‘De patroon beweerde, dat je geen slaaf was en dat het je vrij stond op te donderen, als het je niet beviel... Je was toen al op leeftijd, vader, en je berustte, tandenknarsend, maar je berustte, en je werkte je lijf en je ziel nog een beetje meer kapot... Toen voor het eerst, ik was nog maar een jongen, ontwaakten vage gedachten in mij over ‘mensenrechten’ en over uitbuiting van machtelozen. Je ziet, vader, ik moest wel socialist worden. Jouw eigen leven was daar borg voor.’ Zo schreef Adrianus Michiel de Jong in 1919 in een brief aan zijn vader, ter gelegenheid van de invoering van de achturige werkdag.

Hij was geboren in 1888 in een straatarm katholiek arbeidersgezin in het uiterste westen van Noord-Brabant. Van de dertien kinderen die zijn ouders kregen, overleden er tien al in de vroege kindertijd. Geen wonder dat zijn omvangrijke literaire werk doordesemd is van het verlangen naar een rechtvaardige samenleving.

Vooral met zijn romancyclus Merijntje Gijzens jeugd en jonge jaren oogstte hij veel waardering. Daarin plaatste hij Merijntje onder het gehoor van een spreker in wie gemakkelijk Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) te herkennen valt: ‘Was dit opruiende taal...? Predikte deze man haat? Ja, haat tegen het kwade, het slechte. Maar hij gloeide van liefde voor al wat verdrukt werd en beroofd was van de glans die het mens-zijn is! Liefde tot de vernederde broeder, met wie hij niets te maken had, die hem geen enkel voordeel kon brengen.’

In de jaren dertig nam De Jong scherp stelling tegen het opkomende populisme en fascisme, zeker ook als hoofdredacteur van het socialistische weekblad De Notenkraker. Begin 1939 verscheen zijn brochure De dans op de vulkaan waarin hij met vlammende woorden beschreef hoe het monster van het fascisme ontstaan was en groeide. Indringend waarschuwde hij voor de verschrikkingen waartoe dictators in staat blijken te zijn. Hij riep zijn lezers op pal te staan voor de vrijheid en de democratische rechtsstaat. Het is een geschrift dat zich in 2026 als griezelig actueel laat lezen. Zo hekelde De Jong het Nederlandse asielbeleid waarbij Joodse vluchtelingen werden teruggestuurd naar nazi-Duitsland omdat het daar veilig zou zijn. ‘Het is wachten op de Barmhartige Samaritaan’, schreef hij, ‘maar het is duidelijk dat die niet uit Den Haag zal komen.’ 

Met De dans op de vulkaan tekende hij zijn doodvonnis. Op 18 oktober 1943 werd hij in zijn eigen huis vermoord door Nederlandse SS’ers. Het moge echter duidelijk zijn dat hij nog altijd veel te zeggen heeft. Wie zich socialist wil noemen, doet er goed aan zijn nalatenschap levend te houden. 

De dans op de vulkaan’ van A.M. de Jong is in 2025 heruitgegeven bij Morgenland Uitgeverij.

Auteur(s)

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.