Een politiek verhaal over opkomen voor mensen die het financieel zwaar hebben, is onvoldoende om een grote linkse beweging op te bouwen. Niemand wil horen bij degenen die ‘zielig’ zijn. Natuurlijk moet een linkse beweging wel opkomen voor deze groepen, maar het verhaal dat ze daarbij uitdraagt moet er vooral een zijn van een nieuwe cultuurstrijd. Met herstel van waardigheid voor degenen die zinvol en nuttig werk doen als hoofdboodschap.

Floris Burgers & Paul Tang
Floris Burgers is antropoloog aan de Radboud Universiteit, Paul Tang is wethouder namens de PvdA in Almere

Op het eerste gezicht leek het verfrissend dat GroenLinks-er Jesse Klaver in een essay pleitte voor een klassiek PvdA-verhaal.[i] De kern van dat verhaal is: economische ongelijkheid bestrijden en rechts ontmaskeren als vertegenwoordigers van de elite. Het is een mooi voorbeeld dat laat zien dat GroenLinks en PvdA gezamenlijk kunnen optrekken. Toch overtuigt dit voorbeeld niet iedereen dat het voornemen van beide partijen om samen te gaan een goed idee is. Er zijn uitgesproken PvdA-leden die met name in De Telegraaf veel aandacht krijgen en die niet alleen een klassiek PvdA-verhaal willen, maar ook een klassieke partij, namelijk de PvdA zelf.

Of een klassiek verhaal of klassieke partij ook verfrissend is, valt te betwijfelen. De eerlijkheid gebiedt erop te wijzen dat de klassieke PvdA met variaties op het klassieke verhaal keer op keer verkiezingen heeft verloren. Helaas vergaat het sociaal-democratische zusterpartijen over de grens niet veel beter. Om – ook heel klassiek – Den Uyl te citeren: ‘Aan gezindheid schort het de grijsheid niet, maar de gezindheid pleegt zich te richten op wat enkele decennia terug vooruitstrevend was.’[ii] De echte vraag is dan ook welk verhaal in het huidige tijdsgewricht wel verfrissend en vooruitstrevend is, zodat de kiezers een nieuwe partij met een nieuwe naam - Verenigd Links? - niet opnieuw links laten liggen.

Elk nieuw en vernieuwend verhaal zal moeten beginnen met de uitdagingen van deze tijd en voor centrum-linkse partijen is die uitdaging gelegen in de verschuiving van sociaaleconomische naar culturele zorgen bij de kiezer. Zo maakt Jesse Frederik in De Correspondent aannemelijk dat culturele voorkeuren, zeker op het gebied van migratie, de afgelopen twee decennia bepalend zijn geworden in het stemhokje.[iii]

In Nederland en andere westerse democratieën heeft de werkende klasse uiterst rechtse, migratie-kritische partijen groot gemaakt[iv] – ondanks dat de werkenden zich kunnen vinden in herverdelingspolitiek van partijen als GroenLinks en de PvdA. Die verschuiving heeft een logische oorzaak en wie die oorzaak doorziet, kan maar één conclusie trekken: de linkse beweging heeft een nieuw en vernieuwend verhaal nodig om weer succesvol te zijn.

Het probleem met meritocratie

De dominantie van culturele thema’s is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van de meritocratische samenleving.[v] Vanaf de negentiende eeuw bouwden sociaal-democratische partijen aan emancipatie van de arbeidersklasse waardoor niet afkomst maar verdienste iemands maatschappelijke positie ging bepalen.[vi] Met dank aan progressieve politici werd een aristocratische standenmaatschappij in de loop van de twintigste eeuw vervangen door een vorm van meritocratie waarin een dubbeltje daadwerkelijk een kwartje kon worden. De doorbraak van rangen en standen heeft veel opgeleverd. Tegelijkertijd heeft het idee van meritocratie ook twee onbedoelde bijwerkingen gehad die het linkse, sociaaleconomische verhaal steeds meer parten zijn gaan spelen.

Ten eerste rechtvaardigt meritocratie ongelijkheid. Het idee dat succes afhangt van inzet (en talent) voedt de perceptie dat maatschappelijke verschillen ‘eerlijk’ zijn.[vii] Zo wordt ongelijkheid vaak pas als problematisch ervaren wanneer deze voortkomt uit ongelijke kansen – iets dat veel minder zichtbaar is dan daadwerkelijke ongelijkheid in inkomen en vermogen. Hierdoor wordt ongelijkheid niet altijd als een urgent probleem ervaren, zelfs niet als deze ongelijkheid groeiende is.

Sterker nog, hoe groter de ongelijkheid in een samenleving, hoe meer mensen geneigd zijn om zich vast te klampen aan het idee dat de samenleving meritocratisch georganiseerd is.[viii] De meritocratische belofte van sociale mobiliteit – hoe illusoir soms ook – biedt mensen onderaan de maatschappelijke ladder hoop op een betere toekomst. Deze paradox, beschreven door socioloog Jonathan Mijs, ondermijnt de linkse boodschap dat ongelijkheid het échte probleem is.

Ten tweede gaat meritocratie gepaard met een gebrek aan waardering bij mensen die economisch niet succesvol zijn. In een samenleving waarin iedereen – in theorie – zijn lot in eigen handen heeft, wordt falen gemakkelijk toegeschreven aan persoonlijke tekortkomingen.[ix] Dit versterkt gevoelens van minderwaardigheid en geeft de werkende klasse het gevoel dat de elite – inclusief de politieke elite – op hen neerkijkt.[x]

Dit gevoel wordt versterkt als de economische ongelijkheid groeit en meer mensen economisch relatief onsuccesvol zijn. Linkse schrijvers als Tom Pauka[xi] en Dick Pels[xii] hebben dit probleem een decennium terug al aan de kaak gesteld, en Micheal Sandel spreekt zelfs over de ‘tirannie van verdienste’. [xiii] Dit heeft helaas nog niet tot politieke bezinning geleid.

In Seeing Others (2023) beschrijft socioloog Michelle Lamont het gevolg. Mensen die hun eigenwaarde hebben verloren, zijn zich steeds meer gaan vastklampen aan iets waar ze nog wel trots en verbondenheid uit halen: nationalisme.[xiv] Waar veel centrum-linkse partijen niet hebben weten in te spelen op de nadelen van meritocratie, biedt de cultuurpolitiek van (radicaal) rechts uitkomst.

Cultuur als strijdtoneel

Het is niet verassend dat anti-migratiesentiment een onderdeel werd van de door (radicaal) rechts gekoesterde nationale identiteit. Als de nationale cultuur een bastion van verbintenis en waardering is, zonder dat pluriformiteit een onderdeel is van het nationale verhaal, dan is een influx van mensen van buiten met andere gewoontes en tradities een inbreuk op dat bastion, ook als het om een minder grote groep gaat dan radicaal rechtse politici doen voorkomen.

Als mensen vervolgens zien dat migranten evenveel rechten krijgen bij toegang tot sociale voorzieningen, terwijl ‘hardwerkende Nederlanders’ – de kern van de meritocratische belofte – hun belangen niet gehoord zien, komt klassenloyaliteit onder druk te staan. Zo heeft anti-migratiesentiment weinig te maken met toegenomen economische concurrentie, maar is deze eerder het gevolg van een gebrek aan waardering en cultuurstrijd.[xv]

Terwijl rechts mensen met een bescheiden inkomen effectief wist te binden, raakte linkse partijen hen juist kwijt.[xvi] De belangen van cultureel progressieve minderheden werden effectief behartigd, maar bij de implicaties van politieke voorstellen voor het gevoel van eigenwaarde van mensen met een bescheiden inkomen werd onvoldoende stilgestaan. Wanneer gewoontes zoals vlees eten, een bosje bloemen geven of Zwarte Piet ter discussie worden gesteld – hoe wenselijk ook – voelt dit als een aanval op de culturele identiteit van mensen die juist daar trots uithalen. Doordat sommige mensen die met links worden geassocieerd dit verzet wegzetten als ‘dom-rechts’ of ‘racistisch’, wordt het gevoel dat mensen al hadden bevestigd: er wordt op ons neergekeken.[xvii]

Ook de reflex van centrum-linkse partijen om zich bezig te houden met wetenschappelijke analyses en feiten, democratie en rechtstaat – zaken waarmee juist hoogopgeleiden zich identificeren – helpt niet mee. In een meritocratische kenniseconomie worden levenskansen veelal in het onderwijs verdeeld, waardoor winnen of verliezen sterk samenhangt met opleidingsniveau. Dit maakt dat de cultuurstrijd tussen de nationalisten en de globalisten meestal neerkomt op een strijd tussen de praktisch en theoretisch geschoolden.

Opleidingsniveau is al jaren een belangrijke voorspeller van zaken als stemgedrag, sociale contacten, tv-voorkeuren en woonomgeving.[xviii] De zuilen van de eenentwintigste eeuw zijn opleidingszuilen.[xix] Gewapend met analyses en feiten en de ‘wetenschapsconsensus’ (in het klimaatdebat bijvoorbeeld) maakt links zichzelf tot gezicht van de theoretisch geschoolde zuil.[xx]

Het is precies die zuil die een voorkeur heeft om samen te komen in de (universiteits)steden en minder in de regio. Om de woorden van Thomas Piketty naar de Nederlandse context te verplaatsen: glansrijke overwinningen van links in Amsterdam en Utrecht maken het juist mogelijk om links als elitair af te schilderen.[xxi] De geloofwaardigheid van linkse partijen onder praktisch opgeleiden komt daarmee verder in het geding. GroenLinks en PvdA zeggen op te komen voor die mensen die niet (meer) op deze partijen stemmen.

Een nieuw verhaal

Om praktisch en theoretisch geschoold, rijk en arm, wit en zwart, op links met elkaar te verbinden, moet het roer van de gezamenlijke beweging radicaal om. Er moet een politieke agenda komen die de ongelijkwaardigheid uit de meritocratie haalt. Aangetast in eigenwaarde zoeken mensen naar een gemeenschap waar ze trots en waardering uit kunnen halen – zoals men ooit trots was op de arbeidersidentiteit.

Rechts biedt die gemeenschap via de nationale identiteit. Daar moet GroenLinks-PvdA een aantrekkelijk alternatief tegenoverstellen, waarin verschillende mensen zich herkennen. Daarbij moet zij waken voor het bedrijven van politiek die de sociaal maatschappelijke onderkant verder in hun eer aantast. Met de volgende uitgangspunten kan die politieke koers worden ingevuld.

1. Maak van de klassenstrijd een cultuurstrijd met behulp van waardigheidspolitiek

De traditionele agenda waarmee de linkse beweging opkomt voor gelijkwaardigheid en herverdeling is geen gegarandeerd succes om kiezers met een relatief bescheiden inkomen te binden. In een meritocratische context is een bescheiden inkomen immers geen blijk van waardering of grond voor trots, en dus ook geen reden om je met de linkse agenda te verbinden. Potentiële linkse kiezersgroepen moeten worden verenigd via een gemeenschappelijke deler waar trots aan te ontlenen valt. Dit is het uitgangspunt van waardigheidspolitiek.

Die gemeenschappelijke deler is zeker te vinden. Veel mensen met een bescheiden inkomen doen nuttig werk, en zetten zich in voor hun naasten en anderen – ze leiden een waardig bestaan. Hetzelfde geldt voor jonge politiek-geëngageerde progressieve kiezers. Links kan zich profileren als beweging voor mensen die werken om zichzelf én de samenleving vooruit te helpen – van verpleegkundigen en vuilnismannen tot docenten en schoonmakers.

Zo wordt verenigd links de beweging voor de ‘onmisbaren’.[xxii] Een beweging voor mensen die de samenleving draaiende houden, ongeacht opleidingsniveau of economische positie, en die tegelijkertijd niemand laat vallen.

Deze welwillende Nederlanders staan tegenover de individualisten die uit hebzucht en egoïsme het maatschappelijk belang negeren en tegelijkertijd pronken met aan geld ontleende status. Denk daarbij aan vastgoedmagnaten die huurders uitbuiten en bedrijven die belasting ontwijken. Deze profiteurs danken hun rijkdom deels aan goede collectieve voorzieningen als onderwijs en infrastructuur, maar zijn niet bereid om daar wat voor terug te doen: ze zijn vergeten dankjewel te zeggen.

Maar ook mensen die alleen maar op het eigen welzijn gericht zijn en niets willen toevoegen aan de samenleving behoren tot de individualisten. Groepen zoals de FIRE-beweging.[xxiii] En natuurlijk steenrijke (internationale) ondernemers en politici die de motoren van de samenleving willen wegbezuinigen of respectloos behandelen, zoals Elon Musk.

Door de welwillende Nederlander tegenover zelfgenoegzame individualisten te zetten, maak je van de traditionele sociale agenda een cultuurstrijd die gaat over de waarde van mensen voor de samenleving.[xxiv] Om dit succesvol te doen moet verenigd links herverdeling consequent positioneren als een strijd voor gelijkwaardigheid en een strijd tussen waardige mensen en de zelfgenoegzaamheid van egoïsten.

Dus als links opkomt voor goede zorg, dan is dat niet alleen om mensen met pech te helpen, maar ook om ervoor te zorgen dat de mensen die waardevol werk doen aan het eind van hun leven genoeg (gezonde) levensjaren overhouden. Als links het openbaar vervoer goedkoper en beter wil maken dan is dat niet alleen voor de koopkracht van de reizigers of de zorg voor klimaat maar vooral ook zodat onmisbaren op tijd op hun werk kunnen komen of geregeld hun familie kunnen bezoeken.

Als links belastingontwijking aanpakt dan is dat vanuit het principe dat iedereen moet bijdragen aan het vooruithelpen van de samenleving, en niet alleen de welwillende burgers. Als links spreekt over herverdeling moet het altijd gaan over de eer die mantelzorgers, vrijwilligers en andere welwillende Nederlanders zou moeten toekomen.

Door de gelijkwaardigheid van mensen onderdeel te maken van het verhaal, kan verenigd links de cultuurstrijd naar haar hand zetten. De linkse beweging wordt zo een beweging waar mensen waardigheid uit kunnen halen. Zo kan de strijd tussen globalisten en nationalisten worden doorkruist, en uiteindelijk ontmanteld. Door een door links gecreëerde strijd tussen welwillende Nederlanders en zelfzuchtige individualisten. Dit verhaal kan ook GroenLinks en PvdA bij elkaar brengen. Zowel de klimaatactivist als de arbeider helpt de maatschappij vooruit en beiden behoren dus tot de waardige klasse.

2. Breng de belangen van verschillende minderheden in balans

Welwillende Nederlanders kunnen verschillen in hun ideeën over wat de samenleving vooruithelpt. Dat betekent dat wrijving inherent is aan een beweging die welwillende Nederlanders verbindt. Het is cruciaal dat die verschillen worden gezien als voorwaardelijk voor goede ideeën en dat de belangen van verschillende groepen worden meegewogen in besluitvorming.

De non-binaire voornaamwoorden van de lhbtiq+ gemeenschap, ongemak over Zwarte Piet onder mensen van kleur, of het veganisme van klimaatactivisten, zijn niet per definitie belangrijker dan de behoefte aan rituelen en culturele identiteit van andere groepen. Er zijn soms goede redenen om rituelen opnieuw uit te vinden en praktijken te veranderen, maar nooit per decreet en zonder rekening te houden met de waarde van die rituelen en praktijken voor andere minderheden. Om groepen te verbinden, moet iedereen water bij de wijn doen – ook de meest progressieve linkse vleugel.

Om belangen in balans te brengen moet verenigd links gesprekken tussen minderheidsgroepen proactief faciliteren, zeker bij tegenstrijdige belangen. Als gekozen wordt voor een politieke koers die tegen de belangen van een minderheid ingaat, moet worden uitgedragen waarom daarvoor gekozen is. De sociaal-democratische beweging heeft altijd bestaan uit een bonte coalitie van verschillende minderheden die kracht heeft ontleend aan gemeenschappelijke doelen en belangen, maar ook aan het waarderen van onderlinge verschillen en het engageren van intern debat.

Een cancel-cultuur is funest voor dat debat en moet dus te allen tijde worden vermeden. We emanciperen minderheden door ze voor te houden wat ze bindt – onbaatzuchtigheid – zonder dat we de ene minderheid ruimte bieden om de andere het zwijgen op te leggen.

3. Ga het migratiedebat niet uit de weg

Aangezien een groot deel van het electoraat zich zorgen maakt om migratie moet de linkse beweging dit onderwerp niet uit de weg gaan. Nog altijd gaan er stemmen op die adviseren dat links zich niet moet laten meesleuren in het migratiedebat.[xxv] Maar wanneer links migratievragen negeert of minimaliseert, straalt zij uit dat ze de zorgen van mensen niet erkent. Niets zeggen over migratie betekent niet dat je niets communiceert.

Aangezien mensen in een meritocratie extra gevoelig zijn voor een gebrek aan erkenning door de academisch geschoolde klasse, duwt links mensen van zich af als zij niet over migratie praat. Een verhaal over migratie waarin wordt erkend dat de hoge hoeveelheid migranten (inclusief asielmigranten) ook serieuze uitdagingen oplevert, en dat die uitdagingen niet evenredig zijn verdeeld over alle Nederlanders, is essentieel om de kloof naar veel praktisch geschoolde kiezers te overbruggen. Uiteraard is het daarbij belangrijk dat individuele migranten niet de schuld krijgen van uitdagingen als gevolg van migratie in het algemeen.

4. Stop met rechts ontmaskeren en met dingen beter uitleggen

De strategie om het linkse verhaal simpelweg beter over te brengen, werkt niet. Het suggereert dat kiezers hun eigen problemen niet begrijpen, wat neerbuigend overkomt. Hetzelfde geldt voor de strategie van rechts ontmaskeren. Door constant te waarschuwen voor rechts bedrog, zoals Jesse Klaver doet in zijn essay, zeg je eigenlijk tegen kiezers die zich op dit moment door rechts aangetrokken voelen: ‘Kom terug, wij hadden het bij het rechte eind, jullie zijn voor het lapje gehouden.’ Ook die boodschap wekt de indruk van intellectuele superioriteit die je juist wil vermijden om ook praktisch geschoolde kiezers te binden.

Waardigheidspolitiek

Een traditionele economische herverdelingspolitiek is de afgelopen decennia onvoldoende gebleken om op links een brede volksbeweging te creëren, zowel in Nederland als Europees. Verenigd links moet daarom een nieuwe koers varen. Door de meritocratie is het maatschappelijk debat verschoven van de economie naar cultuur. Waardigheidspolitiek kan helpen om die cultuurstrijd te winnen, maar alleen als ook op andere vlakken rekening wordt gehouden met de manier waarop onze politiek de waardigheid van mensen raakt.

De genoemde vier punten vormen een raamwerk voor de gemeenschappelijke linkse beweging om de cultuurstrijd te winnen en beter in te spelen op de ongelijke verdeling van waardigheid die aan die strijd ten grondslag ligt. Ze bieden aanknopingspunten om de klassieke sociaal-democratische opdracht te volbrengen: bouwen aan een nieuwe coalitie die verschillende groepen links van het midden samenbrengt.

Noten

[i] Klaver, Jesse (2024). Hoe rechts de middenklasse bedriegt. Vrij Nederland.
[ii] Den Uyl, Joop (1978). Inzicht en uitzicht: Opstellen over economie en politiek. Uitgeverij Bert Bakker, p. 27.
[iii] Frederik, Jesse (2024). Waarom links steeds verkiezingen verliest (en nee, niet omdat de kiezer links niet begrijpt). De Correspondent.
[iv] Guth, James. L., & Nelsen, Brent. F. (2021). Party choice in Europe: Social cleavages and the rise of populist parties. Party Politics, 27(3), 453-464.
[v] De opkomst van culturele thema’s is vermoedelijk toe te schrijven aan verschillende ontwikkeling die op elkaar inwerken, zoals globalisering, migratie en toetreding van radicaal rechtse partijen. In dit stuk stellen wij de opkomst van de meritocratie centraal, omdat de implicaties van de meritocratie voor linkse politiek in het maatschappelijk debat nog te weinig aan bod komt.
[vi] Young, Michael (1958). The Rise of the Meritocracy: 1870-2033. Penguin Books Ltd.
[vii] Denessen, E. (2024). Onderwijs en Sociale Ongelijkheid. Inaugurele rede, Radboud Universiteit
[viii] Mijs, Jonathan. (2021). The paradox of inequality: income inequality and belief in meritocracy go hand in handSocio-Economic Review, 19(1), 7–35.
[ix] Sandel, Michael. J. (2020). The tyranny of merit: What’s become of the common good? Allen Lane.
[x] Noordzij, Kjell, de Koster, Willem & van der Waal, Jeroen (2021). ‘They don’t know what it’s like to be at the bottom’: Exploring the role of perceived cultural distance in less-educated citizens’ discontent with politicians. British Journal of Sociology, 72, 566-579.
[xi] Pauka, Tom (2013). Het geluk van links: over Joop Wim Wouter en de toekomst. Athenaeum - Polak & Van Gennep.
[xii] Pels, Dick (2007). De economie van de eer: Een nieuwe visie op verdienste en beloning. Ambo.
[xiii] Zie ook de Wibautlezing van Marjolein Moorman (2021): Een oneerlijke wedstrijd.
[xiv] Lamont, Michelle (2023). Seeing Others: How Recognition Works. And How It Can Heal a Divided World. Simon & Schuster.
[xv] Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat culturele zorgen van grote invloed zijn op anti-migratie sentiment, vaak van grotere invloed dan economische zorgen (zie bijvoorbeeld de Haas, Hein (2024). Hoe migratie echt werkt. Het ware verhaal over migratie aan de hand van 22 mythen. Spectrum, pp 285-7; Gu, Yanfeng, Zhang, Xingzi, en Lin Zhiwen (2022). Factors Afecting Attitudes Toward Migrants: An International Comparative Study. Chinese Political Science Review 7: 234–258; Czaika, Mathias & Di Lillo, Armando (2018). The geography of anti-immigrant attitudes across Europe, 2002–2014, Journal of Ethnic and Migration Studies 44(15), 2453-2479.
[xvi] Zie Jacobs, Kristof, Lubbers, Marcel, Spierings, Niels en Voogd, Remco (2024). Kiezersonderzoek 2023, deel 2: GroenLinks-PvdA. Stuk Rood Vlees. Mensen die zich identificeren als arbeider stemmen steeds meer radicaal rechts en steeds minder GroenLinks-PvdA.
[xvii] Zie bijvoorbeeld Dibi, Tofik (2014). Beste PVV-stemmer, je bent geen slachtoffer. Opinie. Joop, BNNVARA; Schimmelpenninck, Sander (2024). De domheid regeert: Hoe opzettelijke onwetendheid een politieke strategie werd. De Correspondent.
[xviii] De Lange, Marloes, Tolsma, Jochem en Wolber, Maarten H. J. (2015). Opleiding als sociale scheidslijn: Een nieuw perspectief op een oude kloof. Garant.
[xix] De Jong, Jona (9 januari 2025). Hoe de nieuwe zuil van hoogopgeleiden polarisatie in de hand werkt. Trouw.
[xx] De electorale feiten spreken voor zich. Zie Otjes, Simon (2023). Waarom is Links zo klein? En wat is daaraan te doen? S&D 2023/6.
[xxi] Picket, Thomas & Sandel Michael (2025). Gelijkheid: Wat het is en waarom het er toe doet. Ten Have, p. 135-6.
[xxii] In De onmisbaren: Een ode aan mijn sociale klasse (2021), uitgegeven door Prometheus, geeft Ron Meyer een goed inzicht in het leven van de mensen waar wij het over hebben. Ook hij benadrukt het gebrek aan waardering dat deze groep ervaart als gevolg van de meritocratische arrogantie van de economische winnaars.
[xxiii] Een beweging voor jonge mensen die zo snel mogelijk geld vrij willen spelen voor investeringen zodat ze kunnen leven van vermogenswinsten en zelf naar een zonnig eiland kunnen verhuizen. FIRE staat voor First Invest, Retire Early.
[xxiv] In Gelijkheid: Wat het is en waarom het er toe doet (2025) doen Michael Sandel en Thomas Pickety een vergelijkbaar pleidooi: de maatschappelijke waarde van werk moet zwaarder meetellen in de manier waarop verschillende vormen van werk gewaardeerd worden. De waardering van werk kan niet worden overgelaten aan de markt, want dan wordt schaarste doorslaggevend voor waardering.
[xxv] Otjes, Simon (2023). Waarom is Links zo klein? En wat is daaraan te doen? S&D 2023/6.

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.