staat tegenspel te bieden? 

Zoals afgelopen februari bleek bij de Europese veiligheidsconferentie in München, waar het vooral over de trans-Atlantische betrekkingen ging, heeft Europa veel aspiraties maar weinig capaciteiten. Het is intern verdeeld en vooral zeer afhankelijk van de Verenigde Staten. Wil Europa echt komen tot strategische autonomie en spreiding van risico’s, dat zal het intern de zaken beter op orde moeten krijgen. Te beginnen met een effectieve aanpak van het rechts-extremisme en nationaal populisme. 

De manier waarop de EU besluiten neemt moet vervolgens op de schop, maar dat kost tijd. Interne blokkades kunnen voorkomen of vermeden worden door zoveel mogelijk met meerderheidsbesluitvorming te opereren of met ‘coalitions of the willing’. Zware interne druk op lidstaten die niet meewerken, of deze afkopen, wil soms ook wel eens werken. Zo bevat het Europese asiel- en migratiepact een afkoopregeling voor lidstaten die geen vluchtelingen willen opvangen.

Handelsakkoorden met landen en regio’s die voor een belangrijk deel tot de exclusieve bevoegdheden van Brussel behoren, zijn naar het zich laat aanzien het belangrijkste instrument van de EU om tegenwicht te bieden aan China en de VS. De Europese Commissie is daarom terecht zeer actief op dit gebied en kan ook naadloos aansluiten bij initiatieven van Canada, zoals die door premier Mark Carney op het Word Economic Forum in Davos zo welsprekend naar voren zijn gebracht.[v]

Het mondiale Zuiden heeft daarbij een spilfunctie. Onze relatie met de landen in het mondiale Zuiden is dus van groot belang, met name omdat zij niet willen kiezen voor de ene groep of voor de andere, maar juist geïnteresseerd zijn in betere handelsvoorwaarden en een grotere rol in het multilaterale stelsel. De ontmanteling van het Westen biedt het Zuiden kansen en daar dienen we op voorbereid te zijn. De strijd zal niet gaan over een terugkeer naar vroeger maar over een aangepast multilateraal stelsel ‘fairer and more inclusive’, zoals de Braziliaanse president Lula terecht heeft gesteld.[vi]

Machtsmiddelen

De EEG en de EU hebben vooral een economische grondslag.[vii] Daarvan zijn de interne markt, de euro en de gemeenschappelijke handelspolitiek de beste voorbeelden. Zij bieden evenzovele instrumenten om extern invloed uit te oefenen. En natuurlijk zijn er verbeteringen mogelijk - zie de voorstellen van Draghi[viii] en die van de sociaal-democraat Enrico Letta[ix] voor de inrichting van een kapitaalunie om het betalingsverkeer te vergemakkelijken en voor het wegwerken van onnodige barrières op de Europese interne markt. 

Het gebeurt regelmatig dat de Europese regeringsleiders het niet eens kunnen worden en dat er geen gezamenlijk standpunt gevonden kan worden, maar een echt alternatief is er niet. De nationale route is dat in elk geval niet. We zullen moeten accepteren dat in sommige gevallen coalities van Europese landen het voortouw nemen.

Handel

De Europese Unie is al jaren in gesprek met landen en regio’s over handelsakkoorden, waarbij het niet gaat over het opleggen maar juist over het opheffen van invoertarieven. Deze overeenkomsten bieden, zeker in de huidige context, veel mogelijkheden tot diversificatie en tot beperking van afhankelijkheden, ook op bijvoorbeeld het gebied van grondstoffen. Het handelsakkoord met Australië heeft bijvoorbeeld ook betrekking op kritieke mineralen. 

Nu de Wereld Handels Organisatie slecht functioneert door Amerikaans dwarsliggen is het goed dat handelsafspraken via een andere weg toch een helder alternatief vormen voor de afpersingstactiek van de VS of het dumpgedrag van China. Vanwege het toegenomen geopolitieke belang van dergelijke afspraken, moeten compromissen gesloten worden. Sectorale belangen moeten daarom bijvoorbeeld soms wijken voor het grotere goed. Denk bijvoorbeeld aan belangen van de landbouw of visserij. Ook op het gebied van arbeidsomstandigheden kan niet altijd het onderste uit de kan gehaald worden. 

In het geval van het klimaat is het omgekeerde heel wel denkbaar: handelsverdragen die het mondiale klimaatbeleid dienen, kunnen een evident eigenbelang van partners in het mondiale Zuiden ondersteunen.[x] Mogelijke partners bij voorbaat de maat nemen oogt hypocriet, zeker nu het Westen door zijn kritiekloze houding ten opzichte van Gaza in vergelijking met die tegenover Oekraïne al bij velen als hypocriet te boek staat. 

Voor de handelsakkoorden van de EU met derde landen worden de WHO-regels gehanteerd, inclusief arbitrage. Door de geografische spreiding ervan kun je spreken van een soort multilateraal blok, wat een passend antwoord is van de op ‘deals’ gebaseerde aanpak van zakenman Trump. Er begint zich een patroon af te tekenen van handelsblokken waarvan de EU deel uitmaakt of kan gaan uitmaken en waaraan landen deelnemen die zich afzetten tegen de politiek van de grote drie. Die landen hebben belang bij een functionerend multilateraal stelsel, zij het met meer macht voor het mondiale Zuiden binnen de VN en haar (economische) instellingen dan tot nu toe het geval is. Het succes van deze aanpak is natuurlijk wel afhankelijk van de implementatie van het handelsverdrag met Canada (CETA) en dat met de Latijns-Amerikaanse Mercosur-landen, waarvan de ratificatie nog niet voltooid is.

Europa moet tegelijk niet aarzelen de eigen handelswapens in te zetten waar dat nodig is. Bijvoorbeeld door een rem te zetten op de import van elektrische auto’s uit China. Een ander voorbeeld is de reactie op de aangekondigde tariefsverhogingen in de kwestie Groenland – de EU dreigde daarop te reageren met tegenmaatregelen. Dit zijn namelijk acties gericht op een herstel van evenwicht in de handelsrelaties. Belangrijk in dit verband is dat het handelsbeleid van de EU en andere inspanningen niet gericht is op autarkie, maar op de spreiding van risico’s door de beschikbaarheid van alternatieven. 

Ontwikkelingsdoelen verleden tijd?

De afgelopen decennia heeft Europa verzuimd tegenwicht te bieden aan de opkomst van China met zijn ‘Belt and Road’-programma van infrastructurele investeringen in alle continenten zonder daar politieke of sociale voorwaarde aan te verbinden. Dit in tegenstelling tot de EU-programma’s die wel eisen bevatten ten aanzien van bijvoorbeeld de arbeidsomstandigheden. Terecht probeert de EU de achterstand nu in te halen met de ‘Global Gateway’, het omvangrijke programma van vooral investeringen in infrastructuur in het mondiale Zuiden waarmee de EU tegenwicht biedt aan een vergelijkbaar programma van China.

Het is de vraag of deze programma’s de forse vermindering van ontwikkelingsuitgaven door de Westerse landen voldoende compenseren. Met name de terugtrekking van de Verenigde Staten uit internationale hulpprojecten laat een groot gat achter. Ooit werd internationale solidariteit gezien als in het nationale belang, ook al lag de nadruk op armoedebestrijding elders. Als zelfs Europa die ambitie niet meer serieus neemt, is het hek van de dam met rampzalige gevolgen voor bijvoorbeeld de aanpak van armoede en de bestrijding van AIDS.

De’ Global Gateway’ moet daarom meer zijn dan een kopie van het Chinese ‘Belt and Road’ programma. Het gaat over meer dan geld. Veel armere landen hebben te kampen met klimaatproblemen. Nu de VS het compleet laten afweten, wordt op dit gebied van Europa leiding verwacht. En meer geld. 

Regelmacht

De Europese Unie is machtig omdat ze de controle heeft over een van de grootste markten van de wereld. De Europese markt is een gereguleerde markt met een eigen munt. De regels die hier gelden, worden niet alleen vaak internationale standaarden, maar helpen ook om multinationals aan banden te leggen. Overal waar zich marktwerking voordoet kan Brussel voorwaarden stellen. 

Klimaatmaatregels en sociale richtlijnen hebben een waarde op zich maar scheppen bovendien een gelijk speelveld in de hele unie. Wie de regels schendt kan vaak enorme boetes tegemoetzien. In kringen rond Trump is men zich hier terdege van bewust en heerst de vrees dat de EU de ongebreidelde macht van big tech aan banden kan leggen. De nieuwe vrienden van de president klagen om die reden steen en been hierover. Dus dreigt de president, zolang hij daartoe nog de macht heeft, met tarieven want, naar hij voorgeeft, is de vrijheid van meningsuiting in het geding. In Brussel klinken als reactie daarop stemmen die erop aandringen de regels dan maar wat af te zwakken. 

Het Brusselse normstellende vermogen is de belangrijkste ‘soft power’ van de EU. Dat onderuithalen door vergaande deregulering en afbraak van bevoegdheden – slappe knieën tonen – is welhaast het laatste wat de EU moet doen.

Europese Veiligheid

De Russische dreiging – de facto is het land in staat van oorlog met Europa – en de Amerikaanse terugtrekkende bewegingen hebben Europa doordrongen van de noodzaak zelfstandiger te worden op het gebied van de defensie. Nieuw zijn de vragen ten aanzien van de eigen rol overigens niet,[xi] maar Europa realiseert zich nu eindelijk dat het militair gezien een reus op lemen voeten is. Daardoor blijkt ineens veel vloeibaar wat dat daarvoor niet was. 

De ongekende stijging van investeringen in defensie werd lang voor onmogelijk gehouden. Het doel is dat Europa uiteindelijk zelf zijn veiligheid kan garanderen. Een enkele lidstaat daargelaten, zijn de EU- en NAVO-landen het daar wel over eens. Hoe dit doel te bereiken en in welke vorm is een ingewikkeldere vraag. 

Waar koersen we op aan? Een Europese pijler binnen de NAVO waarin de VS dominant blijven, zoals NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte voorstelt? Of moeten we mikken op europeanisering van de NAVO, met een grote rol voor de EU, zoals de Franse president Macron wil? De tweede optie is vergaand en veronderstelt dat de Europese landen de kritieke functies van de Amerikanen overnemen, zoals wapenproductie, communicatie, intelligence, commandosystemen en nucleaire afschrikking. 

De VS, regering zowel als Congres, lijken op de eerste lijn te zitten, zeker nu de Europeanen bereid zijn meer te betalen. Maar de vraag blijft of dit voldoende is om de twijfel weg te nemen over de verwarrende intenties van de huidige Amerikaanse regering, zie de vage uitspraken over art V (de bijstandsgarantie) en de kwestie Groenland.[xii]

Binnen de huidige NAVO heeft de VS evenwel nog te veel vrienden om tot een eensluidende strategie richting de tweede optie te komen. Vandaar dat het verstandiger lijkt vooralsnog Mark Rutte te volgen en een sterke Europese pijler op te richten binnen de NAVO, en om op termijn aan te sturen op een geëuropeaniseerde NAVO. In het besef overigens dat zo’n pad tijd kost en de lastenverdeling binnen Europa een probleem is. 

Het conflict binnen de NAVO over de omvang van de defensie-uitgaven lijkt opgelost. Maar nu er zoveel geld beschikbaar komt moet wel goed gekeken worden naar de doelmatigheid van de bestedingen door bijvoorbeeld te eisen dat samenwerking van de Europese defensie-industrieën een voorwaarde is.

Verdeelde veiligheid

Het is triest om in 2026 te moeten constateren dat het ideaal van gedeelde veiligheid, waarvoor Europese sociaal-democraten zich altijd sterk gemaakt hebben, ernstig is verbleekt. Van de Helsinki Akkoorden is niets over. Zonder een drastische verandering in Rusland – een einde van de oorlog, regime change – zal er van een reconstructie van een Europees veiligheidsstelsel geen sprake kunnen zijn. Maar het is de moeite waard de discussie daarover levend te houden bijvoorbeeld binnen onze Europese politieke families. De Finse president Stubb heeft het terecht over een wereldwijde keuze tussen Yalta en Helsinki: tussen het afgrenzen van invloedssferen en veiligheid in brede zin door samenwerking.

In een wereld die verdeeld is geraakt in invloedsferen is de EU niet de enige die tegenwicht kan bieden aan autocratische krachten. Maar de EU is wel de belangrijkste. Zij kan daarbij rekenen op bijval van traditionele democratieën als Canada, Japan en Australië, maar ook van machtige partners als India en Brazilië. De marktmacht van de EU is het middel daartoe, met als wapens de toegang tot een van de grootste, gereguleerde markten van de wereld en een eigen munt.

Het doel van de tegenkracht van de EU moet niet alleen een machtsbalans zijn, waardoor Europa overeind kan blijven, maar moet vooral ook gericht zijn op het hoog houden van de beginselen van solidariteit, rechtvaardigheid en een multilaterale aanpak van problemen. Uit principe maar ook omdat het in ons belang is om bijvoorbeeld onze middelen in te zetten voor armoedebestrijding en het klimaat.

Om het gevaar van de’ illiberale internationale’ het hoofd te bieden heeft de EU bondgenoten nodig. Dit betekent dat we onze marktmacht moeten verbinden met die van regio’s met dezelfde of vergelijkbare belangen. Daarbij is het belangrijk ons te realiseren dat partnerschappen een zaak van geven en nemen zijn. We moeten de anderen ruimte bieden zodat we met elkaar een hervormd multilateraal stelsel in kunnen richten. 

De directe veiligheid van Europa vereist meer eenheid en versterking van de Europese defensie. Stapsgewijs moeten we toewerken naar een situatie waarin Europa op eigen benen kan staan. Uit principe – zelf de verantwoordelijkheid nemen – maar ook vanwege de onbetrouwbaarheid van de grootste NAVO-partner. 

Noten

[i] Zie Nic Cheeseman, Matias Bianchi and Jennifer Cyr. (2026). The Illiberal InternationalForeign Affairs, januari-februari. Ook de Israëlische premier Netanyahu hanteert eenzelfde uitgangspunt en gedachtegang.
[ii] Nile Gardiner (18 december 2025). Western Civilisation Can Only Be Safed if the EU Is Abolished. The Heritage Foundation.
[iii] Tobias Bunde and Sophie Eisentraut (eds.), Munich Security Report 2026: Under Destruction, Munich: Munich Security Conference, February 2026, https://doi.org/10.47342/JWIE5806.
[iv] Alexander Stubb (2026). The Triangle of Power: Rebalancing the New World Order. London: Biteback Publishing.
[v] World Economic Forum (20 januari 2026). Davos 2026: Special address by Mark Carney, Prime Minister of Canada.
[vi] The Guardian (10 Juli 2025). With the world in crisis, many say end globalisation. I say that would be a mistake.
[vii] Zie ook: Europa moet zijn economische macht niet onderschatten, zegt het Planbureau, NRC 12 maart 2025. 
[viii] Europese Commissie (2025). The Draghi report on EU competitiveness
[ix] Enrico Letta (2024). Much more than Market
[x] Jorge Tamames (2026). In Defence of the EU’s Trade InitiativesGreen European Journal.
[xi] Al in 1982 verscheen in S&D 1982/4 een artikel van Berend Jan van den Boomen en Jan Marinus Wiersma getiteldNaar een Europese Defensie.
[xii] President Trump heeft herhaaldelijk gedreigd uit de NAVO te stappen. Zeer onlangs nog uit boosheid over het gebrek aan steun van NAVO partners in de oorlog met Iran. Of dit een reëel scenario is, waardoor van een geleidelijke Europeanisering van het bondgenootschap geen sprake meer kan zijn, kon bij het voltooien van dit artikel niet worden vastgesteld. Wel is het zeer onwaarschijnlijk dat het Amerikaanse Congress met een dergelijk voornemen zou instemmen.

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.